Hoofdmenu openen
Jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen. ... Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven. (Matteüs 16:18-19)

Kefas is een Aramees woord dat "rots" betekent. Andere spellingen zijn Cephas en Keefa.

Volgens Johannes 1:42 gaf Jezus deze bijnaam aan zijn leerling Simon, een van de twaalf apostelen. De naam werd door de evangelisten in het Grieks vertaald als Petros. Vandaar dat o.a. in het Nederlands de gelatiniseerde vorm Petrus gebruikelijk werd. Ook de combinatie "Simon Petrus" komt in het Nieuwe Testament meerdere keren voor, vooral in het evangelie volgens Johannes.

In de brieven van Paulus (1 Korinthiërs en Galaten) wordt Petrus bijna steeds Kefas genoemd. De naam Petrus komt in de brieven van Paulus alleen voor in Galaten 2:7-8.