Verbond van wilgenvloedbossen en -struwelen

verbond uit de orde van wilgenvloedbossen en -struwelen

Het verbond van wilgenvloedbossen en -struwelen (Salicion albae) is een verbond uit de orde van wilgenvloedbossen en -struwelen (Salicetea purpureae). Het verbond omvat door smalbladige wilgen gedomineerde, eutrafente bosplantengemeenschappen van periodiek overstroomde gronden.

Verbond van wilgenvloedbossen en -struwelen
Verbond van wilgenvloedbossen en -struwelen met schietwilg
Verbond van wilgenvloedbossen en -struwelen met schietwilg
Syntaxonomische indeling
Klasse:Salicetea purpureae
(klasse van wilgenvloedbossen en -struwelen)
Orde:Salicetalia
(orde van wilgenvloedbossen en -struwelen)
Verbond
Salicion albae
Soó 1930
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Koniks in wilgenvloedbos in de Bemmelse Waard

De bosvegetatie uit dit verbond wordt ook wel zachthoutooibos genoemd, in tegenstelling tot die van het abelen-iepenbos, die bekendstaan als hardhoutooibos.

Naamgeving en codering bewerken

  • Synoniem: Salicion albae Tx. ex Moor 1958 nom. illeg., Salicion albae Th.Müll. & Görs 1958 nom. illeg., Populion albae Tx. 1931 nom. nud.
  • Frans: Saulaie arborescente à Saule blanc
  • Duits: Silberweiden-Auenwald
  • Engels: Willow scrub and woodland of sub-montane and lowland river shoals and terraces
  • Syntaxoncode voor Nederland (rVvN): r41Aa

De wetenschappelijke naam Salicion albae is afgeleid van de botanische naam van een kensoort van deze klasse, de schietwilg (Salix alba).

Fysiognomie bewerken

Zoals de naam al aangeeft, bevat het verbond van wilgenvloedbossen en -struwelen qua formaties zowel bossen als struwelen. Het heeft een matig open tot zeer dichte bosvegetatie met een soms hoog opgaande, soortenarme boom- en struiklaag, die in elkaar overgaan. Naast een aantal wilgensoorten komt ook de zwarte populier voor. Deze bomen verspreiden zich door zaden met vruchtpluis of vegetatief met afgebroken takken. De ondergroei bestaat meestal uit een weelderige ruigte met soorten die ook in natte strooiselruigten en rietlanden worden aangetroffen.

Ecologie bewerken

Het verbond van wilgenvloedbossen en -struwelen omvat plantengemeenschappen van periodiek overstroomde, laaggelegen, eutrofe gronden in de uiterwaarden van grote rivieren en in het zoetwatergetijdengebied. Lokaal kan het ook ontstaan in moerasgebieden waar een natuurlijke waterafvoer ontbreekt, zoals in afgesloten rivierarmen en op afgegraven terreinen.

Wilgenvloedbossen vormen op dergelijke standplaatsen de climaxvegetatie.

Associaties in Nederland en Vlaanderen bewerken

Het verbond van wilgenvloedbossen en -struwelen wordt in Nederland en Vlaanderen vertegenwoordigd door drie associaties.

Vegetatiezonering bewerken

 
Epifytische mossengemeenschappen uit de kringmos-klasse

Op de schors van de bomen (ook omgevallen bomen) en struiken uit de gemeenschappen uit het verbond van wilgenvloedbossen groeien altijd mossengemeenschappen uit de kringmos-klasse.

Diagnostische taxa voor Nederland en Vlaanderen bewerken

Het verbond van wilgenvloedbossen en -struwelen heeft voor Nederland en Vlaanderen geen specifieke kensoorten. Voor een overzicht van de voornaamste ken- en begeleidende soorten van de klasse, zie de klasse van wilgenvloedbossen en -struwelen.

Fauna bewerken

In Nederland bevinden de gemeenschappen uit verbond van wilgenvloedbossen en -struwelen zich dikwijls in uiterwaardgebieden waar vaak halfwild/verwilderde grote grazers zoals koniks of rode geuzen rondlopen.

In het natuurlijke landschap van het Europees laagland kwamen grote zoogdieren zoals het wild zwijn en het edelhert ook dikwijls in deze gemeenschappen voor. Thans zijn dit echter zoogdieren die men in Nederland juist totaal niet associeert met uiterwaardgebieden, maar juist met de bossen van de hogere zandgronden.

Fotogalerij bewerken

Zie ook bewerken

Externe links bewerken

Zie de categorie Salicion albae van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.