Hoofdmenu openen

Volle maan (Suske en Wiske)

Suske en Wiske

Volle maan is een stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het scenario is geschreven door Paul Geerts en de tekeningen zijn gemaakt door Marc Verhaegen. Het is gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 6 september 1996 tot en met 28 december 1996. De eerste albumuitgave was in april 1997.

Volle maan
Stripreeks Suske en Wiske
Volgnummer 224
Scenario Paul Geerts
Tekeningen Marc Verhaegen
Lijst van verhalen van Suske en Wiske
Portaal  Portaalicoon   Strip

Centraal in dit verhaal staat de mythe van de weerwolf.

Inhoud

LocatiesBewerken

Dit verhaal speelt zich af op de volgende locaties:

PersonagesBewerken

In dit verhaal komen de volgende personages voor:

  • Suske, Wiske, tante Sidonia, Lambik, Jerom, conducteur, boer, Anjo en haar dochtertje Marieke, Teun Brom (de herenboer), winkelmeisje, Henk (broer van Teun), Trees (meid), boeren, broeders, directeur ziekenhuis, gemeenteraad, Kazan (hond), politie.

Het verhaalBewerken

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Suske en Wiske vervelen zich en tante Sidonia raadt hun aan om de trein te pakken en te gaan kamperen. Suske en Wiske reizen naar het land van Peel en Maas, in het heuvelland van Zuid-Limburg. Ze stappen uit en willen nog brood kopen, maar de winkelier weigert om de vreemde reden dat het al donker wordt. Het hele dorp timmert inmiddels de ramen dicht. Suske en Wiske lopen verder en merken op dat iedereen in het dorp wel ergens bang voor lijkt.

Suske en Wiske lopen naar een hofstede en vragen om onderdak, maar de boer stuurt hen ook weg. Wiske wil niet buiten slapen en zoekt met Suske verder. Dan komen ze bij de kleine boerderij van Anjo en haar dochtertje Marieke. Ze mogen hier eten en overnachten. Anjo vertelt dat iedereen bang is voor onweer en ze worden erg vroeg naar boven gestuurd. Als Wiske 's nachts een geluid hoort, wil ze op onderzoek, maar Anjo zegt dat het verboden is om ’s nachts een deur te openen. De volgende dag praten de kinderen over het geluid, maar Anjo zegt dat het de wind wel zal zijn geweest. Marieke gaat met Suske en Wiske schapen hoeden en vertelt dat haar moeder de wol verkoopt, het is de enige bron van inkomsten. De laatste tijd verdwijnen er echter steeds meer schapen op onverklaarbare wijze. Marieke vertelt ook dat zij het huisje huren van de herenboer Teun Brom. Hij woont op de hofstede waar Suske en Wiske de vorige avond zijn weggestuurd. Voor Suske en Wiske is duidelijk dat het geen aardige man is.

Suske gaat richting het moeras, alhoewel Marieke hem waarschuwt dat er al mensen niet zijn teruggekeerd. Suske vindt de bevolking van het platteland maar bijgelovig en gaat toch naar het moeras. Hij ziet een enorme voetafdruk van een wolf en vlucht terug. De kinderen brengen de schapen terug naar Anjo's boerderij en worden opnieuw door haar gewaarschuwd dat de deuren ’s nachts dicht moeten blijven. Suske vertelt Wiske over de voetafdruk en de volgende dag vraagt Anjo of zij boodschappen willen halen in het dorp. Suske zegt dat hij en Wiske de boodschappen zullen betalen als tegenprestatie voor het mogen overnachten. In de winkel koopt Suske ook gips en gaat met Wiske naar het moeras. Suske giet het sneldrogend gips in de voetafdruk en wil het ding naar professor Barabas sturen. Teun komt intussen de huur opeisen, maar Anjo kan hem niet betalen. Ze krijgt tien dagen uitstel van de bullebak. Suske en Wiske vertellen Anjo dat ze in het postkantoor willen bellen met tante Sidonia. Ze versturen ook stiekem het pakket met de gipsafdruk. Als tante Sidonia het verhaal hoort, wil ze dat Suske en Wiske meteen naar huis komen. Daar hebben de kinderen echter geen boodschap aan.

