Hoofdmenu openen

Valentina Visconti

Milanese edelvrouw en hertogin van Orléans
François Fleury-Richard: Valentina Visconti, hertogin van Orléans, in haar kemenade.

Valentina Visconti (Milaan, rond 1370 - Blois, 4 december 1408) was een Milanese edelvrouw uit het huis Visconti en werd hertogin van Orléans door haar huwelijk met Lodewijk van Orléans, de broer van koning Karel VI van Frankrijk.

LevensloopBewerken

Valentina Visconti werd in Milaan geboren als de tweede van vier kinderen. Haar ouders waren Gian Galeazzo Visconti, de heer (en later hertog) van Milaan, en zijn eerste echtgenote Isabella van Frankrijk, dochter van Jan II van Frankrijk.

Ze werd waarschijnlijk Valentina genoemd naar haar overgrootmoeder Valentina Doria, de vrouw van Stefano Visconti.

In 1389 trad ze te Melun in het huwelijk met Lodewijk van Frankrijk, die toen hertog van Touraine was en in 1392 de titel hertog van Orléans kreeg.

Uit dit huwelijk kwamen tien kinderen voort:

In 1396 trok ze zich met haar zoon Karel terug uit het koninklijke hof op Paleis Saint-Pol, omdat haar schoonzus Isabella beweerde dat Valentina de oorzaak was van de geestesziekte van Karel VI. Terwijl haar echtgenoot Lodewijk aan het hof de taak van regent voor zijn broer de koning waarnam, wijdde Valentina zich toe aan de opvoeding van haar kinderen en Lodewijks buitenechtelijke zoon bij diens maîtresse Margaretha van Edingen, Jan van Orléans. Vanaf 1406 zorgde ze ook voor Isabella van Valois, de verloofde van haar oudste zoon Karel en tevens een dochter van de koning.

Nadat haar man Lodewijk in november 1407 werd vermoord in opdracht van de Bourgondische hertog Jan zonder Vrees, zette ze zich in voor de bestraffing van de moordenaars en de aanstichter van de moord. Hierin mislukte ze echter, en nauwelijks meer dan een jaar na het overlijden van haar man stierf Valentina op het kasteel van Blois. In dat jaar, 1408, werd haar lichaam bijgezet in het Cordeliersklooster van Blois. Waarschijnlijk in 1446 werd haar stoffelijke overschot overgebracht naar de kerk van het Celestijnenklooster in Parijs, waar ze naast haar echtgenoot werd bijgezet in de kapel van het huis Orléans.