Hoofdmenu openen

Het Incident aan de Rio Nuñez, ook wel de Slag bij Boké genoemd, vond tussen 24 en 26 maart 1849 plaats in Boké, aan de Rio Nuñez, in het hedendaagse Guinee. Een bondgenootschap van Belgische en Franse marineschepen bestookte de inheemse Landoema’s en Britse handelaars.

Incident aan de Rio Nuñez
De inname van Boké. Paul-Jean Clays, 1849.
De inname van Boké. Paul-Jean Clays, 1849.
Datum 24 tot 26 maart 1849
Locatie Boké (in hedendaags Guinee)
Resultaat Belgisch-Franse overwinning;
inname van Boké;
verwerving van het Landoema-gebied door België en Frankrijk.
Strijdende partijen
Vlag van België Koninkrijk België
Vlag van Frankrijk Republiek Frankrijk
Landoema-volksstam
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Leiders en commandanten
Vlag van België Joseph Van Haverbeke
Vlag van Frankrijk Charles de Kerhallet
Vlag van FrankrijkHenri de la Tocnaye
Mayoré, koning van de Landoema’s
Vlag van Verenigd Koninkrijk Britse slavenhandelaars
Troepensterkte
Vlag van BelgiëVlag van Frankrijk drie oorlogsschepen, twee handelsschepen Britse wapens
Verliezen
5 doden en 20 gewonden onbekend aantal doden en gewonden bij Landoema’s en de Britten

Inhoud

AanleidingBewerken

Voor het incident had België in 1848 een kolonie verworven aan de oevers van de Rio Nuñez, de Belgische kolonie aan de Rio Nuñez. Het jaar nadien, in 1849, wensten de Belgen hun nederzetting stroomopwaarts uit te breiden, in de omgeving van Boké. Daarom stuurden zij hun oorlogsschoener Louise Marie[noot 1] naar het gebied, onder bevel van luitenant-ter-zee eerste klasse Joseph Van Haverbeke.

Rond die tijd werden de voornamelijk Franse handelaars in Boké verdreven en bestolen door de Landoema’s, de inheemse bevolking in het gebied. Deze volksstam wilde exclusief samenwerken met de Britten, die hen overigens opjoegen met rum en wapens. De inlanders lieten hen dan ook ongemoeid.[1]

De koning van de Landoema’s was Mayoré. Hij werd leider van de volksstam nadat hij zijn oudere broer Tongo had verjaagd. Onder het bewind van Mayoré kwam de veiligheid van de lokale Europese handelaars in het gedrang. Ze werden onder meer lastiggevallen, afgeperst en ontvoerd.[1][2]

Vraag om Belgische hulpBewerken

Toen de Franse handelaars vernamen dat er een Belgisch oorlogsschip in de buurt was, stuurden ze een brief naar bevelhebber Van Haverbeke met de vraag om hulp. Op het moment van de brief was de Louise Marie het enige oorlogsschip in de omgeving. Bevelhebber Van Haverbeke probeerde koning Mayoré nog te bedaren, maar zijn pogingen waren vruchteloos.[3][1]

Op 27 februari 1849 arriveerden twee Franse korvetten in de Rio Nuñez.[4] Het ging om de La Recherche, onder bevel van kapitein Henri de la Tocnaye, en om de La Prudente, onder commando van luitenant-ter-zee Charles de Kerhallet. Deze schepen wilden de Franse handelaars bescherming bieden.[1] Al gauw vonden de Fransen en de Belgen elkaar. Zowel de Belgen als de Fransen wensten immers toegang tot het gebied van de Landoema’s en vreesden de eventuele vestiging van Britse controle over Boké. Daarom bundelden ze hun krachten. De drie bevelhebbers probeerden nog om te onderhandelen met Mayoré, maar ook deze verzoeningspoging draaide op een sisser uit.[3]

