Hoofdmenu openen

Koers en richtingBewerken

 
Effect van de wind

Doordat een vliegtuig door lucht beweegt die zelf ook in beweging is, ontstaat een verschil tussen de koers die de piloot aanhoudt (heading) en de richting waarin het toestel vliegt (track). De illustratie laat dit verschil zien.

Ook ontstaat een verschil tussen de snelheid ten opzichte van de omringende lucht (de zogenaamde luchtsnelheid) en de snelheid ten opzichte van de grond (de zogenaamde grondsnelheid). De luchtsnelheid (Eng: indicated airspeed) wordt gebruikt om te controleren of men een veilige snelheid aanhoudt om te kunnen vliegen. De grondsnelheid (Eng: groundspeed) geeft aan hoe snel het vliegtuig zich beweegt ten opzichte van de grond, hij wordt gebruikt in de navigatie.

Voor de navigatie gebruikt de piloot luchtvaartnavigatiekaarten. Op deze kaarten staan -naast landkenmerken- onder andere VOR/DME-bakens, NDB's en soms ook TACAN bakens aangegeven.

InstrumentenBewerken

Bovendien wordt genavigeerd door middel van instrumenten. Het instrumentarium van een vliegtuig kan bestaan uit:

Daarnaast heeft men voor communicatie met de luchtverkeersleiding ook:

Sommige vliegtuigen maken gebruik van:

  • Traagheidsnavigatie voor de positiebepaling.
  • een Flight management system, het flightmanagementsysteem helpt de piloten bij navigatie van het vliegtuig en het (economisch) plannen (verticaal en lateraal) van de route.