Hoofdmenu openen

Wikipedia β

Vertakking

Vertakking is in de plantkunde de wijze waarop de stengel of de wortelstok zijtakken vormt en nieuwe groeipunten vormt.

  • Als de vertakking optreedt met groeipunten of okselknoppen vanuit de hoofdas spreken we van een sympodiale vertakking. De groei vindt hierbij niet plaats aan de top van de hoofdstengel, dit in tegenstelling tot de volgende vertakkingswijzen. Een sympodiale vertakking ontstaat doordat verschillende meristemen een beperkte groei hebben en telkens vervangen worden door een meristeem van een hogere (vertakkings)orde. Een voorbeeld hiervan is de stengel bij tomaat en de rizomen bij kweek.
  • Als de vertakking optreedt met een hoofdas die doorgroeit spreekt men van een monopodiale vertakking. Bij een monopodiale vertakking wordt de stengel (stam) uit hetzelfde groeipunt (meristeem) gevormd en blijft hij dezelfde richting uitgroeien, zoals de stam van de meeste naaldbomen.
  • Bij varens, vooral bij veel fossiele varens, zoals Rhynia, Psilotum, Lycopodium (wolfsklauwen) en Selaginella, maar ook bij veel mossen en levermossen treedt dichotome vertakking op: de groeipunt van de stengel deelt zich in twee min of meer gelijke groeipunten, waaruit de stengel verder in twee gelijke takken doorgroeit. Als de takken niet geheel gelijkwaardig meer zijn, maar een van beide dominant is in de lengtegroei, spreekt men van anisotome vertakking of pseudomonopodiale groei, bijvoorbeeld bij de grote wolfsklauw. Het bouwplan van de zaadplanten blijkt hier niet op te gaan, maar een betere verklaring geeft hier de teloomtheorie.

Als de zijtakken op ongewone plaatsen, andere dan hierboven genoemd, spreekt men van adventieve takken. Een voorbeeld vormende takken die als wortelopslag worden gevormd.