Hoofdmenu openen

Voogd (feodalisme)

persoon die een bezit beheerde namens een andere instantie

Een voogd was in het feodale tijdperk een persoon die een bezit beheerde namens een andere instantie, dat kon een kerkelijke instelling als een abdij, klooster of een kerk met grote bezittingen zijn, maar ook een wereldlijk stift met gigantische, verdeeld gelegen domeinen.

Het gebied waarover de voogd het beheer voerde werd een voogdij genoemd.

Vaak was de voogd het familiehoofd van het adellijke geslacht dat de betreffende abdij of kerk, of het wereldlijke stift, had gesticht. Zo behield de familie zeggenschap over, en inkomsten uit, de landerijen die ze aan de instelling had geschonken. Niet zelden kwam het voor dat voogden zichzelf bevoordeelden ten koste van de instelling waarover ze voogd waren.

"Voogd" is de term, niet te verwarren met een 'algemene beschermvoogd', die in Duitstalige gebieden werd gebruikt, in Frankrijk werd de term lekenabt gebruikt. Zie dat artikel voor een meer uitvoerige beschrijving.