Suske en Wiske ontmoeten in het veld een boer, Henk, die de broer van Teun blijkt te zijn. Henks tractor is stuk en Henk vertelt dat Teun geen nieuwe tractor wil kopen. Het lukt Suske om het ding weer aan de praat te krijgen. Henk neemt de kinderen uit dankbaarheid mee naar zijn hoeve en geeft hen water uit de put. Dan komt Trees, de dienstmeid, aanrennen en waarschuwt dat boer Teun geen vreemden op het erf wil hebben. Teun heeft Suske en Wiske dan al gezien en komt met een stok op hen af, maar Suske kan de man ontwijken en de kinderen worden door Henk weggestuurd. Suske en Wiske zien nog hoe Henk stokslagen krijgt van zijn broer.

Ze rennen naar het huis van Anjo. Die is wanhopig, omdat Marieke nog niet terug is terwijl het al donker wordt. Suske gaat met een bijl het bos in en ziet de schapen. Hij gaat verder en vindt Marietje met een lammetje in het moeras. Suske kan het meisje redden, maar dan zien ze ineens een schim door de mist rennen. Suske vindt even later een metalen tabaksdoos met de letters T.B. erin gegraveerd. Suske en Wiske gaan de volgende dag naar de hofstede en laten de tabaksdoos aan Teun zien, maar die zegt dat hij niet bij het moeras is geweest. De kinderen hebben echter niks over een moeras gezegd. Ze laten ook een lap stof zien, met dezelfde kleur als de jas van Teun. Teun jaagt de kinderen opnieuw van zijn erf. Suske vertelt dat hij nu zeker weet dat het Teun is die in het moeras is geweest toen hij Marieke vond. Heeft hij Marieke in het moeras geduwd?

Suske en Wiske zien dat Lambik en Jerom zijn aangekomen bij het huisje van Anjo. Ze hebben veel eten meegebracht, als dank voor de zorg voor de kinderen. Tante Sidonia en Lambik besluiten ook enkele dagen bij Anjo te blijven logeren en horen ’s avonds van Suske en Wiske wat er is gebeurd. Lambik vertelt dat professor Barabas de gipsafdruk heeft onderzocht, het gaat om een menselijke voet met lange klauwen. Tante Sidonia geniet buiten van een mooie volle maan en kan een schimmige gestalte neerslaan. Het blijkt Teun te zijn die in de schapenstal zat. De vrienden brengen Teun naar binnen en vinden dan twee afgeslachte schapen in de stal. Teun kan ontsnappen en de volgende dag komt Trees naar het huis van Anjo, waar ze vertelt dat de alarmklok in het dorp heeft geluid. Er zijn op meerdere boerderijen schapen, koeien en kippen gedood. Iedereen verdenkt Teun ervan de dieren te hebben gedood. De vrienden rijden naar de hofstede en Lambik zegt dat men met geweld niks oplost. Teun vertelt dat er ook op zijn eigen boerderij dieren zijn gedood. Hij was de dader op het spoor, maar werd toen overmeesterd door tante Sidonia.

Teun laat dan een voetafdruk zien en Suske ziet dat dit sprekend lijkt op het exemplaar waar hij gips in heeft gegoten. De boeren gaan weer naar huis en Teun vertelt de vrienden zijn levensverhaal. Hij moest samen met zijn broer dag en nacht werken en hun vader was een echte vrek, die hem ook niet toestond te trouwen. Een grote brand verwoestte een gedeelte van de boerderij en de ouders kwamen daarbij om. Niemand van het dorp was bij de begrafenis aanwezig behalve de broers zelf en Trees. Henk vertrok om een reis door Europa te maken en Teun wilde behalve Trees niemand meer op zijn terrein. Toen Henk terugkeerde kwam hij als hoeveknecht weer bij zijn broer werken, maar Teun is nu ook kwaad op Henk omdat die hem in de steek heeft gelaten. Teun vertelt dat Henk erg teruggetrokken leeft, maar Suske en Wiske vertellen dat Henk juist aardig was tegen hen.

De vrienden besluiten de omgeving in de gaten te houden. Lambik geeft de Suske een gsm en ze splitsen zich op. Wiske moet bij tante Sidonia blijven, Suske gaat naar de hoeve en Lambik is in het moeras, maar hij vindt daar niks en gaat naar huis. Suske ziet dat er om middernacht een raam opengaat en hoort dan het gehuil van een wolf. Wiske gaat op zoek naar Suske en samen gaan ze op weg naar Lambik. Dan zien ze Lambik vechten met een enorme wolf, waarvan hij een poot weet af te hakken. Ze nemen een stuk regenjas mee naar het huis met de poot erin. Als ze het pakket openen blijkt de klauw in een mensenhand te zijn veranderd. Suske herkent de hand zonder duim als de hand van... Henk.

