Willem Wittouck

Belgisch rechtsgeleerde (1749–1829)

Willem Wittouck (Drogenbos, 30 oktober 1749 - Brussel, 12 juni 1829) was een advocaat, rechtsgeleerde en raadsheer bij de Souvereine Raad van Brabant.

Zijn leven

bewerken
 
Rouwbrief van Willem Wittouck, in Brussel op 12 juni 1829 gestorven.

Na het voltooien van zijn humaniora in Edingen en Bergen, behaalde hij een diploma rechten aan de universiteit van Leuven in 1774 en begon een aanzienlijke carrière als hoge magistraat. In 1791 werd hij raadsheer bij de Souvereine raad van Brabant. Na het begin van zijn loopbaan onder Oostenrijks bestuur, vervolgde hij die onder de Republiek en het Franse Keizerrijk, en ten slotte in het koninkrijk der Nederlanden. Gedurende de Brabantse Omwenteling, was hij vonckist.

Als raadsheer bij de Souvereine Raad van Brabant had hij een persoonlijke adeltitel. Een van zijn afstammelingen werd in 1960 geadeld.

Zijn begrafenis vond plaats in Sint-Pieters-Leeuw, waar hij het kasteel van Klein-Bijgaarden gekocht had.

Wittouck trouwde in Brussel (Sint-Niklaas kerk) op 29 juni 1778 met Anna-Maria Cools, geboren in Gooik op 25 januari 1754. Zij stierf op 11 april 1824 en was de dochter van Jan Cools en Adriana Galmaert, een afstammeling van de Geslachten van Brussel.

Literatuur en bronnen

bewerken
  • Académie royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique. Commission royale d'histoire. Compte rendu des séances ou Recueil de ses bulletins, 1857, p. 256.
  • Almanach de la cour de Bruxelles sous les dominations autrichienne et...de 1725 à 1840, 1864, p. 61.
  • Annales des travaux publics de Belgique, 1934, p. 681: betreft het kasteel Wittouck drève de Lorraine....
  • Dominique Auclères, Soleil d'exil: le bannissement des Habsbourg : récit historique, 1974, p. 22
  • J. Bourdon, La réforme judiciaire de l'an VIII, 1941, p. 508.
  • François de Cacamp, « Everaerts », in Brabantica, Brussel, 1968, n°IX, p. 285.
  • Valentine Camescasse, Souvenirs de Madame Camescasse, 1924, p. 9.
  • Guy Coutant de Saisseval, Les Maisons impériales et royales d'Europe, 1966, p. 543.
  • Jules Delhaize, La domination française en Belgique à la fin du XVIIIe et au commencement du ..., 1908, p. 212.
  • Raymond Delvaux, Flor De Smedt, Felix Meurisse en Frans J. Van Droogenbroeck, Asse. Het Kasteel van Walfergem..., Asse, 2007, pp. 157-163 (afstamming Pipenpoy).
  • Robert Devleeshouwer, L'arrondissement du Brabant sous l'occupation française 1794-1795, Brussel, Université Libre de Bruxelles, Institut de Sociologie, 1964, pp. 180 et p. 188, nota 135.
  • B. J. Dotrenge, Correspondance, publiée par Hubert, Brussel, 1926, brief aan Chestret, 24 juli 1793, p. 376.: (de raadsman Wittouck: "C'était un de ceux qui avaient fréquenté les assemblées avec le plus d'assiduité, en vue, comme plusieurs autres, de faire le bien ou d'empêcher le mal".
  • État présent de la noblesse du royaume de Belgique, sub verbo, Wittouck.
  • Philippe Farcy, 100 châteaux de Belgique connus et méconnus, Bruxelles, 2003, volumen 2, pp. 76-77. (Kasteel Wittouck in Sint-Pieters-Leeuw).
  • Jacques Ferrand, Les familles princières de l'ancien empire de Russie, 1982, p. 118.
  • Arthur Gaillard, Le conseil de Brabant: histoire, organisation, procédure, 1898, p. 452 et éd. 1902, p. 375.
  • Louis Hymans, Bruxelles à travers les âges, 1974, p. 208.
  • Jan Lindemans, "Pipenpoy", in : Oude Brabantse Geslachten, nr. 1, Brussel, 1953.
  • Jacques Logie, Les magistrats des cours et des tribunaux en Belgique, 1794-1814, 1998, p. 318.
  • Jacques Lorthiois, "Wittouck", in, l’Intermédiaire des Généalogistes, n° 158, jaar 1972, p.128.
  • Victor Martin-Schmets, Paul Claudel et la Belgique, 1981, p. 314.
  • Peter Pennoyer, Anne Walker, The architecture of Delano and Aldrich, 2003 (over het kasteel Wittouck).
  • Frédéric Auguste Ferdinand de Reiffenberg, Antonin Guillaume Bernard, Le polygraphe belge: journal de la littérature, des sciences et des arts 1835, p. 156.
  • comte Stanislas Rostworoski, Éric Wittouck et son ascendance, Bibliothèque de l'Office généalogique et héraldique de Belgique, fonds de Walque, gecoteert L25F.
  • Baron de Ryckman de Betz et Vicomte Fernand de Jonghe d'Ardoye, "Armorial et Biographies des chanceliers et conseillers de Brabant", recueil 4 van Tablettes de Brabant, Hombeek, 19..
  • Éric Meuwissen, Richesse oblige. La Belle Époque des Grandes Fortunes, (voorwoord van Jean Stengers, Brussel, uitg. Racine, 1999, pp. 232, 240, 243, 349.
  • C. Theys, Geschiedenis van Beersel, p.171
  • C. Theys, Geschiedenis van Drogenbosch, p.63
  • Yves Vander Cruysen Un siècle d'histoires en Brabant wallon, 2007, p. 73
  • Algemeen Rijksarchief, Brussel, Papiers Bouteville, n° 139 (volgens J. Lorthiois).

Zie ook

bewerken