Gebruiker:Krisgrotius/klad

Rond portaalhoekje linksboven.GIF  Gebruikerspagina Rond portaalhoekje rechtsboven.GIF   Rond portaalhoekje linksboven.GIF  Mijn overleg Rond portaalhoekje rechtsboven.GIF   Rond portaalhoekje linksboven.GIF  Hulpmiddelen Rond portaalhoekje rechtsboven.GIF   Rond portaalhoekje linksboven.GIF  Mijn artikelen Rond portaalhoekje rechtsboven.GIF   Rond portaalhoekje linksboven.GIF  Bronnen Rond portaalhoekje rechtsboven.GIF   Rond portaalhoekje linksboven.GIF  Klad Rond portaalhoekje rechtsboven.GIF   Rond portaalhoekje linksboven.GIF  Gepland Rond portaalhoekje rechtsboven.GIF  


Het pachtgebied Kwantung (Japans: 関東州, Kantōshū; de provincie Kantō;Chinees: 關東州, 关东州, Guāndōngzhōu; Russisch: Квантунская область,Kvantunskaja oblast in de omgangstaal ook bekend als: Гуаньдун (Guan'dun) of Квантунг (Kvantung)) was een in 1898 door het Keizerrijk China in concessie gegeven gebied aan het Keizerrijk Rusland. Het gebied bevond zich op het schiereiland Liaodong.

Het Leasegebied in 1921

Europese interventiesBewerken

Tijdens de Qing-periode werd de haven bezet door het Britse Rijk in 1858 als gevolg van de Tweede Opiumoorlog (Verdrag van Tianjin), maar werd weer teruggegeven in de jaren '80 van de 19e eeuw. In de jaren '80 liet de Chinese regering daarop landingsbruggen en fortificaties bouwen met ingebouwde kanonnen om de haven tot marinebasis te maken. Ook zette ze mijnbouwkampen op aan de noordelijke kust van de Golf van Dalian, waardoor de plaats uitgroeide tot een kleine stad. De haven werd tot het steunpunt voor de Chinese Noordelijke Vloot gemaakt, die echter in 1894 ten onder ging tijdens de Eerste Chinees-Japanse Oorlog. Een jaar later veroverde het Keizerlijke Japanse Leger de stad en het hele schiereiland tijdens deze oorlog. Duitsland, Frankrijk en het Russische Rijk zetten echter druk op Japan om het gebied terug te geven tijdens de zogenaamde Drie Landen-interventie. Japan trok zijn troepen terug en in 1897 trokken Russische interventietroepen de haven van de stad binnen.

Russisch lease-gebiedBewerken

De verzwakte Qing-dynastie gaf het hele schiereiland in lease aan de Russen (Kwantung-leengebied of Liaodong-leengebied) vanaf 1898. De Russen bouwden de stad uit volgens een modern patroon en gaven het de naam Dalny ("ver"). De Trans-Siberische spoorlijn werd doorgetrokken naar de stad in de vorm van de (enkelsporige) Trans-Mantsjoerische spoorlijn vanaf Harbin en de haven van Dalny werd uitgebouwd van een bescheiden vissershaven tot een moderne handelshaven, die uitgroeide tot de belangrijkste haven van het Russische Rijk in Azië, daar ze het hele jaar vrij was van ijs. De Russen lieten de stad en Port Arthur (China) zwaar versterken tegen mogelijke aanvallen van de Japanners en bouwden de marinehaven verder uit. Tijdens de Russisch-Japanse Oorlog werden beide steden aangevallen door de Japanners. Na de door de Russen verloren Slag om Nanshan werd Dalny zonder tegenstand ingenomen door de Japanners. De Belegering van Port Arthur en de daarop volgende val van de stad was een van de grootste nederlagen uit de Russische geschiedenis en zorgde voor een grote schok in Europa.


Japans lease-gebiedBewerken

Bij het Verdrag van Portsmouth uit 1905 nam Japan de leaserechten van het Kwantung-leengebied (of Guandongzhou) van het Russische Rijk over. Vanaf 1932, toen de Japanse staat Mantsjoekwo in Mantsjoerije werd opgezet, werd het gebied door de Japanse staat daarvan geleased. De stad werd uitgebreid en werd door de Japanners in hoog tempo ontwikkeld in de jaren '30 en het begin van de jaren '40 tot de belangrijkste haven en logistieke centrum van Mantsjoekwo. In 1937 werd de stad onderverdeeld in twee stadsdelen; Dairen (het latere Dalian) en Ryojun (Port Arthur; nu Lüshunkou). Ryojun werd het bestuurlijk centrum van het gebied en Dairen werd -eveneens in 1937- het bestuurlijk centrum van Kwangtung. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef de stad grotendeels gespaard voor verwoestingen.