Hoofdmenu openen

De generatieve semantiek is binnen de generatieve grammatica een variant op de transformatiegrammatica, die in het midden van de jaren 60 van de 20e eeuw is ontwikkeld door enkele van Chomsky's toenmalige leerlingen: John R. Ross, Paul Postal, James McCawley en George Lakoff.

BeschrijvingBewerken

Evenals in de grammatica van Noam Chomsky werd uitgegaan van een syntactische dieptestructuur, maar hieraan werd het idee toegevoegd dat deze dieptestructuren ook rechtstreeks ten grondslag liggen aan de semantische interpretatie van taaluitingen. Als reactie hierop werden door de latere voorstanders van de generatieve semantiek met betrekking tot de dieptestructuur nieuwe theorieën ontwikkeld die abstracter en complexer waren. Bij de overgang van de dieptestructuur naar de oppervlaktestructuur vonden bijvoorbeeld transformaties plaats die veel abstracter en gecompliceerder waren dan in de grammatica van Chomsky werd aangenomen. Zo veronderstelt de generatieve semantiek bijvoorbeeld dat door middel van transformaties de verhoudingen tussen fonologische representaties (zoals fonemen) en semantische representaties zichtbaar gemaakt kunnen worden.

Verschillen met andere modellenBewerken

De generatieve semantiek staat volledig haaks op wat wordt beweerd door Chomsky en andere taalkundigen zoals Ray Jackendoff, namelijk dat generatieve syntaxis en interpretatieve semantiek twee volledig gescheiden circuits zijn. Met name aan het eind van de jaren 60 en in de jaren zeventig was deze tegenstelling aanleiding tot menig fel debat tussen aanhangers van de generatieve semantiek en de meer "orthodoxe" navolgers van Chomsky. Uiteindelijk moest de generatieve semantiek het afleggen tegen de traditionele Chomsky-grammatica, maar eigenlijk vooral omdat de belangstelling ervoor in het algemeen was afgenomen. In 1980 werd een onderzoeksproject dat binnen het kader van de generatieve semantiek werd verricht stopgezet. Wel zijn bepaalde ideeën uit de generatieve semantiek overgeheveld naar eigentijdse disciplines, met name de pragmatiek en de cognitieve taalkunde.

LiteratuurBewerken

  • W. Abraham & R.I. Binnick (Hgg.), Generative Syntax 1974
  • Brame, Michael K.. (1976). Conjectures and refutations in syntax and semantics. New York: North-Holland Pub. Co. ISBN 0-7204-8604-1.
  • Chomsky (1957). Syntactic structures. The Hague: Mouton.
  • Chomsky (1965). Aspects of the theory of syntax. Cambridge: The MIT Press.
  • Chomsky (1965). Cartesian linguistics. New York: Harper and Row.
  • Dougherty, Ray C. (1974). Generative semantics methods: A Bloomfieldian counterrevolution. International Journal of Dravidian Linguistics, 3, 255-286.
  • Dougherty, Ray C. (1975). Reply to the critics on the Bloomfieldian counterrevolution. International Journal of Dravidian Linguistics, 4, 249-271.
  • Fodor, Jerry A.; & Katz, Jerrold J. (Eds.). (1964). The structure of language. Englewood Cliffs, NJ: Prentice-Hall.
  • N. Fries, Syntakt. und semant. Studien zum frei verwendeten Infinitiv und zu verwandten Erscheinungen im Dt. 1983.
  • Harris, Randy Allen. (1995). The linguistics wars. Oxford University Press. ISBN 0-19-509834-X.
  • Huck, Geoffrey J.; & Goldsmith, John A.. (1995). Ideology and Linguistic Theory: Noam Chomsky and the deep structure debates. New York: Routledge.
  • Katz, Jerrold J.; & Fodor, Jerry A. (1964). The structure of a semantic theory. In J. A. Fodor & J. J. Katz (Eds.) (pp. 479–518).
  • Katz, Jerrold J.; & Postal, Paul M. (1964). An integrated theory of linguistic descriptions. Cambridge, MA: MIT Press.
  • Bibl: H. Krenn & K. Müllner, Bibliographie zur generativen Semantik, 1970, 85-105
  • Lakoff, George. (1971). On generative semantics. In D. D. Steinberg & L. A. Jakobovits (Eds.), Semantics: An interdisciplinary reader in philosophy, linguistics and psychology (pp. 232–296). Cambridge: Cambridge University Press.
  • Lakoff, George. (1976 [1963]). Toward generative semantics. In J. D. McCawley (Ed.) (pp. 43–61).
  • Lakoff, George; & Ross, John R. [Háj]. (1976). Is deep structure necessary?. In J. D. McCawley (Ed.), Syntax and semantics 7 (pp. 159–164).
  • Helmut Glück (Hsg), Metzler-Lexikon Sprache, 2000
  • G. Lakoff, On Generative Semantics, 1972, 305-359
  • F. Newmeyer, Linguistic Theory in America. 1980
  • McCawley, James D. (1975). Discussion of Ray C. Dougherty's "Generative semantics methods: A Bloomfieldian counterrevolution". International Journal of Dravidian Linguistics, 4, 151-158.
  • McCawley, James D. (Ed.). (1976a). Syntax and semantics 7: Notes from the linguistic underground. New York: Academic Press.
  • McCawley, James D. (1976b). Grammar and meaning. New York: Academic Press.
  • McCawley, James D. (1979). Adverbs, vowels, and other objects of wonder. Chicago: University of Chicago Press.
  • Postal, Paul M. (1972). The best theory. In S. Peters (Ed.), Goals of linguistic theory. Englewood Cliffs, NJ: Prentice-Hall.
  • Ross, John R. (1967). Constraints on variables in syntax. (Doctoral dissertation, Massachusetts Institute of Technology). Vrije kopie op http://hdl.handle.net/1721.1/15166.
  • Ross, John R. (1986). Infinite syntax!. Norwood, NJ: ABLEX, ISBN 0-89391-042-2.
  • Ross, John R. [Háj]. (1970). On declarative sentences. In R. A. Jacobs & P. S. Rosenbaum (Eds.), Readings in English transformational grammar (pp. 222–272). Washington: Georgetown University Press.
  • Ross, John R. [Háj]. (1972). Doubl-ing. In J. Kimball (Ed.), Syntax and semantics (Vol. 1, pp. 157–186). New York: Seminar Press.
  • Seuren, Pieter A. M. (1974). Semantic syntax. Oxford: Oxford University Press. ISBN 0-19-875028-5.
  • Lepore, The Problem of Adequacy in Linguistics. TL 6, 1979, 161-172.