Marcel Wintels

Nederlands sportbestuurder

Marcel Wintels (Drunen, 11 augustus 1963) is een Nederlands ondernemer, bestuurder en politicus.

LoopbaanBewerken

Na te zijn afgestudeerd aan de HEAO begon hij zijn loopbaan als belastingadviseur bij KPMG. In de avonduren volgde hij de opleiding fiscaal recht. In 1991 startte hij Fiscount, een bedrijf dat kleinere belastingadvieskantoren voorzag van specialistisch advies. In 1997 werd het bedrijf verkocht aan Reed Elsevier. Hierna werd hij interim directeur bij de Hogeschool van Amsterdam. In 2000 stapte hij over naar de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. In 2002 werd hij bestuursvoorzitter van deze school. In juni 2008 werd Wintels benoemd tot voorzitter van het College van Bestuur van Fontys Hogescholen.

In februari 2012 werd Wintels door minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Marja van Bijsterveldt gevraagd om als interim-bestuursvoorzitter orde op zaken te brengen bij Amarantis, een onderwijsinstelling die op de rand van faillissement verkeerde. In april 2012 maakte hij bekend beschikbaar te zijn als kandidaat voor de lijsttrekkersverkiezing van het CDA voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2012. Hij eindigde op de derde plaats met 9,5% van de stemmen, achter Sybrand van Haersma Buma (51,4%) en Mona Keijzer (26,4 %). Sedert april 2013 was Wintels voorzitter van de Raad van Toezicht van Zorgpartners Friesland in Leeuwarden. In juni 2020 ontstond er een rel, toen bleek dat hij zijn vergoeding voor zijn toezichtfunctie had verdubbeld, waarna hij op 2 juli 2020 is afgetreden.

Sedert eind 2015 is Wintels directeur van De Baak in Noordwijk.

Sinds 1 september 2019 is Wintels voorzitter van de raad van toezicht van de NTR.


WielrenunieBewerken

In 2006 volgde Wintels Joop Atsma op als voorzitter van de Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie. In november 2021 zal hij worden opgevolgd door Marc van den Tweel, algemeen directeur van de Vereniging Natuurmonumenten, die na enige wheelen en dealen als enige kandidaat daarvoor overbleef. Wintels heeft er in 2021 bijna zeventien jaar als voorzitter op zitten, wat een ruime overschrijding is van de maximumperiode die daarvoor statutair bepaald is en die ook door NOC*NSF wenselijk geacht wordt.[1]