Hoofdmenu openen

Abdij van Zwijveke

klooster in België

De oorsprong van de abdij van Zwijveke of het klooster der cisterciënzerzusters van Dendermonde gaat terug tot het in 1214 opgerichte maar nu verdwenen Sint-Gillishospitaal in Dendermonde. In 1223 groeit dit hospitaal uit tot een cisterciënzerinnenabdij op initiatief van Mathilde I, vrouwe van Dendermonde.

Restant van de oude Zwijveke-abdij verbouwd tot woonhuis.

De oude Zwijveke-abdij buiten de murenBewerken

In 1228 betrekt de kloostergemeenschap een nieuw gebouw buiten de stadsomwalling op de Zwijvekekouter aan de Dender. De abdij zal zowel in 1380, 1579 als 1604 ten prooi vallen van vernielingen om uiteindelijk in 1667 omwille van militaire redenen definitief te worden vernield op bevel van de toenmalige Spaanse gouverneur van Dendermonde. Puin en funderingen worden hergebruikt voor elders en het weinige wat overeind blijft van de abdij zal gebruikt worden als boerderij, en uiteindelijk omgebouwd worden van 1966 tot circa 1976 tot een woonhuis voor de familie van kunstenaar Harold Van de Perre.

De nieuwe Zwijveke-abdij binnen de murenBewerken

Na 1667 wordt de kloostergemeenschap verplicht om een nieuw klooster te bouwen binnen de muren en koopt daarvoor een stuk bouwgrond achter de kerk van Sint-Gillis, dicht bij hun eerste locatie. Met de bouw wordt in 1671 gestart. In 1798 echter wordt onder Frans bewind de nieuwe abdij in beslag genomen en openbaar verkocht. De nieuwe eigenaar begint dat jaar onmiddellijk met de gedeeltelijke afbraak van het klooster. In 1957 wordt wat overblijft als monument geklasseerd om uiteindelijk door het stadsbestuur in 1969 te worden aangekocht. Van 1979 tot 1981 laat de stad Dendermonde belangrijke renovatiewerken uitvoeren en krijgen de gebouwen een culturele bestemming.

LiteratuurBewerken

  • "De abdij van Zwijveke 1223-1981” - Aimé Stroobants en Leo Pée, 1981.