Lenni-Lenape

etnische groep

De Lenape of Lenni-Lenape (die later "Delawares" genoemd werden door de Europeanen) waren, rond 1600, een verzameling van losjes georganiseerde inheemse volken in het gebied van de beneden-Hudson en de Delaware. Het volk bestaat uit onder andere de volgende afdelingen: Minsi, Minisink (Munsee) en Muheconneok (Mahican: niet te verwarren met de Mohegan).

Lapowinsa, Opperhoofd van de Lenape, 1737

De Lenni-Lenape werden en worden gezien als de oudste loot aan de stam van de Anishinaabeg, een verzameling van Algonkisch sprekende volkeren in Noordoost-Amerika. De Anishinaabe-volkeren, waaronder de Ojibweg, de Odaawaag, de Bodewadmik en de Omàmiwininiwak (Algonkin), en aan hen verwante volkeren zoals de Shawnee en de Abenaki, beschouwen de Lenni-Lenape nog altijd als hun Grootvader, voorzitter van het Algonkische raadsvuur.

De Lenni Lenape beoefenden kleinschalige landbouw om hun verder nogal zwervende bestaan van jager-verzamelaars aan te vullen. De Lenape-indianen waren de oorspronkelijke bewoners van het gebied van de baai van New York en de Delaware-vallei, tot het moment dat de eerste Nederlandse kolonisten voet aan wal zetten in het gebied. Hun Algonquian-taal staat ook bekend als Lenape of Delaware. De woorden moccasin, powwow, squaw, tomahawk en totem zijn uit deze taal afkomstig.

Tegenwoordig leven er Lenni-Lenape-gemeenschappen in de staten Colorado, Delaware, Kansas, New Jersey, Ohio, Oklahoma, Pennsylvania en Wisconsin, en in de Canadese provincie Ontario.

Zie ookBewerken

  Zie de categorie Lenape van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.