Hoofdmenu openen
Zie artikel Zie De verloochening van Petrus voor het schilderij van Rembrandt.
Gerard Seghers: De verloochening van Petrus (ca. 1623)

De verloochening van Petrus of ontkenning van Petrus is een verhaal in het Nieuwe Testament dat in alle vier canonieke evangeliën (Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes) op verschillende wijze wordt verteld. De verhaallijnen zijn grotendeels hetzelfde, maar de vier verslagen spreken elkaar tegen met betrekking tot de proloog, de setting, de personages, de handelingen en de chronologie. De verloochening van Petrus is vaak verbeeld in christelijke kunst en is een belangrijk thema in de christelijke theologie.

SyntheseBewerken

In het voorgaande narratief voorspelde Jezus dat Petrus, zijn belangrijkste discipel die hem later zou opvolgen, hem driemaal zal verloochenen (dat wil zeggen: ontkennen dat hij wist wie Jezus was of een volgeling van hem te zijn) voordat er een haan heeft gekraaid (volgens Marcus tweemaal heeft gekraaid). Petrus verklaarde zich bereid samen met Jezus te sterven (volgens Lucas en Johannes nog voordat Jezus de verloochening voorspelde). Na de arrestatie van Jezus volgde Petrus hem terwijl hij werd meegevoerd naar het huis van hogepriester Kajafas (volgens Johannes naar Annas, schoonvader van Kajafas). Terwijl Jezus binnen werd verhoord door de Sanhedrin, bevond Petrus zich op de binnenplaats voor het huis bij een vuur (Matteüs noemt geen vuur). Daar waren er verschillende mensen die hem drie keer ervan beschuldigden een volgeling van Jezus te zijn. Blijkbaar uit angst om ook te worden opgepakt, in weerwil van zijn eerdere bereidheid om samen met Jezus te sterven, ontkende Petrus drie keer Jezus te kennen dan wel een volgeling van Jezus te zijn, hoorde toen een haan kraaien (volgens Marcus tweemaal), herinnerde zich Jezus' voorspelling en moest huilen van spijt (de zogeheten 'Inkeer van Petrus'; Johannes noemt niet dat Petrus het zich herinnerde en moest huilen).

VergelijkingBewerken

De verloochening van Petrus wordt voorspeld in de verzen Matteüs 26:31–35, Marcus 14:27–31, Lucas 22:31–34, 39 en Johannes 13:36–38 (deze voorspellen ook de ontrouw van de andere discipelen) en verhaald in de verzen Matteüs 26:69–75, Marcus 14:66–72, Lucas 22:56–62 en Johannes 18:15, 25–27.[1] Onderstaande vergelijking is gemaakt op basis van de Nieuwe Bijbelvertaling (2004).

