Heerlijkheid Grevenbroek

(Doorverwezen vanaf Grevenbroek)

Grevenbroek was een heerlijkheid die de plaatsen Achel, Hamont en Sint-Huibrechts-Lille omvatte.

GeschiedenisBewerken

 
Wapen van Jan van Grevenbroek uit het Wapenboek Beyeren.

Over de vroege geschiedenis van deze heerlijkheid is weinig bekend. Oorspronkelijk ging het om een allodium. Het gebied was bezit van het kapittel van de Sint-Servaaskerk te Maastricht, waarvan een document uit 1139 getuigt. De heren van Boxtel wierpen zich op als voogden van dit kapittel.

De eerst bekende heer was Willem III van Boxtel die de heerlijkheid in 1338 verwierf. Hij zou het geweest zijn die de eerste burcht liet bouwen. Zijn dochter en schoonzoon, Dirk van Merheim, verwierven de heerlijkheid in 1356 en verkochten deze in 1360 aan Jan van Hamal. De naam Grevenbroek werd in 1364 voor het eerst vermeld. In de nasleep van de Loonse successieoorlog moest Jan afstand doen. Vervolgens kwam het leen aan zijn zoon, Willem van Hamal. Ondertussen was Jan V van Arkel prins-bisschop van Luik geworden en in 1380 werd Grevenbroek gekocht door Robert van Arkel, oom van Jan V, die zich daarna Robert van Grevenbroek noemde. Vermoedelijk had Jan V de heerlijkheid van de familie van Hamal verworven.

Bij een gewapend conflict met de Luikse prins-bisschop Jan VI van Beieren in 1401 werd de burcht verwoest en Robert ontheven, maar zijn zoon Jan van Grevenbroek (geboren omstreeks 1375) werd beleend. Deze trouwde in 1405 met Elisabeth Dickbier. Deze was dochter van Hendrik Dickbier, die heer van Mierlo was van 1374-1410. Vermoedelijk stierf Jan in 1411.

In 1412 werd de heerlijkheid beleend aan Dirk van Pietersheim.

  Zie ook: Van Pietersheim

.

De kinderen van Jan van Grevenbroek waren nog minderjarig. De Grevenbroeks zouden heren van Mierlo worden en door hun toedoen zou daar nog een tragische episode plaatsvinden.

Na 1415 trad Willem VII van Horne op als zaakgelastigde voor Dirks weduwe, Agnes van Flexhe.

In 1495 kocht Cornelis van Bergen de heerlijkheid.

In 1553 werd de heerlijkheid opnieuw verkocht, nu aan Paul van Daele, een rijke Antwerpse koopman die ook heer van Bocholt was. In 1585 ging het gebied over op het Prinsbisdom Luik en maakte voortaan deel uit van het ambt Pelt-Grevenbroek. In plaats van een heer werd een drossaard aangesteld.

In 1642 trokken, in het kader van de Tachtigjarige Oorlog, Hessische troepen door Hamont en moesten de bewoners vluchten in de burcht.

In 1701 werden de maalrechten van de windmolen en de Grevenbroekmolen aan de dorpen Achel en Hamont verkocht, in 1702 werd de burcht verwoest en in 1776 werd de heerlijkheid in erfpacht gegeven aan de weduwe De Huibens die daardoor Vrouwe van Achel en Lille werd. De Franse tijd maakte een einde aan de heerlijkheid en de gemeenten Achel, Hamont en Sint-Huibrechts-Lille werden gevormd.

De burchtBewerken

Van belang was de burcht. De eerste burcht werd in 1401 verwoest door de prins-bisschop van Luik Jan van Beieren. Daarop werd een nieuwe burcht gebouwd, waarvan slechts enkele eenvoudige schetsen bewaard zijn gebleven. De burcht werd in 1702, tijdens de Spaanse Successieoorlog, geheel verwoest door Engels-Nederlandse troepen, nadat de Fransen hem als kazerne hadden ingericht. Tegenwoordig is er nog een ruïne van te zien.

De Grevenbroekmolen op de Warmbeek was een banmolen van de heerlijkheid.

Externe linkBewerken