Het monster van Loch Ness (Bommelsaga)

stripverhaal

Tom Poes en het monster van Loch Ness (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Het monster van Loch Ness) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 1 december 1947 liep tot 23 januari 1948. Thema: Het bouwen van monsters als toeristische attractie.[1]

Het verhaalBewerken

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Heer Bommel en Tom Poes zitten gezellig bij de open haard van het slot Bommelstein. Bediende Joost komt binnen met een brief voor Olivier B. Bommel uit Schotland. De kaart is ongefrankeerd dus dat kost 40 centen port. Maar de kasteelheer accepteert de brief ondanks bedenkingen van Tom Poes. De brief komt van Ness Manor en dat is vast ook een kasteel. De eigenaar, Adam Macadam, roept hulp in om het bekende Monster van Loch Ness te verjagen. Heer Bommel besluit met veel aarzeling de Oude Schicht te laden en met Tom Poes naar Schotland af te reizen.

In het tot restaurant omgebouwde kasteel worden de twee Rommeldammers zuinigjes ontvangen. Een tweepersoonszolderkamer voor 10 gulden, 12 gulden[2] indien voorzien van stromend water. Het hotel loopt niet vanwege angst voor het monster van Loch Ness.

Bij hun eerste wandeltocht ontdekken heer Bommel en Tom Poes sporen langs het meer. Heer Bommel loopt met de handen omhoog weg om inkopen te gaan doen.[3] Tom Poes zoekt alleen verder en komt in contact met een gravende geleerde met schop, die zich voorstelt als professor Prlwytzkofsky. Ook hij is gekomen na een verzoek van Adam Macadam. Even later ziet Tom Poes een rioolbuis wegwandelen. Hij brengt de buis ten val en er komt een mannetje onder tevoorschijn dat zegt Tom Poes te kennen.

Nadat heer Bommel nog wat heeft opgeschept over zijn toekomstige heldendaden tegen de journalist, verwijt Tom Poes hem dat hij te veel praat en te weinig doet. Maar zijn vriend wijst op gevaar achter hem en ook Tom Poes ziet nu het voorbijtrekkende donkere silhouet van een groot hagedisachtig monster. Terwijl heer Bommel weer wegrent, beseft Tom Poes dat hij ten onrechte heeft getwijfeld aan het bestaan van het monster. Journalist Argus ziet het dier ook langskomen maar is niet erg onder de indruk. Het maakt een vriendelijke indruk en hij hoopt op een aanstaand interview. Tegen Tom Poes zegt de journalist dat hij een primeur te pakken heeft. Vervolgens zien de twee Rommeldammers een groep Schotten aan komen wandelen uit de richting van het verdwenen monster. Ze zeggen een spaarclub te zijn. En het monster hebben ze niet gezien want anders stonden ze er niet meer.

In het hotel is het die avond een gezellige boel. De Schotten van de spaarclub, heer Bommel, de gravende geleerde en ook commissaris Bulle Bas zijn aanwezig.[4] Heer Bommel vertelt vol overtuiging dat hij het monster al bijna te pakken had. De volgende dag gaan heer Ollie en Tom Poes naar het idee van eerstgenoemde een valkuil graven bij de oevers van het meer. Teruglopend naar het kasteel wordt heer Bommel door een hijskraan gegrepen. Hij is de derde figuur die niet het monster blijkt te zijn volgens de kraanbediende, die in opdracht handelt van een Internationale Vereniging. Tom Poes legt het misverstand uit, Adam Macadam heeft talloze mensen ingeschakeld. Ook de professor Prlwytzkofsky vertoont zich met een groep werklieden. Tom Poes vindt het hele gebeuren nu op een hengelwedstrijd gaan lijken.

In de opvolgende nacht gaan heer Bommel en Tom Poes weer op pad. Ze splitsen zich om los van elkaar op pad te gaan en bij elke rondgang de gegraven valkuil te inspecteren. Tom Poes vindt op zijn ronde een opening in een rotswand. Hij ontdekt veel zakken en een soort stamper om voetafdrukken te maken, maar hij wordt vastgegrepen en in een dichtgebonden zak opgeborgen. Heer Bommel patrouilleert met zijn geweer, dat per ongeluk afgaat als hij in een tak blijft haken. Van schrik valt hij rennend in zijn eigen valkuil. Professor Prlwytzkofsky legt journalist Argus aan de rand van de valkuil uit dat hij het monster gaat bedwelmen met lachgas. Maar vanuit de kuil klinkt protest en de professor constateert dat: “Der Bommel in zijn eigen kuil is gevallen”. Terug in het hotel legt heer Bommel zijn wederwaardigheden uit aan commissaris Bulle Bas. Die vraagt zich af waar Tom Poes is gebleven.

Inmiddels heeft Tom Poes zich bevrijd uit de dichtgebonden zak door wat heen en weer te rollen. Onder de ogen van journalist Argus komt hij uit de berg naar beneden op het moment dat heer Bommel en Bulle Bas samen aan komen wandelen. Tom Poes legt uit wat hem is overkomen, maar als de commissaris de grot inspecteert is die geheel leeg. Tom Poes wil nu een andere uitgang gaan zoeken en heer Bommel vergezelt hem. Ze komen oog in oog te staan met de kop van een monster en rennen weg. Er ontstaat verwarring als ze terugkeren omdat ze ook professor Prlwytzkofsky en zijn helpers tegen het lijf lopen en zoekende Schotten. Terwijl journalist Argus de groep een interview afneemt vertoont de kop van het monster zich in het meer. Tom Poes bedenkt zich niet meer en slaat de kop van het monster met een stok. Het gummi spat uit elkaar en commissaris Bulle Bas noemt Tom Poes een pienter ventje, want uit de kop komen Adam Macadam en zijn bevriende Schotten. En in zakken, die eerst in de grot lagen, liggen de andere stukken van het monster.

Hoteleigenaar Adam Macadam legt desgevraagd uit dat het monster was ontworpen om gasten te lokken. Heer Bommel spreekt zijn gastheer bestraffend toe maar overhandigt hem wel een bundeltje bankbiljetten. Nog een keer laat journalist Argus heer Bommel schrikken door de monsterkop op te zetten, maar die truc werkt maar even. Adam geeft op kosten van heer Bommel een slotmaaltijd voor de vijf Rommeldammers. Bulle Bas meent dat zijn vakantie in het water is gevallen maar Argus drinkt op Tom Poes. Heer Bommel houdt niet zo van die loftuitingen en daarom rijdt de Oude Schicht snel terug naar huis.

VoetnootBewerken

  1. In dit verhaal is het debuut van professor Zbygniew Prlwytzkofsky en de journalist Argus.
  2. Het betaalmiddel aldaar is de gulden, in Rommeldam de florijn of de gouden dukaat.
  3. Schepnet, muizenval en rattengif.
  4. De politiechef is daar formeel om vakantie te vieren.
Voorganger:
De nieuwe ijstijd
Bommelsaga
1 december 1947 - 23 januari 1948
Opvolger:
De geheimzinnige sleutel