Hufter is een informele aanduiding voor iemand die zich bij herhaling niet conformeert aan de geldende sociale regels en omgangsvormen en zich daarmee schuldig maakt aan asociaal gedrag. Voorbeelden van hufterig gedrag kunnen zijn: verkeersagressie, bumperkleven, met opzet geen voorrang verlenen of regelmatig geluidsoverlast veroorzaken.

HerkomstBewerken

Het zelfstandig naamwoord hufter, van het werkwoord hufteren (huiveren), werd voor het eerst aangetroffen in Noord-Holland in de negentiende eeuw. Het stond toen voor 'koukleum', maar ook voor 'bangerik of zwakkeling'. Men kent in West-Friesland nog steeds de kwalificatie 'hufterig weer'. In de vroege twintigste-eeuw werd het meer algemeen gebruikt in de betekenis van 'sufferd' en 'botterik', wat weer evolueerde tot 'schoft'. Een oudere theorie staat in het Van Dale Etymologisch woordenboek, dat als oorspronkelijke betekenis geeft 'iemand die aan de galg hoort'.[1]

AfleidingenBewerken

In Nederland wordt regelmatig de afgeleide term hufterproof gebruikt voor producten die moeilijk te vernielen zijn voor vandalen.

"Hufterigheid" / "Verhuftering"Bewerken

Het begrip hufterigheid werd tussen 2000 en 2002 plotseling populair in de Nederlandstalige media. Ook het begrip verhuftering deed toen zijn intrede[2] en verwees vooral naar agressieve en asociale mensen uit de lagere sociale klassen (tokkies, en deelnemers aan het televisieprogramma Big Brother). In de daaropvolgende jaren werd erkend dat hufters zich onder alle lagen van de bevolking bevinden.

AnekdoteBewerken

Toen de Leidse rechtsfilosoof professor Andreas Kinneging de journalist Rutger Castricum van PowNews in het water dreigde te gooien, werd hem hufterigheid verweten. Het incident volgde nadat de vrouw van Kinneging, de columniste Naema Tahir, zich keerde tegen wat zij "de verhuftering in de journalistiek" noemde, en een oproep deed om Castricum de toegang tot het Binnenhof te ontzeggen.[2]

  Zoek hufter op in het WikiWoordenboek.