Hoofdmenu openen

Wikipedia β

Vruchtpluis

Vruchtpluis is het uitgegroeide pappus (de gereduceerde kelk bij de lintbloempjes van een lid van de composietenfamilie) op de vrucht. Het komt vooral voor op de nootvruchtjes van planten die tot de Composietenfamilie behoren, maar het komt ook voor bij andere families, zoals bij de Teunisbloemfamilie. Bij deze vruchten is de kelk uitgegroeid tot een haarkrans. Er zijn soorten (zoals bij Paardenbloem) waarbij het steeltje van de haarkrans zich verlengt tijdens het rijp worden van de vrucht. Maar ook komen soorten voor waarbij het vruchtpluis direct op de vrucht is ingeplant (Klein streepzaad, Klit). Het vruchtpluis kan zij-asjes hebben en wordt dan geveerd vruchtpluis genoemd, zoals bij de Speerdistel en de Akkerdistel.

Zaadpluis bij katoenBewerken

Op de zaden van de katoen (Gossypium sp.) zit ook pluis, maar dat is niet afkomstig van de kelk en dus geen vruchtpluis, maar zaadpluis. De katoenvezel is een eencellig uitgroeisel van de opperhuid (epidermis) van het zaad en is botanisch gezien een eencellige, met cellulose verdikte haar.