Hoofdmenu openen
Charge van de Nederlands-Indische cavalerie bij Boni.

De Bonische expedities of Boni-expedities waren twee militaire veldtochten van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) tegen het Koninkrijk Boni, gelegen aan de oostkust van Zuidwest-Celebes, in 1859 en 1860.

In 1824 en 1825 had het KNIL al twee strafexpedities ondernomen naar Boni om de vorst tot gehoorzaamheid te dwingen. De decennia daarna toonden de Bonieren zich evenwel zelfstandig en gedroegen zich soms ronduit uitdagend. Het generaal-gouvernement overwoog meermaals om een nieuwe expeditie te ondernemen om het rijk definitief te onderwerpen, maar stelde de beslissing steeds uit, hetgeen in Boni werd gezien als een teken van zwakte.[1] Uiteindelijk werd de dood van sultan Ahmad Saleh in 1858 en zijn omstreden opvolging aangegrepen om te interveniëren. Het KNIL koos voor prins Ahmad Singkarru Rukka, zwager van de overleden sultan, ten koste van de nieuw aangestelde koningin Basse Arung Kajuara, waarmee het conflict een successieoorlog werd.[2]

De eerste expeditie vond plaats van 12 februari tot april 1859. Zij was een mislukking, omdat de verovering niet werd voltooid (de hoofdstad Boni, het huidige Watampone, werd niet bereikt) en begin maart er een epidemie uitbrak onder de KNIL-troepen die hen tot de aftocht dwong. 528 man (316 Europese en 212 inlandse soldaten) waren gesneuveld of overleden door ziekte. Een klein garnizoen werd achtergelaten in een redoute in Badjoa (Bajoe) aan de Bonische kust.[1]

De tweede expeditie begon op 3 november 1859 en duurde tot februari 1860. Het zieke garnizoen te Bajoe werd vervangen en op 6 december rukte de nieuwe KNIL-troepenmacht op naar Palakka. Een Bonische groep strijders werd overwonnen in een veldslag op de vlakte van Boni, de hoofdstad Boni werd ingenomen en vervolgens werd Palakka bereikt. Daarop vluchtte de Bonische koningin. Vervolgens werd Pompanua zonder tegenstand bezet en begonnen onderhandelingen met de Bonieren. Op 28 december werd de expeditie officieel tot beëindigd verklaard. Een deel van de troepen werd teruggestuurd terwijl de rest als bezettingsmacht bleef en een verdrag werd opgesteld om de nieuwe verhoudingen vast te leggen. Op 30 januari 1860 werd Ahmad Singkaru' Rukka Aru Palakka tot de nieuwe koning van Boni gekozen. Op 13 februari werd er een vredesverdrag gesloten waarbij de landen Oud-Bulukumba, Kajang en Sinjai tot aan de rivier Tangka door Nederlands-Indië werden geannexeerd, terwijl de rest van het rijk Boni van Tangka tot Cenrana voortaan als een leen door een vorst en de hadat van Boni zouden worden bestuurd. Alle KNIL-troepen werden uit Boni teruggetrokken en de redoute ontmanteld.[1]