De vrienden leggen de hand in de ijskast en ze gaan de volgende dag naar Teun. Ze vinden de zwaargewonde Henk die een hand mist in bed, en vertellen Teun wat er aan de hand is. Ze bellen een ambulance en Henk wordt naar het ziekenhuis gebracht. Jerom komt bij het ziekenhuis aan, professor Barabas heeft hem verteld wat er is gebeurd. De hand van Henk wordt weer aan zijn arm gehecht door de dokters en Henk wordt in afzondering gehouden. Als het opnieuw volle maan is, ontsnapt Henk uit het ziekenhuis. De gemeenteraad komt bijeen en roept de hulp in van de politie. De vrienden horen dat Marieke nog niet terug is met haar schapen. Teun wordt gearresteerd en Jerom gaat op zoek naar Suske en Marieke, hij laat de politie het meisje thuisbrengen. Suske verkleedt zich als schaap en Jerom verslaat dan de weerwolf met hulp van Lambik. De weerwolf wordt vastgebonden en als het dag wordt, is Henk weer de oude. De politiecommissaris zal Henk nu afleveren bij de psychiatrische afdeling in het ziekenhuis.

De vrienden bezoeken Henk nog eenmaal en hij vertelt hoe hij na de dood van zijn ouders heeft rondgezworven in het buitenland. Toen hij in Transsylvanië was, is hij daar aangevallen door een weerwolf die zijn linkerduim afbeet. Daardoor is hij zelf met het weerwolfvirus besmet geraakt. Henk zal in een speciaal ziekenhuis in het buitenland behandeld worden en Teun, die spijt heeft van het verleden, zal met hem meegaan. Anjo en Marieke mogen gratis op de hoeve komen wonen om samen met Trees de boerderij te runnen. De vrienden blijven nog enkele dagen bij Anjo. Lambik ontmoet nog Kazan, de nieuwe waakhond van de hoeve, waarvan hij even erg schrikt.

Achtergronden bij het verhaalBewerken

  • Dit album werd ook uitgegeven in het Limburgs dialect, onder de naam De waerwouf van Ieëtselder.
  • Als Suske en Wiske aan het begin van het verhaal door Zuid-Limburg reizen, zien ze een standbeeld van zichzelf bij het station.

Fouten en inconsequenties in het verhaalBewerken

  • Suske en Wiske gaan kamperen en Lambik en Sidonia brengen hen naar het station. Onderweg vertelt Lambik dat ze zullen kamperen in het land van Peel en Maas in Zuid-Limburg. In werkelijkheid ligt dat gebied in Noord-Limburg.
  • Enkele verhaallijnen blijven onduidelijk uitgewerkt, bijv. of het nu inderdaad Teun was die Suske in het moeras zag, en zo ja, of Teun Marieke heeft aangevallen. Welk motief hij hiervoor dan gehad zou kunnen hebben wordt ook nergens duidelijk; het feit dat Teun tevens Anjo's schuldeiser is kan hier in principe niets mee te maken hebben.
  • De afgehakte hand van Henk groeit er na de operatie snel weer aan, na ca. een dag van Henks arm gescheiden te zijn geweest. In werkelijkheid is zoiets chirurgisch gezien vrijwel onmogelijk.
  • Een politieagent kondigt aan het eind van het verhaal aan dat Henk juridisch vervolgd zal worden. Even later wordt echter gemeld dat Henk en Teun samen voor een speciale behandeling naar het buitenland gaan.

UitgavenBewerken

Publicaties
Krant of tijdschrift Nummer Publicatiedatum Voorganger Opvolger
De Standaard / Het Nieuwsblad 145 6 september 1996 - 28 december 1996 De verraderlijke Vinson Tex en Terry
Suske en Wiske 20 11 december 1996 - 26 februari 1997 De verraderlijke Vinson Prachtige Pjotr
Albumuitgaven
Stripreeks of collectie Nummer Eerste druk Voorganger Opvolger
Vierkleurenreeks 252 april 1997 De verraderlijke Vinson Prachtige Pjotr
Luxe reeks 26 april 1997 De verraderlijke Vinson Prachtige Pjotr
Uitgave voor weekblad Suske en Wiske 16 april 1997
Suske en Wiske Collectie 48 1997
Limburgse uitgave 12 november 2005
De Nederlandse avonturen 13 2009 De woeste wespen Het witte wief

Externe linkBewerken