Kruisschakelaar (installatietechniek)

installatietechniek
Standaardsymbool van een kruisschakelaar.
Contacten van een kruisschakelaar

Een kruisschakelaar is een schakelaar met vier aansluitklemmen (A1, A2 en B1, B2). Bij lichtschakelaars hebben deze klemmen doorgaans paarsgewijs een andere kleur.

In de ene stand wordt A1 verbonden met B1 en A2 verbonden met B2; in de andere stand wordt de verbinding gekruist, dus A1 wordt verbonden met B2 en A2 met B1. Een kruisschakelaar kan dus gebruikt worden als poolomschakelaar.

Deze schakelaar dient niet verward te worden met de dubbelpolige schakelaar, deze heeft eveneens vier aansluitingen. De dubbelpolige schakelaar is herkenbaar aan de schakelstandaanduiding op de bedieningsknop.

De kruisschakelaar wordt toegepast bij een zogenaamde kruisschakeling. Hiermee kan men vanuit drie, of meer plaatsen, een of meerdere lampen, naar behoefte in- en uitschakelen. De kruisschakeling is een uitbreiding van een wisselschakeling. Bij grotere installaties met meerdere kruisschakelaars is toepassing van een impulsrelais met drukknopbediening vaak economischer. Hier volstaan 2 draden per drukknop, kruisschakelaars zijn verbonden met 4 draden.

Zie ookBewerken