Hans Hellmut Kirst

Duits schrijver

Hans Hellmut Kirst (Osterode, Oost Pruisen, 5 december 1914 - Werdum, Oost-Friesland, 13 februari 1989) was een productieve Duitse schrijver.

Hans Helmut Kirst

Kirst verhuisde als kind vaak omdat zijn vader politieman was en vaak van standplaats moest wisselen. Hij bezocht het Kaiser-Wilhelm-Gymnasium in Osterode, waarna hij naar de handelsschool ging.

In 1933 nam hij (op aandringen van zijn vader) dienst in de Reichswehr in Koningsbergen. Hij werd ingedeeld bij de luchtafweer. Kirst sloot zich - zoals veel militairen - al vrij snel aan bij de NSDAP, de partij van Adorf Hitler. In 1935 werd hij bevorderd tot korporaal en in 1937 tot wachtmeester (onderofficier). In 1939 diende hij als opperwachtmeester van de luchtdoelartillerie bij de inval van Polen en was later bij de aanval op Frankrijk. In 1941 viel hij met de Wehrmacht de Sovjet-Unie binnen. In 1943 werd hij officier en bevorderd tot 2e luitenant. Van 1943 tot 1945 gaf hij les in krijgsgeschiedenis in Schönau en werd uiteindelijk eerste luitenant en in 1945 commandant van de staf batterij, waar hij overigens de latere Minister President van Beieren en Duitse Minister van Defensie, Frans Josef Strauß opvolgde. Kirst en Strauß waren geen vrienden.

Kirst had na zijn belevenissen in de Tweede Wereldoorlog veel succes met het schrijven van de 08/15 romanserie over de kanonnier Asch. In Duitsland waren de eerste titels 08/15 in der Kaserne, 1954, 08/15 im Krieg, 1954 en 08/15 bis zum Ende, 1955 en later 08/15 heute, 1963 en 08/15 in der Partei, 1978. De eerste drie boeken zijn ook verfilmd. Deze vijf romans volgen het leven van een soldaat van voor de oorlog, via het Russische front en tot het chaotische einde van de oorlog en vervolgens (enkele jaren later) nog enkele boeken over de gebeurtenissen in het naoorlogse Duitsland. In 1960 en 1962 verscheen wat als zijn beste werken werd geprezen, namelijk Fabrik der Officiere en Die Nacht der Generale; dit eerste boek werd in 1967 verfilmd. Dit boek gaat over een moord en de de onderlinge getroebleerde verhoudingen tussen officieren en cadetten op een artillerie school aan het einde van de oorlog.

Op 14 december 1961 trouwde Kirst met de actrice Ruth Müller. Met zijn vrouw en hun dochter Beatrice leefde hij teruggetrokken in Feldafing aan de Starnberger See (Beieren). Later zou hij naar Werdum in Oost-Friesland verhuizen. Hij werkt ondertussen als recensent van films en toneel voor diverse kranten en tijdschriften. Kirst bleef tot op hoge leeftijd productief.

Hoewel het dus niet uitgesloten is dat Kirst voor en tijdens de oorlog een overtuigde nationaal socialist was, was hij na de oorlog sterk geëngageerd om Duitsland te helpen de oorlog te verwerken (met zijn boeken) en de slachtoffers van het nationaal socialisme te helpen. Van zijn (forse) inkomsten als succes auteur heeft hij een flink deel gebruikt om goede doelen te ondersteunen. Hij heeft met zijn geld geholpen om weeshuizen in Polen en sociale organisaties in Israël op te zetten.

Interessant is nog de levenslange vete met zijn militaire ranggenoot en de latere rechtse conservatieve Duitse minister van defensie en partijleider van de CSU Franz Josef Strauß. Deze Strauß was samen met Kirst als luitenant werkzaam in Schonau bij de luchtafweer school van 1944-1945 (ze waren dus collega’s maar bepaald geen vrienden). Strauß vertelde bij zijn gevangenname door de Amerikanen dat Kirst een fanatieke Nazi was geweest. Hierdoor werd Kirst negen maanden in een interneringskamp opgesloten (hier werden na de oorlog de politiek gevaarlijke Duitsers opgesloten). Hier begon Kirst met schrijven. Strauß ging na de oorlog in de politiek en liet zelfs nog enkele jaren een schrijfverbod tegen Kirst afkondigen. Toen Strauss in 1956 minister van defensie werd en leiding gaf aan de Duitse herbewapening, voerde Kirst daar en fanatieke strijd tegen. De verhouding in de oorlog tussen Strauß en Kirst staat waarschijnlijk model voor veel relaties tussen militairen in de boeken van Kirst, waarbij naast kameraadschap ook vaak verraad, achterdocht en machtsmisbruik door hoger geplaatsten een rol spelen.

In totaal schreef Kirst zestig romans, veelal over de tweede wereldoorlog maar ook een aantal detectiveverhalen. Ook schreef hij een Biografie (Van de Duitse Filmacteur Heinz Rühmann). Kirst overleed op 23 februari 1989 in Bremen. Hij leed aan Kanker. Strauß overleed een jaar eerder.

