Hoofdmenu openen
Koning Salomo ontvangt de koningin van Seba
De koningin van Seba, 1405
Afbeelding uit de Kroniek van Neurenberg, 1493

De koningin van Seba wordt genoemd in de Hebreeuwse Bijbel, het Nieuwe Testament, de Koran en de Kebre Negest. Haar koninkrijk Seba wordt door moderne archeologen geplaatst in Ethiopië of Jemen of beide. In de Bijbel en in de Koran wordt haar naam niet genoemd; in Ethiopië heet ze "Makeda" en in de islamitische overlevering "Bilqis".

Hebreeuwse BijbelBewerken

In de Hebreeuwse Bijbel reisde de koningin van Seba naar koning Salomo van Israël, nadat zij van diens grote wijsheid had gehoord, met goud, specerijen en edelstenen als geschenken voor hem. Ze was zo onder de indruk van Salomo's wijsheid en rijkdom dat ze zijn God zegende, waarop Salomo haar "alles gaf wat zij verlangde".[1]

Flavius Josephus (1e eeuw) vertelde hetzelfde verhaal in zijn Oude geschiedenis van de Joden.[2]

Nieuwe TestamentBewerken

Jezus zei dat de koningin van Seba en de inwoners van Ninive de Joden die Jezus afwezen zullen veroordelen.[3]

Seba wordt meestal geïdentificeerd met Ethiopië. In Handelingen 8:27 wordt de koningin van Ethiopië kandake genoemd, een titel uit Koesj (het huidige Nubië).

KoranBewerken

 
De koningin van Seba (Bilqis) en de hop, die een brief van Sulaiman brengt (ca. 1600)

In de Koran wordt Sulaiman (Salomo) niet alleen als een rijke koning beschreven, die macht heeft over vogels, dieren en djinn, maar bovenal als een profeet. Hij geloofde dat de koningin van Seba de zon aanbad. Hij stuurde haar een boodschap om "in nederige onderwerping" naar hem te komen.[4] De koningin stuurde Sulaiman een brief en kostbare geschenken en reisde af om hem in zijn kristallen paleis te bezoeken.

Toen de koningin in Jeruzalem arriveerde, verwelkomde Sulaiman haar in een voorhof met een glazen vloer. Dit was een listig plan om haar ongewild haar benen te laten zien, want volgens sommige interpretaties van de Koran was Sulaiman bang dat de koningin een vrouwelijke duivel was en was hij door zijn djinns overtuigd dat zij onder haar kleding de hoeven van een ezel verborg. Het glas was zo zuiver dat het op water leek en de koningin tilde haar kleed op om te voorkomen dat het nat werd, waarbij zij een stel prachtige benen onthulde. Verbluft door de illusie riep de koningin volgens de Koran uit: "Mijn Heer! Ik heb mezelf tekort gedaan en ik onderwerp mij met Sulaiman aan Allah, de Heer van alle werelden."[5]

Kebre NegestBewerken

Volgens de Kebre Negest verzocht de koningin, na aankomst bij Salomo, dat hij haar niet met geweld zal nemen. Salomo gaat akkoord onder voorwaarde dat zij niets zonder zijn toestemming van hem zal nemen. Zij gaat ook akkoord. De maaltijd die Salomo haar aanbiedt maakt haar dorstig. Als ze gaat rusten neemt ze wat water. Salomo, die deed of hij sliep, wijst haar er dan op dat ze haar belofte verbreekt, zodat hij dus ook niet aan de zijne is gebonden.[6]

Politiek en het verhaalBewerken

In Ethiopië beweert de keizerlijke familie dat zij afstamt van de koningin van Seba, Makeda genoemd, en Salomo; hun zoon Menelik zou de eerste Ethiopische keizer zijn geweest. Dit is waarschijnlijk een mythologische vertaling van de migratie van mensen uit Arabië naar Ethiopië in de eerste eeuwen na Christus. Het Koninkrijk van Aksum strekte zich tot de opkomst van de islam in de 7e eeuw uit tot aan het huidige Jemen, en de inheemse Ethiopische taal is nauw verwant aan het Zuid-Arabisch.

Andere theorieënBewerken

Volgens Bernard Leeman zouden de Chinese tradities betreffende Xi Wangmu mogelijk geïnspireerd zijn door vertellingen over de koningin van Seba.[7]

Koningin van Seba in de kunstBewerken

Georg Friedrich Händel schreef het feestelijke the Arrival of the Queen of Sheba als onderdeel van het oratorium Solomon. De koningin heet hier Nicaule.

Karl Goldmark componeerde in 1875 de opera Die Königin von Saba, die op 10 maart 1875 in première ging in Wenen. Dit werk was zo populair dat het tot in 1938 onafgebroken op het repertoire stond van de Weense Staatsopera.

Externe linksBewerken