Hoofdmenu openen

Het 1845-spel of voluit het 1845 Verzekeringsspel is een bordspel dat een combinatie is van ganzenbord en monopoly. De eerste versie van het spel werd in 1945 uitgegeven door De Nederlanden van 1845 bij het 100-jarig bestaan van deze verzekeringsmaatschappij. In 1962 fuseerde De Nederlanden van 1845 met de Nationale Levensverzekering-Bank tot Nationale Nederlanden maar zij bleven vooralsnog onder hun eigen naam werken en er kwam een tweede versie. In 1970, bij het 125-jarig bestaan van De Nederlanden van 1845, werd alleen nog maar onder de naam Nationale Nederlanden gewerkt en kwam er een derde gemoderniseerde versie van het spel uit.

Het doel van het spel is op een speelse wijze kinderen maar ook volwassenen vertrouwd te maken met verzekeringen en als het ware een levensloop te spelen van geboorte tot overlijden. Het spel kan worden gespeeld door 2 tot 6 personen en is geschikt voor kinderen vanaf 8 jaar maar ook voor volwassenen. Ook kan iemand de bank spelen maar dat kan ook door een speler erbij worden gedaan. Het spel duurt ongeveer 45 minuten

SpelBewerken

Het spel bestaat uit een speelbord, één dobbelsteen en zes pionnen van verschillende kleuren. De bedoeling van het spel is in zo weinig mogelijk beurten een pion van het begin (geboorte) naar het eind van de reeks velden te voeren (overlijden), waarbij elke speler in elke beurt zijn pion zoveel velden moet verplaatsen als hij ogen gooit met de dobbelsteen.

Het spel heeft veel weg van ganzenbord maar heeft geen 63 vakjes maar 100. Net als in monopoly bestaat er geld, polissen (in plaats van straten) en kanskaarten. Aan het begin van het spel ontvangt iedere speler fl. 1.000 van de bank, waarvoor men voor maximaal fl. 500 polissen kan kopen. Er zijn bankbiljetten van onder meer fl. 10 (rood), fl. 50 (geel) en fl. 100 (blauw). Onderaan het bankbiljet staat De Nederlanden van 1845.

Er bestaan tien polissen voor allerlei soorten verzekeringen, die in prijs en dekking variëren. Zo zijn er goedkope en dure polissen, maar de speler moet een keuze maken en kan niet alle polissen kopen. In sommige gevallen zijn bepaalde dekkingen dubbel en moet een goede afweging worden gemaakt welke polissen men koopt.

Er zijn de volgende polissen te koop in volgorde van duur tot goedkoop. De premie van de levensverzekering is bijvoorbeeld fl. 250 en de autopolis fl. 200 terwijl het wappertje het goedkoopst is maar alleen kleine schade dekt. Elke polis heeft een eigen kleur.

  • Levensverzekering (donkergroen)
  • Autopolis
  • Perfectpolis (voor brand)
  • Bedrijfsschadepolis (rood)
  • Ziektekostenpolis (blauw)
  • Gouden ongevallenpolis (geel)
  • Bromfietspolis (bruin)
  • Rijwielpolis (grijs)
  • Reisbagagepolis
  • Wappertje (oranje) (voor allerlei kleine schaden)

Daarnaast bestaat er het pensioenboekje dat geheel blauw is, dat men niet kan kopen maar cadeau krijgt als men op vakje 27 komt, en vanaf vakje 65 wordt bij elke beurt dan fl. 20 uitbetaald. Indien men echter weer op een vakje onder de 65 aankomt doordat men terug moet, vervalt de pensioenuitkering tot men weer op vakje 65 aankomt. Indien men een levensverzekering heeft, wordt deze ook vanaf vakje 65 voor een bepaald bedrag per beurt uitbetaald.

Het speelbord, waarvan het parcours de vorm heeft van een achtbaan met in het midden een N, is voorzien van vijf soorten gekleurde velden. Er zijn gele en groene vakjes. Komt men op een groen vakje, dan moet men een groene kanskaart trekken, waarvan de tekst nogal belerend overkomt, bijvoorbeeld:

"Je hond beet de postbode in zijn been en heeft zijn broek gescheurd, fl. 50 schade en een beurt overslaan om de hond te dresseren, voor geldschade vrij met een wappertje". Als de speler dus een wappertje heeft is de schade verzekerd en hoeft er niet betaald te worden.

"Dat komt er nu van als je je niet goed vasthoudt, dan val je van je bagagedrager af. Nu zit je met een gebroken been, dat betekent fl. 180 kosten en 2 beurten overslaan, voor geldschade vrij met de Gouden ongevallenpolis". Als de speler dus een Gouden ongevallenpolis heeft hoeft er niet betaald te worden.

Daarnaast zijn er ook blauwe, rode en zwarte vakjes. Bij deze vakjes staat in de handleiding vermeld wat de speler te doen staat. De blauwe vakjes geven iets prettigs en mag men in bepaalde gevallen door naar een verder blauw vakje terwijl de zwarte vakjes iets naars geven en men vaak terug moet naar een eerder zwart vakje.

nummer kleur betekenis
16, 18, 27, 47, 50, 54, 65 blauw men heeft een speciale leeftijd bereikt en krijgt iets bijzonders (bij vakje 27 bijvoorbeeld een pensioenboekje dat men bij vakje 65 kan verzilveren)
15, 35, 40, 48, 58, 70, 92 rood men moet een beurt overslaan
59, 70, 83, 94, 97 en 99 zwart men moet terug naar het vorige zwarte vakje en dan één of meer beurten overslaan. Komt men op vakje 99 terecht, dan is men 'overleden' en ligt men uit het spel.

Wie te veel ogen gooit en daardoor voorbij vakje 100 zou spelen, moet vanaf 100 weer terugspelen. Dit vergroot het risico dat men op het gevreesde zwarte vakje 99 terechtkomt.

Wanneer een speler op het vakje 100 belandt, is het spel afgelopen. Deze hoeft echter niet de winnaar te zijn, want dat is de speler die nog het meeste geld over heeft.