Hoofdmenu openen

Gunderik

soevereine uit Vandalen (379-428)

Gunderik (ca 380-428), was koning van de Vandaalse Asdingen (406-428) en van de Alanen vanaf 426. Hij was de oudste zoon van Godigisel, onder wiens leiding de Asdingen het Romeinse Rijk binnendrongen. Godigisel sneuvelde in Gallië in 406 tijdens een gevecht met de Romeinen waarna Gunderik hem opvolgende als koning.

Trektocht door GalliëBewerken

Onder leiding van Gunderik doorkruisten de Vandalen in twee jaar tijd Gallië. Hierbij ondervonden zij in eerste instantie weinig tegenstand, omdat de meeste Romeinse troepen zich in Italië bevonden, waar oppergeneraal Stilicho iedereen nodig had in de strijd tegen Alarik I en de Visigoten. De Vandalen ontweken op hun trektocht zo veel mogelijk de Romeinse strijdkrachten en lieten de grote steden links liggen. Al plunderend en rovend voorzag het Vandaalse volk zich van leefvoer, en zij weken uit naar het zuiden toen de usurpator Constantijn III in 407 met zijn leger vanuit Brittannië overstak naar het vasteland. In 409 leidde Gunderik de Vandalen de Pyreneeën over, Spanje binnen. Ook hier ontweek hij het Romeinse leger en vestigde zich aanvankelijk in Noordwest-Spanje. Al spoedig leidde hij van daaruit de Asdingen naar het zuiden, naar dat deel van Spanje dat nu bekendstaat als Andalusië.

SpanjeBewerken

De Romeinse keizer Honorius zag in Gunderik een bondgenoot tegen zijn rivaal Constantijn III en sloot met hem in 411 een verdrag. Gunderik liet zich hier niet veel aan gelegen. Evenals de naar Spanje meegereisde Silingen, Alanen en Sueven, voerden de Asdingen aanhoudend plundertochten uit. Om deze in het gareel te krijgen, lieten de Romeinen in 415 een Visigotisch leger overkomen naar Spanje om de Romeinse legersmacht daar te versterken. Dit leger ging zeer voortvarend te werk. In twee jaar tijd werden de Silingen praktisch uitgeroeid, dat ze ophielden te bestaan als zelfstandig volk. De overlevenden zouden zich bij Gunderik aansluiten. De Alanen in Hispania Baetica raakten zodanig verzwakt dat deze geen gevaar meer vormden.

AndalusiëBewerken

Vanwege politieke redenen werden de Visigoten teruggeroepen uit Spanje en bleven de Asdingen evenals de Sueven een ondergang bespaard. Omstreeks 420 verlieten de Asdingen het bergachtige Gallicië en trokken door Hispania Lusitania richting Baetica in het zuiden. In Baetica kregen de (Vandalen) steeds meer vaste voet. De keizerlijke stadhouder in Spanje, magister militum Castinus was zonder de hulp van de Visigoten niet in staat om de Vandalen te verslaan. In 422 werd het Romeinse leger verpletterend verslagen en veroverde Gunderik Carthagena waardoor hij heer en meester werd in Baetica.

VisigotenBewerken

De Visigoten die van de Romeinen een vestigingsgebied hadden gekregen in Aquitanië ten zuiden van de Pyreneeën, kregen steeds meer belangstelling voor Spanje toen het gezag van de Romeinen verder afnam. Nauwelijks gehinderd breidden zij hun invloed uit naar Spanje. Omstreeks 426 vielen zij de Alanen aan, en brachten deze een vernietigende nederlaag toe. Attaces, koning van de Alanen, sneuvelde in gevecht met de Visigoten en de meeste overlevenden sloten daarop zich aan bij Gunderik. Deze werd daardoor Rex Vandalorum et Alanorum (koning van zowel de Vandalen als Alanen).

Gedurende de laatste jaren van Gunderiks bewind raakten de Vandalen steeds vaker in gevecht met de Visigoten. Meestal dolven de Vandalen het onderspit, want de Visigoten waren numeriek in de meerderheid. Tijdens een plundering van de stad Sevilla in 428 kwam Gunderik om het leven. De Vandalen kozen zijn halfbroer Geiserik als opvolger. Onder Geiserik lieten de Vandalen Spanje voor de Visigoten en gingen zij in 429 scheep naar Afrika.