Hoofdmenu openen

Jan van der Valk

Nederlands architect
Huis Zomerstraat, Tilburg

Jan van der Valk (Rotterdam, 1873- Tilburg, 1961) was een architect waarvan het werk vooral in Tilburg te vinden is.

Van der Valk kwam uit Delfshaven, waar zijn vader een distilleerderij had. Hij heeft gestudeerd bij Henri Evers, waarna hij in dienst trad bij Jan Verheul, een Rotterdams architect. In 1898 verhuisde hij voor de eerste keer naar Tilburg om daarna voor enige tijd terug te keren naar Rotterdam. In 1900 vestigde hij zich definitief in Tilburg.

Van der Valks eerste werken in Tilburg betroffen opdrachten die hij van andere architecten had overgenomen. Zijn eerste eigen werk was een pand in de Zomerstraat, het eerste van een serie panden in art nouveaustijl. In deze stijl ontwierp hij diverse huizen, villa's en kantoren. Andere villa's, alsmede een aantal buitenhuizen, ontwierp Van der Valk in traditionele stijlen. De villa's werden vooral ontworpen voor de Tilburgse textielbaronnen, zoals Villa Constance, Spoorlaan 432, uit 1902, voor Constance Pollet-de Horion de Corby, de weduwe van lakenfabrikant Guillaume Pollet. Vanaf 1916 was hij betrokken bij een aantal sociale woningbouwprojecten, met name Broekhoven (Merode, inmiddels gesloopt) en de Schaepmanstraat en omgeving. Ook het Sint-Odulphuslyceum en het Studiehuis St. Joseph van de Congregatie van Mill Hill, tegenwoordig De Rooi Pannen, zijn van zijn hand.

Een van zijn belangrijkste werken is de in 1913 voltooide Kerk van Onze Lieve Vrouw van Goede Raad in Tilburg, ook bekend als Broekhovense kerk, een van de eerste kerken in Nederland die in expressionistische stijl werden gebouwd. Andere kerken van zijn hand zijn die van Balgoij en Maliskamp. Een andere kerk, de Sacramentskerk in 's-Hertogenbosch, is inmiddels gesloopt.

Samen met zijn zoon Eduard van der Valk, met wie hij vanaf 1945 samenwerkte, ontwierp hij in 1952 ook de eerste flatgebouwen van Tilburg aan de Nassaustraat en de Ringbaan West. Tot vlak voor zijn dood was Van der Valk als architect werkzaam. Daarna zette zijn zoon Eduard de firma voort.

Externe bronBewerken