Hoofdmenu openen

De ideologische en filosofische alarmbelprocedure is een bijzondere procedure die kan worden gebruikt in de parlementen van de Belgische Gemeenschappen en die de bedoeling heeft ideologische minderheden in de gemeenschappen te beschermen.

OntstaansgeschiedenisBewerken

Op nationaal niveau bestond er in België steeds een evenwicht tussen katholieken en vrijzinnigen, doordat er een ruime katholieke meerderheid was in het noorden van het land en een groot aantal vrijzinnigen in het zuiden. Wanneer in het kader van de staatshervorming (het leeuwendeel van) de culturele bevoegdheden werden overgedragen naar de Gemeenschappen, bestond de vrees dat dit tot problemen zou kunnen leiden doordat dit evenwicht op het niveau van de Gemeenschappen niet langer bestond. Daarom werd in het toenmalige art. 59 bis §7 van de Grondwet (het huidige art. 131 GW) ingeschreven dat er bij wet een procedure moest worden voorzien om die ideologische minderheden te beschermen. Dit gebeurde in een wet van 1971.

ToepassingsgebiedBewerken

De ideologische en filosofische alarmbelprocedure is, zoals gezegd, ingevoerd in het kader van de eerste staatshervorming en kan aldus enkel toegepast worden in materies waarin de Gemeenschappen bevoegd zijn. De procedure is niet van toepassing op gewestelijke materies.

ProcedureBewerken

Ten minste 1/4 van de leden van het Vlaams Parlement of het Franse Gemeenschapsparlement of ten minste 3 leden van het Duitstalige Gemeenschapsparlement kunnen de ideologische en filosofische alarmbel luiden door middel van een motie. Die motie moet neergelegd worden na het indienen van het verslag van de parlementaire commissie en voor de eindstemming (in eerste lezing) in de plenaire vergadering. In de motie moet gezegd worden welke bepalingen worden gezien als een discriminatie op het ideologische of filosofische vlak en waarom zij dit zo ervaren.

Vervolgens wordt de ontvankelijkheid van de motie onderzocht door een commissie, bestaande uit de voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement en het Franse Gemeenschapsparlement. Wanneer de motie afkomstig is van de Duitstalige Gemeenschap, neemt ook de voorzitter van het Duitstalige Gemeenschapsparlement deel aan de besprekingen.

Wanneer die commissie de motie ontvankelijk verklaart, verplaatst het dossier zich naar de Kamer en de Senaat. Wanneer een van die assemblees besluit dat het ontwerpdecreet of bepalingen ervan wel degelijk discriminerend is, kan er niet meer over gestemd worden in het betrokken gemeenschapsparlement.

Belang en actuele betekenisBewerken

De ideologische alarmbel is vooral een symbool gebleven in de Belgische politiek en het staatsrecht. Er werd slechts één keer bijna gebruik van gemaakt, nl. bij het zogenaamde VTM-decreet van de Vlaamse Gemeenschap, waar de vrijzinnigen meenden dat de katholieke mediagroepen een te grote greep kregen op de commerciële zender. Voor het dossier naar het federale niveau verschoof, werd echter op Vlaams niveau een oplossing gevonden.

Ook is het te betwijfelen of de uitgangspunten van deze procedure nog beantwoorden aan de hedendaagse realiteit. Het katholicisme heeft immers ook in Vlaanderen erg veel van zijn aanhang verloren en de christendemocraten vertegenwoordigen nog slechts 1/4 van het electoraat. Het is dus zeer twijfelachtig of het ideologisch evenwicht, dat op het federale niveau bestond, vandaag nog bestaat.