Hoofdmenu openen

In 1550 ontvouwde keizer Karel V het Bloedplakkaat (een ordonnantie). Hiermee werd het drukken, schrijven, verspreiden en bezitten van ketterse boeken en afbeeldingen, het bijwonen van ketterse bijeenkomsten, het prediken van een tegendraadse religie en het huisvesten van ketters, met de doodstraf en inbeslagname van alle goederen beantwoord.

Een derde van de vervolgden waren anabaptisten. Omdat ze zo sterk aan hun geloof vasthielden, wachtte hen de brandstapel. De reden dat ze vaak de brandstapel kregen, was dat volgens de katholieke kerk de ziel zou worden schoon gebrand als men op de brandstapel werd gelegd. Zo kon men toch naar de hemel.

Vervolging gebeurde, na onderzoek door de kerkelijke inquisiteurs, door ambtenaren van de centrale, gewestelijke en stedelijke rechtbanken.