Hoofdmenu openen

Westelijke levendbarende pad

geslacht uit de familie padden

De westelijke levendbarende pad[2] (Nimbaphrynoides occidentalis) is een kikker uit de familie padden (Bufonidae).[3]

Westelijke levendbarende pad
IUCN-status: Kritiek[1] (2004)
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Amfibia (Amfibieën)
Orde:Anura (Kikkers)
Familie:Bufonidae
Geslacht:Nimbaphrynoides
Soort
Nimbaphrynoides occidentalis
Angel, 1843
Afbeeldingen Westelijke levendbarende pad op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Westelijke levendbarende pad op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Naamgeving en taxonomieBewerken

De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Fernand Angel in 1843. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Nectophrynoides occidentalis gebruikt.

De westelijke levendbarende pad is de enige soort uit het geslacht Nimbaphrynoides. Vroeger werd er nog een tweede soort erkend, Nimbaphrynoides liberiensis. Deze soort wordt tegenwoordig als een ondersoort gezien maar wordt in de literatuur vaak vermeld als een aparte soort. De voornaamste verschillen tussen de twee ondersoorten zijn de lichaamsgrootte en de relatieve lengte van de tenen.

OndersoortenBewerken

Uiterlijke kenmerkenBewerken

De westelijke levendbarende pad kan een lichaamslengte bereiken van 1,5 tot 2,5 centimeter. De pad heeft een typisch kikker-achtige bouw maar heeft een zeer ruwe huid aan de bovenzijde van het lichaam.

VoortplantingBewerken

Deze kikker is volledig terrestrisch en heeft geen water nodig voor de voortplanting. De westelijke levendbarende pad is een levendbarende soort, die geen eitjes afzet maar de jongen in het lichaam ontwikkeld. Zodra ze tevoorschijn komen is het larvestadium al voorbij. Na een draagtijd van 9 maanden komen 2 tot 16 kleine padjes ter wereld. Daarvoor blaast ze zichzelf op en perst de jongen naar buiten. De paartijd is in het voorjaar en de zomer.

Verspreiding en leefgebiedBewerken

Er zijn twee gekende ondersoorten die voorkomen in Afrika en leven rond de Nimbaberg; Guinee, Ivoorkust en Liberia.[4]