Hoofdmenu openen

Johannes Tavenraat

Nederlands kunstschilder

Johannes Tavenraat (Rotterdam, 20 maart 1809 - aldaar, 2 april 1881) was een Nederlands kunstschilder, tekenaar, etser en lithograaf. Hij vervaardigde voornamelijk landschappen en jachttaferelen in de stijl van de Romantiek.

Johannes Tavenraat
Het Onweer, (1843)
Het Onweer, (1843)
Persoonsgegevens
Geboren 20 maart 1809, Rotterdam
Overleden 12 april 1881, Rotterdam
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Beroep(en) schilder
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1831 - c. 1875
Stijl(en) Romantiek
Bekende werken Het Onweer
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Inhoud

Jeugd en startBewerken

Tavenraat was eigenlijk voorbestemd voor de handel in het bedrijf van zijn vader, die een lakenververij bezat; korte tijd was hij deelgenoot in een door Tollens gedreven verfwaren-zaak. Hij koos echter op 30-jarige leeftijd voor een loopbaan als kunstschilder en werd een leerling van Cornelis Bakker bij het tekengenootschap 'Hierdoor tot Hooger' te Rotterdam. Ook kreeg hij veel adviezen van de Delftse schilder Willem Hendrik Schmidt die toen al wat naamsbekendheid als figuurschilder had, en onderging diens invloed. In 1839 begon Tavenraat zich volledig op het schilderen toe te leggen. De natuur werd voor hem middel om uiting te geven aan zijn gevoelens; deze keuze betekende wel een breuk met zijn eigen familie. In de zomer van dat jaar was hij met W.H. Schmidt naar Ginneken getrokken. Tavenraat voelde zich daar direct tot het landschap en de dieren aangetrokken. Ze troffen in Ginneken ook Charles Rochussen aan, die nog sterk onder de indruk was van de vroege dood van zijn jonge leermeester Wijnand Nuijen in Den Haag. In die kring van Hollandsche romantici moeten we ons volgens Jan Veth Tavenraat's bewustwording als kunstenaar denken. De blaadjes in zijn schetsboeken uit die tijd zijn dan ook vaak Nuyen-Waldorp-achtig. Maar ook waren daar al de galopperende paarden, rennende jachthonden en hollende hazen te vinden, die zo vaak tevoorschijn kwamen in zijn schilderijen.[1]

Leven en werkBewerken

In 1840-41 was Tavenraat in Brussel. Toen ontstonden er al studies met een buitengewone vrijheid van voordracht, vol in de verf geschilderd, op een wijze die men toentertijd in Holland niet goedkeurde; o.a. een klein panorama in ochtenddauw met een aangeschoten haas voorop, dat zacht is gecomponeerd, met het jaartal 1841 erin. In 1841 trouwde hij met Anna Catharina van Dijck in Meirsel, België. Hij woonde daar vervolgens van 1842 tot 1846. Tussen 1846 en 1860 werkte hij in Materborn bij Kleef. Van daaruit maakte hij verschillende reizen naar onder andere Moravië en Bohemen. In Kleef heeft hij hoogstwaarschijnlijk de schilderschool van B.C. Koekkoek bezocht; hij volgde echter niet Koekkoeks gedetailleerde schilderwijze, maar hanteerde daarentegen een veel losser palet. Tijdens eerdere zakenreizen in Engeland was hij in contact gekomen met de landschappen van John Constable en ontwikkelde deels onder zijn invloed een losse en heel vloeiende schilderwijze.[1] Tavenraat's weergave van de natuur is niet groots of verheven zoals bij Koekkoek of de Duitse romantische landschapsschilder Caspar David Friedrich, maar kenmerkt zich door nevelige atmosfeer en mysterie, waaruit de dieren opduiken.[2] Dit wordt bevestigd door de beschrijving van zijn paneel 'Het onweer' uit 1843 - een heidelandschap met een hert dat vlucht voor het losbrekend onweer; in de collectie van het Rijksmuseum Amsterdam: 'Door de snelle, krachtige verfstreken lijkt dit eerder een schets dan een voltooid schilderij. Tavenraat sloeg hiermee een andere weg in dan de meeste Nederlandse schilders van dat moment. In plaats van een gladde schilderstijl en bescheiden sentiment koos hij felle kleuren en dramatische licht-donkereffecten. Zijn werk sloot hierdoor meer aan bij de internationale, voornamelijk Franse, ontwikkelingen in de romantische schilderkunst.' [3]

Tijdens zijn vele reizen vulde Tavenraat zijn schetsboekjes die o.a. voor zijn eigen jonge kinderen waren bestemd. Op verschillende buiten gemaakte schetsen vermeldde hij dan welke van zijn zoons daarbij aanwezig waren. In 1846 vestigde hij zich met zijn gezin in Kleef waar zijn vrouw tien jaar later zou sterven. Hij bleef wonen in Kleef tot zijn definitieve terugkeer naar Rotterdam in 1860.[1]

Tavernaat's werken oogstten in zijn eigen tijd vrij vaak kritiek, zoals in de 'Kunstkronijk' van 1844, waar zijn schilderstijl als excentriek werd beschreven: 'Wanneer de heer T. uit zijne hoogdravende poëzij wilde neerstrijken en eenvoudige waarheid voorstellen, wij zouden een talentvol landschapsschilder gewonnen hebben.' [2] Aangezien hij gefortuneerd was en niet van de opbrengsten van zijn kunst hoefde te leven, trok hij zich daar weinig van aan.[4] Hij keerde in 1860 terug naar Rotterdam.

Tavenraat zou zijn gehele leven blijven schilderen in een vloeiende schilderstrant, ook wanneer nieuwe schildersstromingen begonnen te ontstaan, zoals de Haagse School. Hij bleef daardoor een buitenbeentje, maar ook door het vele verblijven in het buitenland werd zijn werk hier niet erg bekend. Jan Veth zoekt in 1921 revanche voor de in Nederland volstrekt vergeten Tavenraat en haalt J. Immerzeel aan die het werk van Tavenraat zo beschreef: '[het is gekenmerkt].. door een zeker romantisch waas, en stelt veelal ochtend- en avondstonden, stormen en dergelijke indrukwekkende natuurtafereelen voor.. ..In al zijne stukken.. ..in vreemde landen naar de natuur genomen, is de werking van het licht, vooral bij ondergaande zon, zoo geheel vreemd aan de Hollandsche school, dat buitenlanders steeds vermeenen, dat hij geen Hollander is.'

Jan Veth beschrijft zelf de vergeten romantische schilder in 1921 aldus: '..Zijn geest was vervuld met gansch andere idealen dan het de Hagenaars waren[de Haagse Romantici zoals Schelfhout, Nuijen, Verveer].. ..zijn voorliefde voor geknakte, en omgestorte boomen, voor bemoste knoesten, doode tronken en wondere wortelvormingen, voor herten, jachthonden, sneeuwhoenders, hazen, reigers, teekent een hang tot het zwervers- en jagersleven, die onze schilders allerminst gekend hebben.. ..op wilde sledevaarten door de bergen of over het ijs, bij watervallen en gletschers, in geheimzinnige wouden, op eenzame vlakten, overal waar den beschouwer een huivering overvalt, voelt de schilder zich in zijn element.. ..vaak in den vroegen morgenstond, wanneer alles in de natuur nog raadselachtig en veelbelovend schijnt.' [1]

Werk in openbare collecties (selectie)Bewerken

Selectie van schilderijenBewerken

Externe linksBewerken