Hoofdmenu openen

De Tweede Nota Ruimtelijke Ordening was een beleidsdocument van het rijk dat de grondslag vormde voor het beleid inzake de ruimtelijke ordening van Nederland voor de komende tientallen jaren. Het is in 1966 ingediend door het Kabinet-Cals en door de Tweede Kamer bekrachtigd.

Nota's Ruimtelijke Ordening algemeenBewerken

"In een land als Nederland is het beleid van de overheid betreffende de verdeling van de geografische ruimte voor wonen, werken, verkeer en recreatie een zaak van het hoogste belang. Van de vele plannen (structuurplannen, streekplannen) zijn alleen bestemmingsplannen, d.w.z. uitbreidingsplannen op gemeentelijk niveau, bindend mits door het hogere bestuursniveau goedgekeurd. Belangrijke uitgangspunten voor het ruimtelijk beleid zijn neergelegd in de Nota’s Ruimtelijke Ordening van het rijk."[1]

Tweede Nota Ruimtelijke OrdeningBewerken

Deze tweede nota van de rijksoverheid is destijds ingediend door het kabinet-Cals. "In deze nota wordt nog uitgegaan van een bevolkingsgroei van Nederland tot 20 miljoen inwoners in het jaar 2000, wat al gauw te veel bleek. Het gebied ten zuiden van de A-A lijn (Alkmaar-Arnhem) is te vol en moet één miljoen inwoners laten overvloeien naar het noorden. Stedelijke zones (aaneenschakelingen van steden, agglomeraties en stadsgewesten) zullen zijn de noordvleugel van de Randstad (van Alkmaar-Haarlem tot Nijmegen), de zuidwestvleugel (Leiden-Den Haag-Rotterdam-Dordrecht), de Brabantse stedenrij, de Twentse stedenband, Zuid-Limburg, Groningen en omgeving e.d. Tussen deze stedelijke zones moet open ruimte gereserveerd blijven die niet het karakter van openluchtmuseum mag aannemen, maar agrarisch behoort te zijn en te blijven. In deze Centrale Open Ruimte (COR=hart) liggen het westelijk rivierengebied, de Hollandse plassen, de Peel, de Biesbosch, de Zuid-Hollandse eilanden e.d. De grootste agglomeraties krijgen een stadsspoor (metro e.d.). Een Schiphol- en Flevospoorlijn zijn gewenst, de eerste is [in 1973] in ontwerp. Verder worden plaatsen aangewezen die de overloop zullen moeten opvangen van Amsterdam (Purmerend, Alkmaar, Lelystad, Almere) en van het gebied Den Haag-Rotterdam (Zoetermeer, Hellevoetsluis, Dordrecht, Breda). Ook wordt in de nota de aanleg bepleit van dagrecreatiecentra zoals Spaarnwoude en Midden-Delfland. In het kader van deze nota past ook de creatie van een tweede hoofdstad, Groningen, en de verplaatsing van allerlei rijksdiensten naar Apeldoorn (computercentrum, belastingdiensten), Heerlen (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, Centraal Bureau voor de Statistiek), Arnhem (girodienst) enz."

Kernprobleem van de Nederlandse ruimtelijke ordeningBewerken

"Nederland is globaal genomen in de probleemgebieden economisch overbevolkt: te weinig werkgelegenheid; en in de Randstad sociaal overbevolkt: er is te weinig ruimte. In de Randstad dreigen daardoor verschillende gevaren: vergrijzing(door wegtrekken van jongeren naar elders waar het leefmilieu beter is), verpaupering (door vertrek van beter gesitueerden), gettovorming van gastarbeiders en dichtgroeien van het groene hart."