Hoofdmenu openen

InleidingBewerken

De burcht Dhaun werd gebouwd door de wildgraven. In 1221 wordt vermeld dat de burcht in bezit is van Koenraad, graaf van Dhaun. Bij de deling van het wildgraafschap in 1263 ontstaat er een tak te Dhaun en een tak te Kyrburg. Met de dood van wildgraaf Jan in 1350 sterven de wildgraven van Dhaun uit. Ten gevolge van het huwelijk van zijn zuster, Hedwig met rijngraaf Jan komt het gebied aan het huis van het rijngraafschap Stein.

De uitbouw van het wildgraafschap Dhaun (1350-1520)Bewerken

Het huwelijk van Jan II met wildgravin Margaretha van Kyrburg (bij Kirn) levert in 1409 de hereniging met het wildgraafschap Kyrburg. Hiermee is de basis gelegd voor het wild- en rijngraafschap. Het huwelijk van wild- en rijngraaf Jan V met Johanna van Salm levert de opvolging in 1475 in het graafschap Salm in de Vogezen. Ten gevolge van het huwelijk van Jan VI met Johanna van Moers-Saarwerden groeit het bezit in 1513 verder met de helft van de bezittingen van de heren van Vinstingen in Lotharingen: Diemeringen, Mörchingen (Frans: Morhange), Püttlingen (Frans: Puttelange-aux-Lacs), Augweiler (Frans: Ogéviller) en Neuweiler (Frans: Neuviller-sur-Moselle).

De versplintering van het bezit (1520-1561)Bewerken

In 1520 delen de zonen van Jan VI:

  • Filips te Dhaun krijgt: het graafschap Salm en de heerlijkheden Ogéviller, Pelligni, Neuviller, Bayon en het aandeel in de heerlijkheid Vinstingen, de heerlijkheid Grumbach, het rijngraafschap Stein, het wildgraafschap Dhaun, een deel van het gerecht Rhaunen, het gerecht Hausen en de heerlijkheid Püttlingen.
  • Jan VII te Kyrburg krijgt het wildgraafschap Kyrburg en de heerlijkheden Flonheim, Dhronecken, Wildenburg, Diemeringen, Wörrstadt en Windesheim. (uitgestorven 1688)
  • gemeenschappelijk blijven Kirn en Meddesheim met Kirschroth

Het verkleinde wildgraafschap (1561-1750)Bewerken

In 1561/74 delen de zonen van Filips Frans:

  • Frederik te Salm krijgt het graafschap Salm en de heerlijkheden Ogéviller, Pelligni, Neuviller, Bayon en het aandeel in de heerlijkheid Vinstingen.
  • Jan te Grumbach krijgt de heerlijkheid Grumbach en het rijngraafschap Stein
  • Adolf Hendrik te Dhaun krijgt het wildgraafschap Dhaun, een deel van het gerecht Rhaunen, het gerecht Hausen en de heerlijkheid Püttlingen

In 1688 worden na het uitsterven van de linie in Kyrburg geërfd 3/4 van de heerlijkheid Flonheim, 1/4 van de heerlijkheid Diemeringen, 1/4 van Kirn en 1/2 van Meddesheim met Kirschroth.

Na de dood van Johan Filips in 1697 krijgt de jongere zoon de heerlijkheid Püttlingen, maar na de dood van de oudste broer in 1733 wordt het bezit weer herenigd.

In 1750 sterft de tak uit. Püttlingen komt via de dochter van wildgraaf Karel aan de vorst van Löwenstein-Wertheim. De overige landen worden in 1764 verdeeld onder Salm-Salm en Salm-Grumbach.

In 1797 wordt het wildgraafschap bij Frankrijk ingelijfd. Het Congres van Wenen voegt het voormalige wildgraafschap in 1815 bij het koninkrijk Pruisen.

RegentenBewerken

regering naamkop 2 geboren overleden familie
1327-1333 Jan I -9-1333
1333-1383 Jan II voor 1333 16-2-1383 zoon
1383-1428 Jan III 1371 8-4-1428 zoon
1428-1476 Jan IV voor 1422 30-6-1476 zoon
1476-1495 Jan V 17-11-1436 2-9-1495 zoon
1495-1499 Jan VI voor 1470 25-12-1499 zoon
1499/1512-1521 Filips 8-9-1492 27-8-1521 zoon
1521-1561 Filips Frans 4-8-1518 28-1-1561 zoon
1561-1569 Johan Filips I 30-9-1545 3-10-1569 zoon
1569-1574 Frederik 3-2-1547 26-10-1608 broer
1574-1606 Adolf Hendrik 1557 20-2-1606 broer
1606-1638 Wolfgang Frederik 1589 24-12-1638 zoon
1638-1673 Johan Lodewijk 1620 6-11-1673 zoon
1673-1693 Johan Filips II 28-10-1645 26-6-1693 zoon
1693-1733 Karel 11-9-1675 26-3-1733 zoon
1733-1742 Johan Filips III 20-1-1724 13-9-1742 zoon
1742-1748 Christiaan Otto 14-4-1680 24-1-1748 broer van Karel
1748-1750 Johan Frederik 24-7-1724 27-1-1750 zoon van broer
1750-1750 Karel Leopold Lodewijk 30-12-1748 23-2-1750 zoon
1750-1750 Frederik Willem 5-1-1750 10-6-1750 broer