Hoofdmenu openen

Jacob Blauw

Nederlands politicus (1759-1829)
(Doorverwezen vanaf Jacobus Blaauw)
Jacob Blauw door Jacques-Louis David (1795)

Jacob(us) Blauw (Gouda, gedoopt 28 maart 1759Parijs, 12 oktober 1829)[1] was een Nederlandse rechter, politicus en diplomaat. Als een van de voormannen van de patriotten speelde hij, naast Pieter Paulus en Samuel Iperusz. Wiselius een grote rol in de Bataafse Revolutie. Hij ging zo ver dat hij in 1796 zelfs doodvonnissen voorstelde voor het speculeren in assignaten.[2]

LoopbaanBewerken

Jacob Blauw was zoon van de Goudse predikant Pieter Blauw en Johanna Veeris. Hij studeerde rechten aan de Universiteit Leiden en promoveerde aldaar in 1776.[1] Hij werd op jeugdige leeftijd raadsheer aan het Hof van Justitie in Batavia. Eenmaal terug werd hij benoemd als pensionaris van Leiden en was aanwezig bij het opstellen van "Leids Ontwerp", samen met Pieter Vreede, Wybo Fijnje, Rutger Jan Schimmelpenninck en Cornelis van Foreest. Hij werd raad in de vroedschap van Gouda, in 1786 kolonel van de schutterij en afgevaardigde naar de Staten van Holland.

In 1787 zou hij mede verantwoordelijk zijn geweest voor de aanhouding van prinses Wilhelmina bij Bonrepas en haar overbrenging naar Goejanverwellesluis.[1] Na de Pruisische inval werd Blauw op 22 oktober 1787 ontslagen uit de schutterij van Gouda, waarna hij naar Brussel vluchtte. In 1788 keerde hij terug toen duidelijk werd dat hij in aanmerking kwam voor amnestie.[3]

Blauw vestigde zich in Leiden. Eind 1793 was hij actief als een van de voornaamste voorbereiders van de omwenteling die op 19 januari 1795 te Amsterdam haar beslag kreeg. In december 1794 ging Blauw als lid van een Comité Revolutionair naar 's-Hertogenbosch, waar het Franse leger onder Pichegru op het punt stond Nederland binnen te trekken. Kort daarop reisde hij als gevolmachtigd minister met Willem van Irhoven van Dam naar Parijs en had een ontmoeting met Johan Valckenaer en Nicolaas van Staphorst. Het was hun bedoeling een invasie te bespoedigen en het Bataafs Legioen, dat al die tijd onderhouden moest worden, eindelijk af te laten marcheren. De stadhouderlijke regering had de onderhandelaars Gerard Brantsen en Repelaer naar Parijs gezonden om een invasie tegen te werken. Ze kregen toegang tot het Comité de Salut Public. Lazare Carnot reageerde geïrriteerd toen het gezantschap aandrong op arrestatie van de beide prinsgezinde gezanten en zich afvroeg waarom de bezetting van de Republiek zo lang werd uitgesteld.[4] Het gezelschap droop af na een terechtwijzing. Bernardus Blok, die vanuit Calais naar Parijs was gereisd en geprobeerd had de zaak naar zich toe te trekken, is uitgeschakeld.[5]

Bataafse RepubliekBewerken

Op 20 februari 1795 werd Blauw formeel aangesteld door de Staten-Generaal. Van Irhoven van Dam en Blauw kregen ruzie en de eerste werd vervangen door de uit Bordeaux afkomstige koopman Caspar Meijer als vertegenwoordiger van de Bataafse Republiek. Van 1796 tot 1797 was Blauw gevolmachtigd minister in Venetië en woonde in die tijd in Turijn.[1] Na zijn terugkeer naar Holland woonde Blauw waarschijnlijk in Gouda. Hij werd lid van de Tweede Nationale Vergadering van de Bataafse Republiek. Van 11 december 1797 tot 27 december 1797 was Blauw twee weken lang voorzitter. Niet lang daarna, op 22 januari 1798 pleegden Pieter Vreede en Wybo Fijnje, geen vrienden, een coup. Blauw vertrok naar Parijs, en ontving daar Samuel Iperusz. Wiselius en Bogislaw von Liebherr, op een lastige missie, aangaande Hollandse retourschepen, die onder een niet-Hollandse vlag voeren en door de Fransen bij Kaap de Goede Hoop in beslag genomen waren.

Blauw werd vervolgens benoemd als buitengewoon gezant te Wenen, een benoeming bewerkstelligd door de frauduleuze Jan Eykenbroek, die hem als pottenkijker van het Parijse toneel wilde verwijderen. Een nieuwe coup in Holland, onder leiding van Herman Willem Daendels gooide echter roet in het eten. Blauw is zelfs niet naar Wenen afgereisd. In 1811 keerde Blauw terug naar Holland, waar hij in Dordrecht was aangesteld als ontvanger van de droits réunies. Hij had deze baan hard nodig, omdat zijn vermogen was opgesoupeerd door de schoonvader van zijn dochter, die hij als vermogensbeheerder had aangesteld. In 1813 week hij weer uit naar Frankrijk. Hij sleet zijn nadagen in Parijs, waar hij in 1829 overleed.[1]

BibliografieBewerken

  • Blauw, Jacobus Selecta quaedam juris civilis controversi capita (1776) proefschrift Leiden.[1]
  • Dam, Willem van Irhoven van en Jacobus Blauw Geschiedkundig verhaal van het gedrag der Nederlandsche gemeenebest-gezinden; geduurende den tegenwoordigen oorlog, door de Fransche republiek ... verklaard op den 1 February 1793 ... / Ghetrouwelijck uyt de Fransoyse tale ... overgeset (1795) uitg. D.M. Langeveld, Amsterdam

Externe linkBewerken