Militaire interventieBewerken

VoorbereidingenBewerken

Nadat verschillende onderhandelingspogingen mislukt waren, opteerden de drie bevelhebbers voor een militaire interventie. Deze zou doorgaan onder het opperbevel van kapitein de la Tocnaye.[3] Het doel van de interventie was de vernietiging van Boké en de afzetting van koning Mayoré. Er deden zich echter complicaties voor, die de operatie bemoeilijken. Ten eerste was Boké versterkt door de aanwezigheid van Baithwait en Martin,[3] twee Britse slavenhandelaars.[2] Bovendien was de Rio Nuñez te ondiep ter hoogte van Boké om er met de grote oorlogsschepen te geraken.[1] Om aan dit tweede probleem te verhelpen werd een beroep gedaan op de schepen van de lokale Belgische en Franse handelaars. Zo stelde de Frans-Belgische koopman Abraham Cohen zijn Emma ter beschikking van luitenant-ter-zee Van Haverbeke.[1] De Franse koopman Salcedo leende zijn Dorade uit. De vracht werd uitgeladen, terwijl de kanonnen overgeladen werden van de oorlogsschepen op de handelsschepen.[3]

24 maart 1849Bewerken

De aanval begon op 24 maart 1849. Eenmaal de Emma en de Dorade aankwamen voor Boké gaf opperbevelhebber de la Tocnaye het bevel om te vuren, hetgeen drie kwartier duurde. Bij de beschietingen werd de woning kan koning Mayoré beschadigd en brandde ze volledig uit. De koning diende dus ook te vluchten.[3]

De inlanders namen hun tegenstanders onder vuur met zowel Britse vuurwapens als met pijl en boog.

Nadat de Landoema-soldaten het vuren staakten en het woud in vluchtten, gingen de Belgische en Franse mariniers aan wal en beklommen ze de heuvel waarop Boké lag. De inname van Boké was een feit. De geplande vernietiging was dat ook. De mariniers vernietigden namelijk de vijandelijke kanonnen, terwijl de woningen en schuren in Boké in brand stonden. Bovendien liet Van Haverbeke een nabijgelegen dorpje platbranden. Rond drie uur gingen de mariniers weer aan boord. Ze namen in beslag genomen wapens van de vijand mee. De Belg Durant verzorgde de gewonden.[3]

25 maart 1849Bewerken

’s Anderendaags, op 25 maart 1849, volgde de aftocht van de overwinnaars over de Rio Nuñez. De Louise Marie werd geëscorteerd door de handelsschepen Emma en Dorade. Vanop de rechteroever werd het schip evenwel onder vuur genomen door de inlanders. De Louise Marie bood stevig weerwerk.[3]

26 maart 1849Bewerken

Hetzelfde tafereel herhaalde zich op 26 maart, toen overigens verschillende Belgen werden geraakt. Tijdens de aftocht liep de Louise Marie vast op een zandbank. In de ganse militaire operatie was dit het meest penibele moment voor het Belgisch schip. De Emma kon de Louise Marie echter op tijd uit haar netelige positie bevrijden.[1]

GevolgenBewerken

Een direct gevolg van de militaire interventie was de afzetting van koning Mayoré en het herstel van het bewind van de vorige koning, Tongo. De erkentelijke Tongo sloot met de Belgische luitenant-ter-zee Van Haverbeke een verdrag, waardoor Belgen handelsposten mochten oprichten in het gebied van de Landoema’s. Een soevereiniteitsoverdracht ten voordele van België volgde evenwel niet.[3]

Na de interventie keerde de Louise Marie terug naar Antwerpen. Op 17 juni 1849 kwam het oorlogsschip aan in België, maar moest ter hoogte van Doel in quarantaine blijven omdat er cholera was uitgebroken.

De plaatselijke Europese handelaars in Boké waren Van Haverbeke dankbaar en overhandigden hem een eresabel.[2] De bevelhebbers Van Haverbeke, de la Tocnaye en de Kerhallet werden geridderd in de Leopoldsorde en de Légion d’honneur.[1]

Voor het overige bleef de militaire operatie in de doofpot uit vrees voor een Britse reactie. Baithwait en Martin, de Britse handelaars, zagen in Boké hun handelspatrimonium in vlammen opgaan en eisten daarom herstel van de geleden schade. Schadevergoeding heeft België nooit betaald, Frankrijk evenmin.

WetenswaardighedenBewerken

In 1849 maakte de Belgische kunstschilder Paul-Jean Clays een schilderij over het incident aan de Rio Nuñez. De inneming van Boké geeft de Belgische driemaster Emma en de Franse tweemaster Dorade weer.