Graafschap Dagsburg

Het graafschap Dagsburg (Frans : Dabo) was een tot de Boven-Rijnse Kreits behorend graafschap binnen het Heilige Roomse Rijk, thans in Lotharingen rond het plaatsje Dabo (Moselle).

Kasteel Dagsburg
Wapen van Dagsburg

Omvang van het graafschapBewerken

Het graafschap bestond uit de dorpen Abreschviller (Alberschweiler), Dabo (Dagsberg), Harreberg (Haarberg), Hommert, Walscheid, Voyer (Weiher) in het departement Moselle en de dorpen Engenthal en Hohengœft (Hohengäst) (het laatste een exclave) in het departement Bas-Rhin.

Het graafschap tot het uitsterven van het gravenhuis in 1211Bewerken

De voorvaderen van de graven van Dagsburg zijn al in de zevende eeuw aanwijsbaar. Naast de Dagsburg bezit de familie ook Egisheim in de Boven-Elzas. In 1153 krijgen zij het stadsgraafschap rijksstad Metz en de voogdij over het bisdom Metz. De enige nakomeling van de laatste graaf Albert II (overleden 1211) is zijn dochter Gertrude. Zij overlijdt in 1223 na drie kinderloze huwelijken (hertog Theobald I van Lotharingen, graaf Tedbald IV van de Champagne, graaf Simon van Leiningen). Het bezit bestond toen uit 11 burchten, de voogdij over 9 kloosters en aandelen in zoutmijnen en Vogezenpassen. Simon van Leiningen erft alleen de kern van het graafschap. Andere gebieden kwamen aan het bisdom Straatsburg en het bisdom Metz.

Het graafschap onder de graven van Leiningen tot 1467Bewerken

Bij deling van de bezittingen van de graaf van Leiningen in 1317 blijft Dagsburg verbonden met de hoofdtak. Frederik V was sinds 1312 al keizerlijk landvoogd in de Neder-Elzas. In 1444 wordt de titel vorstelijk landgraaf in de Elzas verworven.

Deze tak van het huis Leiningen sterft in 1468 uit. Ten gevolge van het huwelijk van Maragaretha van Leiningen (de zuster van de laatste graaf) met Reinhard, heer van Westerburg komt het grootste deel van de bezittingen aan het nieuwe huis Leiningen-Westerburg. Het graafschap Dagsburg gaat echter naar de jongere tak Leiningen-Hardenburg.

Het graafschap gedeeld onder verschillende takken van het de huizen Leiningen-Hardenburg en Leiningen-FalkenburgBewerken

Het stamslot Hardenberg ligt in Rheinland-Pfalz, westelijk van Mannheim.

Bij een erfdeling in 1445 kreeg een zijtak van de dynastie, Leiningen-Rixingen 1/6 deel van het graafschap . Met het uitsterven van deze tak in 1467 werd het graafschap Dagsburg weer herenigd. Van 1512 tot 1518 was graaf Emich IX in de rijksban vervallen, waarop het graafschap door de leenheer, het prinsbisdom Straatsburg werd bezet. In 1541 werden de bezittingen verdeel onder de twee zonen van Emich IX. Johann Philip I kreeg Hardenburg en Emich X Falkenburg (Rheinland-Pfalz, bij Anweiler). Het graafschap Dagsburg bleef gemeenschappelijk bezit.

In 1613 werd het graafschap verdeeld onder de takken Leiningen-Hardenburg en Leiningen-Falkenburg. Hierbij stond stond graaf Johann Ludwig van Leiningen-Falkenburg de helft van zijn aandeel weer af aan zijn jongere broer Philipp Georg, zodat deze twee broers dus ieder 1/4 van het graafschap bezaten.

Op grond van de Vrede van Nijmegen in 1678 maakte Frankrijk aanspraak op de soevereiniteit over het graafschap. Het slot Dagsburg werd in 1679 ontmanteld en in 1690 volgde de volledige sloop. De graven resideerden sindsdien in Haarberg.

In 1688 stierf de jongere tak van Leiningen-Falkenburg (in Dagsburg) uit en daarmee werd deze helft van Dagsburg weer herenigd in de hand van graaf Emich Christian van Leiningen-Falkenburg. Na de dood van zijn zoon Karl Friedrich in 1709 zonder erfgerechtigde nakomelingen, kwam het halve graafschap Dagsburg aan Christian Karl Reinhard van Leiningen-Heidesheim. Ook deze was de laatste van zijn huis en na zijn dood in 1766 viel het halve graafschap aan Friedrich Theodor Ludwig van Leiningen-Guntersblum. Met hem sterft uiteindelijk de hoofdtak Leiningen-Falkenburg in 1774 uit. Het halve graafschap valt nu toe aan Karl Friedrich Wilhelm van Leiningen-Hardenburg. Hiermee is het sinds 1613 gedeelde graafschap Dagsburg weer herenigd. De graaf wordt op 23 juli 1779 in de rijksvorstenstand verheven.

Het einde van het graafschapBewerken

In 1790 annexeert de Franse Republiek het graafschap en op Engenthal na, gaat het gebied op in het departement Meurthe. In 1797 wordt de annexatie in de Vrede van Campo Formio door de keizer erkend.

De graven van Leiningen worden in de Reichsdeputationshauptschluss van het Duitse Rijk in 1803 schadeloos gesteld.

RegentenBewerken

Graven van Leiningen-Hardenburg, regerend in ½ Dagsburg van 1613 tot 1774 en in heel Dagsburg van 1774 tot 1797

regering naam geboren overleden familie
1540-1562 Johann Philip I 25-12-1539 08-09-1562 zoon van Emich X
1562-1607 Emich XII 04-11-1562 24-11-1607 zoon
1607-1643 Johan Philip II 16-04-1588 15-05-1643 zoon
1643-1698 Frederik Emich 09-02-1621 26-07-1698 zoon
1698-1722 Johan Frederik 18-03-1661 09-02-1722 zoon
1722-1756 Frederik Magnus 27-03-1703 28-10-1756 zoon
1756-1797 Karel Frederik Willem 14-08-1724 09-01-1807 zoon

Graven van Leiningen-Falkenburg, regerend in ¼ Dagsburg van 1613 tot 1688 en in ½ Dagsburg van 1688 tot 1774

regering naam geboren overleden familie
1540-1593 Emich XI 15-12-1540 13-03-1593 zoon van Emich X
1593-1625 Johan Lodewijk 08-05-1579 19-06-1625 zoon
1625-1657 Emich XIII 12-06-1612 08-03-1657 zoon
1657-1702 Emich Christiaan 29-03-1642 27-04-1702 zoon
1702-1709 Karel Frederik 29-08-1683 15-01-1709 zoon
1709-1766 Christiaan Karel Reinhard 07-07-1695 17-11-1766 Leiningen-Heidesheim
1766-1774 Friedrich Theodoor Lodewijk 07-09-1715 30-09-1774 Leiningen-Guntersblum

Graven van de jongere tak Leiningen-Falkenburg, regerend in ¼ Dagsburg van 1613 tot 1688

regering naam geboren overleden familie
1613-1627 Philip George 26-07-1582 06-12-1627 broer van Johan Lodewijk
1627-1688 Johan Casimr 11-05-1619 15-04-1688 zoon

[1]

  1. Statistisches Büreau des kaiserlichen Ministeriums für Elsass-Lothringen, Die alten Territorien des Bezirkes Lothringen. DuMont-Schauberg (1898), pp. 146-156.