Jom Jeroesjalajiem

Jom Jeroesjalajiem (Hebreeuws: יום ירושלים) is een nationale Israëlische feestdag en betekent letterlijk "Jeruzalemdag". Jaarlijks wordt op deze nationale feestdag gevierd dat Oost-Jeruzalem inclusief de Oude Stad middels de Zesdaagse Oorlog van 1967 in Israëlische handen viel. Voor die tijd was Jeruzalem verdeeld in een westelijk, Israëlisch deel (Yerushalayim) en oostelijk, Jordaans deel (Al-Quds). Daartussen lag een afscheiding, middels hekken en barricades. Nadien werden alle afscheidingen verwijderd. In het Nederlands wordt deze dag ook wel Eenwording van Jeruzalem genoemd. De internationale gemeenschap erkent de in 1980 volgende Israëlische annexatie van Oost-Jeruzalem niet.

Het vieren van Jom Jeroesjalajiem in de Jaffatraat te Jeruzalem

Jom Jeroesjalajim valt ieder jaar op 28 iar (in de maand mei of juni). Het idee voor deze dag kwam van Shmuel Lahis. Hij was commandant van het 22ste battalion van de Carmeli-brigade. Dit nam tijdens Operatie Hiram op 31 oktober en 1 november 1948 het plaatsje Hula in. Honderden Palestijnse inwoners hadden de vlucht genomen, maar ongeveer 60 gaven zich zonder tegenstand over. Op de 31e werden van dezen 18 personen vermoord, de dag erna 15. Lahis was de enige commandant die voor de rechtbank gedaagd werd. Hij kreeg voor de tweede dag zeven jaar, omdat zijn actieve participatie in het bloedbad bewezen werd geacht. Hij zei uit wraak voor de dood van kameraden te hebben gehandeld. Bij hoger beroep kreeg hij een jaar. President Jitschak ben Tsvi gaf hem amnestie. Drie decennia later werd hij directeur -generaal van het Joods Agentschap (Jewish Agency), in welke functie hij het idee voor een Jeruzalem-dag opvatte[1].

Vanwege de gevoeligheid van het onderwerp (Jeruzalem) roept de dag veel weerstand op bij Palestijnen. Geregeld worden Joden aangevallen tijdens of rond de datum van het feest.[2][3][4][5] In 2011 riepen rechts-extremistische Joden provocerende teksten, zoals 'Slacht de Arabieren!', waarna schermutselingen ontstonden met Arabieren en de politie.[6]

In 2022 besloot de regering Bennett ,in tegenstelling tot 2021, de jaarlijkse mars door te laten gaan langs de traditionele route, dwz dwars door het Palestijnse deel van het oude stadscentrum. Voor de gelegenheid werden een paar duizend politieagenten opgeroepen. Uiteindelijk liepen een geschatte 50.000 zingende, dansende , voor het merendeel jonge nationalistische Joden met vlaggen door Jeruzalem/Al Quds. Honderden van hen baanden zich een weg naar het plein van de Haram al-Sharif en de Al-Aqsamoskee , waar tot 1950 jaar geleden de Joodse Tempel gestaan heeft. De gewone anti-Arabische slogans werden geroepen en het kwam tot gevechten met Palestijnen. 62 van hen raakten gewond, 23 moesten in het ziekenhuis worden behandeld[7]. Vijf Israëlische agenten zouden gewond zijn geraakt. Premier Bennett verdedigde het besluit deze route te nemen: het gaat om onze soevereiniteit. Volgens hem had de menigte zich goed gedragen, op kleine groepjes van "Lehava" (Meir Kahane) en "La Familia" (voetbalsupporters) na[8].

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken

Zie de categorie Yom Yerushalayim van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.