Hoofdmenu openen

Frans Alexander van Rappard

Nederlands ambtenaar (1793-1867)

Frans Alexander ridder van Rappard (Utrecht, 24 april 1793 - aldaar, 19 februari 1867) was een Nederlandse ambtenaar.

Frans Alexander van Rappard
Frans Alexander van Rappard (1793-1867) getekend door Anthony Everhardus Grolman
Frans Alexander van Rappard (1793-1867) getekend door Anthony Everhardus Grolman
Algemene informatie
Volledige naam Frans Alexander ridder van Rappard
Geboren Utrecht, 24 april 1793
Overleden Utrecht, 19 februari 1867
Nationaliteit Nederlands
Beroep ambtenaar
Bekend van secretaris-generaal en raadsadviseur

Leven en werkBewerken

Van Rappard was een zoon van Carel Paul George ridder van Rappard en van Maria Anna van der Hoop. Van Rappard begon in 1808 zijn loopbaan bij het landdrostambt van Utrecht. Vanaf 1814 werkte hij vervolgens bij het departement van Oorlog, waarvan hij van 1842 tot 1860 het ambt van secretaris-generaal vervulde[1] en daarna raadadviseur was.

Van Rappard was grootmeester nationaal van de vrijmetselaarsorde in Nederland; hij vertegenwoordigde prins Frederik het hoofd der orde in Nederland. Hij was ridder en commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij werd geridderd in Orde van de Eikenkroon met de Ster en ridder grootkruis van deze orde. Van Rappard trouwde op 21 augustus 1822 te 's-Gravenhage met jkvr. Ewoudina Louisa Elisabeth Storm van 's Gravensande. Uit dit huwelijk werden acht kinderen geboren. Hij was een oudere broer van de minister van binnenlandse zaken Anthony Gerhard Alexander ridder van Rappard, die bij hem woonde. Na zijn betrekking neergelegd te hebben verliet hij in 1864 Den Haag en vestigde zich in zijn geboortestad Utrecht, waar hij in 1867 overleed.

BibliografieBewerken

Hij schreef in de Mededeelingen van de Vereeniging ter beoefening van de Geschiedenis van 's-Gravenhage en was lang voorzitter van deze kring. In het tijdschrift uitgegeven door N. van der Monde schreef hij:

  • Eene herinnering aan Mr. J.W. van Dielen
  • Eene beschrijving der Zielbroeders te Utrecht

In de Nieuwe werken van de Mij. der Ned. Lett., dl. VII, 1e st.:

  • Over een Verzameling van Alba amicorum uit de XVIe en XVIIe eeuwen