En passant slaan

term uit het schaakspel
8 rd nd bd qd kd bd nd rd
7 Chess d40.png pd pd Chess l40.png pd pd pd pd
6 pd Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png
5 Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png pd pl Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png
4 Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png
3 Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png
2 pl pl pl pl Chess l40.png pl pl pl
1 rl nl bl ql kl bl nl rl
a b c d e f g h

En passant slaan (Frans voor in het voorbijgaan, terloops) is een term uit het schaakspel die een bepaalde manier aangeeft waarop een pion een andere pion kan slaan.

Een pion mag in de uitgangsstelling twee velden vooruit. Als het veld dat hij daarbij passeert door een pion van de tegenstander bedreigd wordt (de pion eindigt dan derhalve naast de vijandelijke pion) mag die pion hem slaan alsof hij slechts één veld vooruit was gezet. En passant slaan is alleen toegestaan bij de zet direct volgend op de opmars van de pion. Doet de tegenstander eerst een andere zet, dan kan hij de pion niet meer en passant slaan. Een gevoelsmatige rechtvaardiging voor het bestaan van deze regel is dat een pion anders een vijandelijke pion zou kunnen passeren, zonder dat deze in de gelegenheid is geweest hem te slaan.

En passant slaan is de enige slagzet in het schaakspel waarbij het stuk dat slaat niet op het veld van het geslagen stuk terechtkomt. Het is een zet die bij beginnende schakers niet zeer bekend is.[1]

VoorbeeldBewerken

De stelling in het diagram ontstond na 1. e4 a6 2. e5 d5. De zwarte pion is van d7 twee velden vooruit gegaan en is naast de witte komen te staan. Wit mag nu op de 3e zet de zwarte pion en passant slaan. Wit haalt de zwarte pion op d5 van het bord en speelt zijn eigen pion van e5 naar d6, alsof de zwarte pion op d6 stond. Als zwart 2... f5 speelt in plaats van 2... d5, dan mag wit ook en passant slaan, en dan komt de witte pion op f6 te staan.

NotatieBewerken

In de notatie noemt men het veld waar de pion uiteindelijk komt, niet het veld waar de vijandelijke pion stond. Voor de duidelijkheid schrijft men er "e.p." achter. In het voorbeeld hierboven schrijft men 3. e×d6 e.p. of 3. e5×d6 e.p.

VolgordeBewerken

Bij een normale slagzet is het onvermijdelijk dat men eerst het vijandelijke stuk van het bord neemt en pas daarna het eigen stuk op het vrijgekomen veld zet. Bij en passant slaan is dat niet het geval. De pionnen kunnen in een willekeurige volgorde verplaatst worden, maar elke beweging is definitief. Verplaatst de witspeler in het voorbeeld hierboven de pion van e5 naar d6 dan moet hij de zet voltooien door de zwarte pion te verwijderen. Raakt hij de zwarte pion aan, dan moet hij de pion slaan.

ProbleemschaakBewerken

Bij probleemschaak geldt de afspraak dat en passant slaan als sleutelzet niet toegestaan is, tenzij aantoonbaar is dat de laatste zet van de tegenstander een dubbele stap met een pion was.