Hoofdmenu openen

Een grossier is een groothandelsbedrijf dat goederen in grote partijen inkoopt en deze als tussenhandelaar doorverkoopt aan detailhandels of andere professionele grootverbruikers, zoals horecabedrijven.

Een grossier koopt meestal kant-en-klare goederen in op de binnenlandse markt, en heeft gewoonlijk een assortiment dat één bepaalde goederengroep, zoals kruidenierswaren, vertegenwoordigt.

In economische zin levert een grossier zowel voordelen op voor fabrikanten, die grote hoeveelheden tegelijk kunnen afzetten bij enkele afnemers, als voor detailhandelaren, die bij één leverancier vele verschillende soorten goederen van diverse merken kunnen afnemen. Nadelen ontstaan als er naar fabrikanten toe een monopsonie of oligopsonie ontstaat, waarbij de grossier een dusdanige machtspositie verwerft dat hij de prijs kan bepalen. Naar detaillisten toe kan er een monopolie of oligopolie ontstaan.

De naam komt van het Franse en gros (in het groot), dus een handelaar die in grote hoeveelheden in- en verkoopt. Het verschil met een groothandelaar is niet altijd scherp te omschrijven.

Daarbij komt dat het begrip aan inflatie onderhevig is: Heel wat detailhandels in allerlei producten noemen zich grossier om de indruk te wekken dat het om grote hoeveelheden gaat en dus goedkoop is, terwijl ze in feite aan particulieren leveren.

In figuurlijke zin wordt het woord grossieren, vaak ironisch, toegepast om aan te geven dat iets in grote hoeveelheden ter beschikking wordt gesteld, bijvoorbeeld: Hij grossiert in mooie beloften.