Belsazar

laatste kroonprins van Babylonië

Belsazar of Belsassar of (verouderd) Balthazar[1] (Babylonisch: Belshazzar in cuneiform.png, Bēl-šarra-uṣur, "Bel, bescherm de koning") was de zoon van Nabonidus en kroonprins van Babylonië. In de periode 553 v.Chr. tot 543 / 542 v.Chr. was Nabonidus om onbekende reden in zelfverkozen ballingschap in Tajma (op het Arabische schiereiland). In die periode regeerde Belsazar als regent over Babylonië. Via zijn moeder kan hij een kleinzoon zijn geweest van Nebukadnezar II, maar dit is niet zeker en zijn verwantschap met Nebukadnezar kan een vorm van propaganda zijn geweest.

Hebreeuwse BijbelBewerken

Belsazar (Aramees: בֵּלְשַׁאצַּר / בֵּלְאשַׁצַּר, Bēlšaṣṣar en בֵּלְטְשַׁאצַּר, Bēlṭšaṣṣar) wordt genoemd in het boek Daniël, in het verhaal over het "Feest van Belsazar", een verhaal dat door historici wordt beschouwd als historische fictie.[2] Hierin wordt hij de zoon van Nebukadnezar genoemd.[3]

Daniël 5 beschrijft hoe Belsazar een groot feest gaf voor duizend van zijn machthebbers. Tijdens de maaltijd gebruikten dezen op bevel van Belsazar de bekers die zijn vader Nebukadnezar uit de tempel van Salomo had geroofd. Ineens verscheen er een hand die een tekst in een onbekend schrift op de muur schreef. Koning Belsazar vroeg aan de wijzen van Babylonië het schrift te verklaren, maar geen van hen kon het schrift ontcijferen.

Daarop haalde men Daniël, die de tekst uitlegde. De woorden waren: Mene mene tekel ufarsin, (Hebreeuws voor "geteld, geteld, gewogen en verdeeld"). Daniël interpreteerde deze woorden als een waarschuwing van God vanwege Belsazars heiligschennis. Belsassar was gewogen en te licht bevonden. Zijn koninkrijk was verdeeld en gegeven aan de Meden en de Perzen. Daniël werd hierop benoemd tot een van de drie rijksbestuurders van het land. Het verhaal eindigde met de val van het Babylonische rijk, nog diezelfde nacht. Belsassar werd vermoord en Darius de Mediër nam zijn koninkrijk over.

DoorwerkingBewerken

Het verhaal over het "Feest van Belsazar" heeft verscheidene kunstenaars geïnspireerd.

Het verhaal leeft in het Nederlands voort in de gezegden:

  • "Een teken aan de wand": een teken van naderend onheil, of een aankondiging dat er iets belangrijks of ergs gaat gebeuren.[4]
  • "Gewogen en te licht bevonden": je komt niet door de keuring of dreigt veroordeeld te worden; het gaat verkeerd met je aflopen en het is maar de vraag of je een tweede kans krijgt.[5]
  Zie de categorie Belshazzar van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.