Verdrag van Athis-sur-Orge

Na de onbesliste Slag bij Pevelenberg van 18 augustus 1304 werd op 23 juni 1305 het Verdrag van Athis-sur-Orge gesloten tussen graaf Robrecht III van Béthune en de Franse koning Filips IV de Schone.

Het verdrag voorzag in een algehele amnestie, de vrijlating van alle gevangenen en het herstel van Vlaanderen als vorstendom met erkenning van de graaf als hoogste gezag; maar tevens voorzag het verdrag ook een jaarlijkse boete van 20.000 pond en een herstelbetaling van 400.000 pond, te betalen door de Vlamingen, alsook het recht van de Franse koning om in geval van oorlog Vlaamse krijgers op te eisen. Als waarborg werden de kasselrijen van Dowaai, Orchies en Rijsel (Waals-Vlaanderen) naar het Franse kroondomein overgeheveld als onderpand. Na de ondertekening werd Robrecht vrijgelaten uit Franse gevangenschap, waarna hij zich officieel met de koning verzoende. De Vlaamse Opstand van 1297-1305 werd hiermee beëindigd.

Het verdrag werd vaak gereriviseerd onder andere in 1310, 1312 en 1320. In 1312 werd het verdrag aangepast met het Verdrag van Pontoise. De Waals Vlaamse kanselarijen gingen definitief over naar de kroon, de boete werd gehalveerd. De steden en graaf en zijn jonger zoon Robrecht van Kassel bleven zich verzetten tegen het verdrag. Na pogingen Rijsel en Doornik te belegeren, werden de onderhandelingen hervat en werd de vrede in Parijs ondertekend op 5 mei 1320 trouwde Margaretha van Frankrijk, de dochter van de koning met Lodewijk I van Vlaanderen, zoon van Lodewijk I van Nevers, en liet Robrecht het graafschap aan zijn oudste zoon. [1]

De financiële bedingingen van het verdrag waren echter dermate hard voor de landbouwers en middenklasse in het graafschap Vlaanderen dat de Opstand van Kust-Vlaanderen in 1323 uitbrak. Die werd neergeslagen in 1328 met de Slag bij Kassel. Jacob van Artevelde verkreeg in 1337 na een nieuwe opstand, gestart vanuit de stad Gent, van koning Filips VI van Frankrijk de nietigverklaring van het verdrag.

De plaats waar het verdrag werd gesloten ligt in Frankrijk, vlak onder Parijs, en heet nu Athis-Mons. De Seine en de Orge vloeien hier samen.

In 1369 kwamen de kanselarijen weer bij Vlaanderen door het huwelijk van Margaretha van Male met Filips de Stoute, hertog van Bourgondië en jongere broer van de koning Karel V van Frankrijk. De graaf van Vlaanderen Lodewijk van Male, achterkleinzoon van Robrecht en Filips IV, kreeg als bruidschat kanselarijen terug bij Vlaanderen.

Zie ookBewerken