BibliografieBewerken

Romans (Originele titel, plaats en datum eerste uitgave, aantal pag. [Nederlandse titel])

  • Wir nannten ihn Galgenstrick, München 1950, 398p. [Galgenstrik]
  • Sagten Sie Gerechtigkeit, Captain?, 1952, (Neufassung 1966: Letzte Station Camp 7) [Zei U gerechtigheid, captain?]
  • Aufruhr in einer kleinen Stadt, München 1953, 383p. [Oproer in een kleine stad]
  • 08/15 Die abenteuerliche Revolte des Gefr. Asch, 1954, (späterer Titel: 08/15 in der Kaserne) [08/15 De Kazerne]
  • 08/15 Die seltsamen Kriegserlebnisse des Soldaten Asch, 1954, (späterer Titel: 08/15 im Krieg), 1954, [08/15 De Oorlog]
  • 08/15 Der gefährliche Endsieg des Soldaten Asch, 1955, (späterer Titel: 08/15 bis zum Ende) [08/15 Het Einde]
  • Die letzte Karte spielt der Tod, 1955, [Tokio Sorge antwoord niet ook als De dood speelt de laatste troef]
  • Gott schläft in Masuren, 1956, [God slaapt in Masuren]
  • Mit diesen meinen Händen, 1957, [Het werk mijner handen]
  • Keiner kommt davon, 1957, [De laatste dagen van Europa ook als Niemand ontspringt de dans]
  • Kultura 5 und der rote Morgen, 1958, [Kultura 5]
  • Glück läßt sich nicht kaufen, 1959, [Morgen is het leven anders]
  • Fabrik der Offiziere, 1960, [Fabriek van officieren]
  • Kameraden, 1961, [Kameraden]
  • Die Nacht der Generale, 1962, [De Nacht van de Generaals]
  • Bilanz der Traumfabrik, 1963
  • 08/15 heute, 1965, [08/15 Vandaag]
  • Aufstand der Soldaten-Roman des 20 Juli 1944, 1965, [Opstand tegen Hitler]
  • Die Wölfe, 1967, [De wolven]
  • Deutschland deine Ostpreußen, 1968
  • Kein Vaterland, 1968, [Geen Vaderland]
  • Soldaten, Offiziere, Generale, 1969
  • Faustrecht, 1969, [Vuistrecht]
  • Heinz Rühmann, (Biographie), 1969
  • Held im Turm, 1970, [De held in de toren]
  • Udo - Das Udo Jürgens Songbuch (Textbeiträge), 1970
  • Kriminalistik, BLV-juniorwissen Band 5, 1971, [Criminalistiek]
  • Verdammt zum Erfolg, 1971, [Verdoemd tot succes]
  • Gespräche mit meinem Hund Anton, 1972
  • Verurteilt zur Wahrheit, 1972,[Veroordeeld tot waarheid]
  • Verfolgt vom Schicksal, 1973, [Achtervolgd door het noodlot]
  • Alles hat seinen Preis, 1974, [Alles heeft zijn prijs]
  • Und Petrulla lacht, 1974
  • Die Nächte der langen Messer, 1975, [De nachten van de lange messen]
  • Generals-Affären, 1977, [Het generaalskomplot]
  • Die Katzen von Caslano, 1977
  • Endstation Stacheldraht, 1978
  • 08/15 in der Partei, 1978, [08/15 De Partij]
  • Der Nachkriegssieger, 1979, [Na de oorlog...]
  • Der unheimliche Freund, 1979, [Een gevaarlijke vriend]
  • Hund mit Mann-Bericht über einen Freund, 1979
  • Eine Falle aus Papier, 1981, [Het Hagen-komplot]
  • Bedenkliche Begegnung, 1982, [Een dubieuze verhouding]
  • Geld-Geld-Geld, 1982
  • Ausverkauf der Helden, 1983, [De helden van het laatste uur]
  • Die gefährliche Wahrheit, 1984, [De gevaarlijke waarheid]
  • Die seltsamen Menschen von Maulen - Eine heitere Erzählung aus Ostpreußen, 1984
  • Blitzmädel, 1984, [Vrouwen achter de frontlijn]
  • Ende 45, 1985, [Voorjaar ‘45]
  • Das Schaf im Wolfspelz. Ein deutsches Leben, 1985
  • Ein manipulierter Mord, 1987
  • Geschieden durch den Tod, 1987
  • Erzählungen aus Ostpreußen, 1987
  • Die merkwürdige Hochzeit in Bärenwalde, 1988
  • Stunde der Totengräber, 1988, [Het uur der vergelding]
  • Der unheimliche Mann Gottes, 1988
  • Menetekel '39, 1989, [Op naar Warschau]
  • Vergebliche Warnung, Der Polenfeldzug, 1989
  • Die Ermordung des Rittmeisters, 1992
  • Erinnerungen an eine unvergessene Heimat

ToneelstukkenBewerken

  • Auch dem Gesindel spielen Flöten, Komödie, 1947
  • Galgenstrick, Schauspiel, 1948
  • Aufstand der Offiziere, ( Regie: Erwin Piscator), 1966

AutobiografischBewerken

  • Das Schaf im Wolfspelz. Ein deutsches Leben. Biographische Versuchungen 1945 bis 1957, 1985