Eleonora van Viseu

Eleonora van Viseu (Beja, 2 mei 1458 - Lissabon, 17 november 1525) was van 1481 tot 1495 koningin-gemalin van Portugal. Ze behoorde tot het huis Aviz.

Eleonora van Viseu
1458-1525
Rainha D. Leonor, esposa de D. João II - Livro de Horas, século XVI.png
Koningin-gemalin van Portugal
Periode 1481-1495
Voorganger Johanna van Castilië
Opvolger Isabella van Asturië
Vader Ferdinand van Viseu
Moeder Beatrix van Portugal

LevensloopBewerken

Eleonora was een dochter van hertog Ferdinand van Viseu uit diens huwelijk met Beatrix van Portugal, dochter van infant Johan van Portugal.

Op 22 januari 1470 huwde ze met de latere koning Johan II van Portugal (1455-1485), de enige zoon van koning Alfons V van Portugal. Ze bracht een groot deel van haar kindertijd met hem door en de latere echtelieden waren al voor hun huwelijk goed bevriend. Het echtpaar kreeg twee zonen: Alfons (1475-1491) — die in 1490 huwde met Isabella van Asturië, dochter van koning Ferdinand II van Aragón en koningin Isabella van Castilië, die in 1491 stierf bij een ongeluk tijdens het paardrijden — en een zoon die kort na zijn geboorte overleed.

In augustus 1481 werden Johan II en Eleonora na de dood van Alfons V koning en koningin-gemalin van Portugal. Als koningin kreeg Eleonora de dorpen Silves e Faro, Terras de Aldeia Galega en Aldeia Gavinha als eigen inkomen toegewezen. Ook stichtte ze de stad Caldas da Rainha. Nadat hun zoon en troonopvolger Alfons in 1491 was gestorven, verzette Eleonora zich tegen het plan van haar echtgenoot om diens buitenechtelijke zoon Jorge tot nieuwe kroonprins te benoemen. Ze wist de paus aan haar zijde te krijgen en uiteindelijk werd haar broer Emanuel de nieuwe erfopvolger van haar echtgenoot.

Op 25 oktober 1495 stierf Johan II, mogelijk na vergiftiging, en kwam Emanuel I op de troon. Eleonora, die ook sociaal actief bleef, nam vervolgens haar intrek in het paleis van Xabregas in Lissabon, waar ze de koninklijke hofhouding uitbreidde. Toen haar broer in de periode 1500-1502 kinderloos was, werd Eleonora zelfs even troonopvolgster. Omdat ze zelf ook geen kinderen had, weigerde ze echter de eed als troonopvolgster af te leggen en stond ze haar positie af aan haar jongere zus Isabella.

De extreem welvarende Eleonora investeerde veel van haar geld in liefdadigheid. In 1498 overschouwde ze de oprichting van de Santa Casa da Misericórdia, een stichting met humanitaire doeleinden, met name de zorg voor armen, zieken en verwaarloosde kinderen. De organisatie bestaat nog steeds en werd opgericht in tal van steden in Portugal en de Portugese kolonies. Daarnaast was Eleonora ook diegene die de drukpers introduceerde in Portugal, toen ze opdracht gaf tot de vertaling van het werk Vita Christi in het Portugees. Toen het eerste van vier volumes van dit werk in 1502 werd gepubliceerd, was dit het eerste boek dat in Alcalá de Henares was gedrukt.

Bovendien steunde Eleonora de oprichting van het Hospital Real de Todos-os-Santos in Lissabon, dat beschouwd werd als een van de beste hospitalen in het Europa van die tijd, en stichtte ze in 1509 het klooster Madre de Deus, beschouwd als groot architecturaal werk, waar ze in de latere jaren van haar leven vaak verbleef, meestal gekleed als kloosterzuster. Eleonora van Viseu stierf in november 1525 in het paleis van Xabregas en werd bijgezet in het klooster Madre de Deus.