Hoofdmenu openen

Viviparidae

familie uit de orde Architaenioglossa

TypegenusBewerken

Viviparus Montfort, 1810 is het typegenus van deze familie.

SchelpkenmerkenBewerken

De schelp is meestal conisch van vorm, hoger dan breed en regelmatig gewonden. De windingen zijn doorgaans bol, soms met kielen die glad maar ook geknobbeld kunnen zijn. Bij veel soorten is de kiel op de periferie geprononceerd. Vaak is de mondopening ovaal tot vrijwel rond. De mondrand is scherp, niet verdikt en niet omgeslagen. De schelp heeft een navel die echter geheel bedekt kan zijn.

In hoogte variëren de meeste soorten tussen ongeveer 1 en 6 cm.

Hoewel de dieren van gescheiden geslacht zijn (zie onder) is nog niet aangetoond dat dit zich uit in geslachtelijke dimorfie van de schelp zoals van andere slakkensoorten (bijvoorbeeld Lithoglyphus naticoides) bekend is.

Moerasslakken hebben een (meestal dun) hoornachtig operculum dat concentrisch is opgebouwd.

VoortplantingBewerken

De dieren zijn van gescheiden geslacht. Zoals de Latijnse naam aangeeft, zijn deze dieren levendbarend. Er is echter geen sprake van echt levendbarend maar van zgn eierlevendbarend (ovovivipaar).

Habitat en levenswijzeBewerken

De meeste soorten leven in zoet zuurstofrijk water, er zijn er ook die zwak brak water verdragen.

Geologische historieBewerken

Voorouders van de moerasslakken komen met zekerheid sinds het Juratijdperk voor, de modernere soorten zijn zich sinds het Krijttijdperk beginnen te ontwikkelen.

VoorkomenBewerken

Wereldwijd verspreid met uitzondering van Zuid-Amerika.

Voorkomen in Noordwest-EuropaBewerken

In Noordwest-Europa komen twee levende soorten voor: de Spitse moerasslak (Viviparus contectus) en de Stompe moerasslak (Viviparus viviparus). Daarnaast zijn van deze regio uit het Cenozoïcum (vooral uit het Kwartair) enkele fossiele soorten bekend.

TaxonomieBewerken

De familie kent de volgende indeling:[2][3]

Indeling in onderfamilies volgens WoRMSBewerken

AfbeeldingenBewerken

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken