Albert Thys

Belgisch ondernemer (1849-1915)

Albert Jean-Baptiste Joseph Thys (Dalhem, 28 november 1849Brussel, 10 februari 1915) was een Belgisch koloniaal officier en ondernemer; samen met Leopold II is hij mee verantwoordelijk voor de gruweldaden tijdens de kolonisatie van de Onafhankelijke Congostaatverifieerbaaheid.[1][2] Albert Thys was tevens oprichter van de Compagnie du Katanga dat de exploratie en bezetting van Katanga als functie had.[3] In Nederland is hij bekend als oprichter van het Limburgse steenkoolmijnbouwbedrijf Laura en Vereeniging.

Gen. Albert Jean-Baptiste Joseph Thys
Commune52.png
Bijnaam Baron
Geboren 28 november 1849
Dalhem
Overleden 10 februari 1915
Brussel
Land/zijde Vlag van België België Vlag van Belgisch-Congo Belgisch-Congo
Rang Generaal
Eenheid Force Publique

Gedurende lange tijd werd de koloniale geschiedenis geschreven en onderwezen op basis van koloniale geschriften, vanuit het standpunt van de kolonisator.[4][5] Deze geschiedenis vertelt dat Albert Thys een groot voorstander was van de eerste Belgische expedities naar de Onafhankelijke Congostaat. In 1883 werd hij benoemd tot adjudant van koning Leopold II wiens belangen hij in Congo behartigde tot in 1904.

Aanvankelijk noemde Thys zich ‘een tegenstander van dwangarbeid’, maar al tijdens zijn eerste reis naar Congo in 1887 schakelde hij zich wel geheel in het heersende exploitatieregime in en vond hij lijfstraffen prima.[6]

De Bangala die schuldig bevonden zijn, krijgen elk vijftig zweepslagen... Dat is niet genoeg, maar wij zijn zeer gehaast want we zijn al te laat. De Bangala die belast waren met het laden van hout hebben geluierd tijdens de nacht.

Meer nog dan militair lijkt hij een industrieel te zijn geweest. David Van Reybrouck noemt hem in zijn standaardwerk Congo. Een geschiedenis "militair en captain of industry". Onder leiding van Thys werd de spoorweg tussen Matadi en Leopoldstad (het huidige Kinshasa) aangelegd.

De levensomstandigheden bij de aanleg van deze spoorweg waren ronduit erbarmelijk. De sanitaire en medische voorzieningen waren benedenmaats. In 1892 werkten er ongeveer tweeduizend mensen aan de spoorweg, waarvan er gemiddeld honderdvijftig arbeiders per maand het leven lieten ten gevolge van pokken, dysenterie, beriberi en uitputting. Eind 1892 waren er reeds 7000 arbeiders aangeworven, waarvan er 3500 gestorven of gevlucht waren (bijvoorbeeld richting naburige bossen). Door deze omstandigheden werd het moeilijker om arbeidskrachten aan te werven. Thys trok daarom respectievelijk in september en november 1892 mensen uit Barbados en China aan. De Barbadianen weigerden de boten in de haven van Matadi te verlaten tot ze door middel van vuurwapens gedwongen werden. Bij deze actie lieten zeven mensen het leven.[7]

Halverwege deze spoorlijn bouwde men tussen 1895 en 1898 een stadje dat naar Thys werd genoemd: Thysstad, het tegenwoordige Mbanza-Ngungu. Eveneens onder leiding van Thys werd de Compagnie du Congo pour le Commerce et l'Industrie gesticht. Maar Thys ondernam veel meer. Zo richtte hij privé de investeringsmaatschappij Compagnie de Katanga op en verder was hij, in eigen land, oprichter en eerste president van de Société des charbonnages réunis Laura et Vereeniging S.A. (opgericht te St. Gilles-Brussel d.d. 26 juni 1899). Deze maatschappij exploiteerde in het Nederlandse Eygelshoven de twee steenkolenmijnen Laura en Julia.

GezinBewerken

Albert Thys huwde in 1877 met Joséphine Henriette Rosalie "Julie" Mottin (1856-1908), het echtpaar kreeg zes kinderen. De steenkoolmijn Julia in Eygelshoven is naar Julie Mottin vernoemd. Zijn vrouw stierf op 52-jarige leeftijd en ligt in het familiegraf begraven in Dalhem.

Zie ookBewerken

  Zie de categorie Albert Thys van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.