Matteüs Marcus Lucas Johannes
Voorspelling Matteüs 26:33–35
  • Jezus verzekerde Petrus dat hij hem die nacht driemaal zal verloochenen voordat de haan gekraaid heeft.
  • Petrus beloofde Jezus hem nooit te verloochenen, zelfs als hij samen met Jezus moest sterven. De discipelen vielen Petrus bij.
Marcus 14:29–31
  • Jezus verzekerde Petrus dat hij hem die nacht driemaal zal verloochenen voordat de haan tweemaal gekraaid heeft.
  • Petrus beloofde Jezus hem nooit te verloochenen, zelfs als hij samen met Jezus moest sterven. De discipelen vielen Petrus bij.
Lucas 22:33–34
  • Petrus verklaarde zich bereid om samen met Jezus de gevangenis in te gaan en sterven. [Geen reactie van de discipelen]
  • Jezus verzekerde Petrus dat hij hem die nacht driemaal zal verloochenen voordat de haan gekraaid heeft.
Johannes 13:36–38
  • Petrus verklaarde zich bereid om samen met Jezus te sterven. [Geen reactie van de discipelen]
  • Jezus verzekerde Petrus dat hij hem driemaal zal verloochenen voordat de haan gekraaid heeft.
1e verloochening Matteüs 26:69–70
  • Petrus zat op de binnenplaats. [Geen vermelding van vuur]
  • Een dienstmeisje kwam naar hem toe en zei dat hij bij Jezus uit Galilea hoorde.
  • Petrus ontkende hardop zodat iedereen het kon horen.
Marcus 14:66–68
  • Petrus zat op de binnenplaats. [Geen vermelding wie wanneer het vuur aanstak en dat Petrus erbij was gaan zitten]
  • Een dienstmeisje van de hogepriester zag Petrus bij het vuur zitten en zei dat hij bij Jezus van Nazareth hoorde.
  • Petrus ontkende.
Lucas 22:55–57
  • Ze [Jezus' arresteerders] staken een vuur aan op de binnenplaats, gingen er omheen zitten en Petrus voegde zich bij hen.
  • Een dienstmeisje zag Petrus bij het vuur zitten en zei dat hij erbij [Jezus' gezelschap] hoorde.
  • Petrus ontkende.
Johannes 18:15–17
  • Petrus bleef buiten bij de poort staan, terwijl een andere discipel mee naar binnen ging. Daarna kwam de andere discipel weer naar buiten, sprak met de portierster en nam Petrus mee naar binnen.
  • De portierster vroeg Petrus of hij een discipel van Jezus was.
  • Petrus ontkende.
2e verloochening Matteüs 26:71–72
  • Petrus liep naar het poortgebouw.
  • Een ander meisje zag Petrus en zei tegen omstanders dat hij bij Jezus van Nazareth hoorde.
  • Petrus ontkende.
Marcus 14:68–70
  • Petrus liep naar het voorportaal.
  • Er kraaide een haan.
  • Hetzelfde [dienst]meisje zag Petrus opnieuw en zei tegen omstanders dat hij bij hen [Jezus' gezelschap] hoorde.
  • Petrus ontkende.
Lucas 22:58
  • Het was even later.
  • Een ander zag Petrus en zei dat hij een van hen was.
  • Petrus ontkende.
Johannes 18:18, 25
  • De slaven en gerechtsdienaars staken een vuur aan [op de binnenplaats?] en Petrus ging erbij staan.
  • De omstanders vroegen Petrus of hij een discipel van Jezus was.
  • Petrus ontkende.
3e verloochening Matteüs 26:73–74
  • Het was even later.
  • De omstanders kwamen naar Petrus toe, zeiden dat hij een van hen was en zijn accent hem verried.
  • Petrus vloekte en ontkende.
  • Er kraaide een haan.
  • Petrus herinnerde Jezus' voorspelling en huilde.
Marcus 14:70–72
  • Algauw [daarna].
  • De omstanders zeiden dat Petrus wel degelijk bij hij hen hoorde omdat hij uit Galilea kwam.
  • Petrus vloekte en ontkende.
  • De haan kraaide voor de tweede keer.
  • Petrus herinnerde Jezus' voorspelling en huilde.
Lucas 22:59–62
  • Het was ongeveer een uur later.
  • Nog iemand anders zei dat Petrus bij het gezelschap hoorde omdat hij uit Galilea kwam.
  • Petrus ontkende.
  • Er kraaide een haan.
  • Petrus herinnerde Jezus' voorspelling en huilde.
Johannes 18:26–27
  • [Geen tijdsaanduiding]
  • Een slaaf van de hogepriester vroeg Petrus of hij hem niet bij Jezus had gezien in de olijfgaard.
  • Petrus ontkende.
  • Er kraaide een haan.
  • [Geen reactie van Petrus]

Drie of zes keer verloochendBewerken

In elk van de vier evangeliën staat dat Jezus zijn discipel waarschuwde (“vannacht, voor de haan (tweemaal) kraait zul je mij drie keer verloochenen”) en dat Petrus inderdaad drie keer zei dat hij zijn Heer niet kende (“verloochende”). Omdat de evangeliën onderling verschillen, is door theologen die de evangeliën als letterlijk waar beschouwen, wel eens geconcludeerd dat Jezus Petrus twee keer waarschuwde en dat Petrus zes keer zijn Heer verloochende, twee keer vóór en vier keer na het verhoor door Kajafas.[2] In het evangelie van Marcus voorspelt Jezus dat de haan twee keer zal kraaien. In sommige belangrijke handschriften van Marcus wordt het eerste kraaien van de haan echter niet vermeld.[bron?] Daarom is de authenticiteit van die woorden twijfelachtig en staan ze in de meest gebruikte kritische uitgave tussen vierkante haken.[bron?] Voor het aantal keer dat de haan kraait volgens Marcus maakt dit geen verschil.[bron?] In de tabel staan de versnummers:

Volgnummer Matteüs 26 Marcus 14 Lucas 22 Johannes 18
Jezus waarschuwt Petrus 34 13:38
Naar Gethsemane
Jezus waarschuwt Petrus 34 30 “de haan zal twee keer kraaien”
1 Tegen portierster 17
2 Bij het vuur 25
Jezus wordt verhoord door Kajafas 57-68 53-65 63-71
3 Tegen slavin 70 68 56
De haan kraait 68 (niet in alle handschriften)
4 Bij voorportaal 72 58
5 Tegen dezelfde slavin 69
6 Een uur later, tegen slaaf van hogepriester 74 71 60 27
De haan kraait 75 72 “voor de tweede keer” 61 27

InterpretatieBewerken

Onder geleerden en theologen wordt getwijfeld of de verloochening van Petrus echt gebeurd is. Sommige exegeten noemen het een onhistorisch theologoumenon, dat wil zeggen, een theologische uitspraak die niet voorkomt uit goddelijke openbaring of anderszins autoriteit mist. De vraag is dan wie het verhaal zou(den) hebben verzonnen en toegevoegd aan de evangeliën en waarom, omdat dit het concept van de apostolische successie en daarmee de legitimiteit van het pausdom en de (katholieke) Kerk ondermijnt. Er is ook discussie over hoe het kan dat de vier verslagen elkaar zo tegenspreken, wat de meest waarschijnlijke reeks gebeurtenissen is en hoe die dient te worden begrepen.[3]

In de kunstBewerken

Zie ookBewerken