Hoofdmenu openen

Truus Wijsmuller-Meijer

Nederlands verzetstrijdster (1896-1978)

Geertruida (Truus) Wijsmuller-Meijer (Alkmaar, 21 april 1896Amsterdam, 30 augustus 1978) is een Nederlandse verzetsvrouw die voor en in de Tweede Wereldoorlog Joodse kinderen en volwassenen in veiligheid bracht. Ze ontving van Yad Vashem de onderscheiding Rechtvaardige onder de Volkeren. Samen met anderen die voor het vooroorlogse Kindertransport werkten, heeft ze de levens van meer dan 10.000 Joodse kinderen, op de vlucht voor antisemitisme, gered.

Truus Wijsmuller-Meijer
Truus Wijsmuller bij de beeltenis van haarzelf door Herman Janzen (1965)
Truus Wijsmuller bij de beeltenis van haarzelf door Herman Janzen (1965)
Algemene informatie
Volledige naam Geertruida Meijer
Geboren Alkmaar, 21 april 1896
Overleden Amsterdam, 30 augustus 1978
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederland
Beroep gemeenteraadslid
Bekend van verzetsstrijder Tweede Wereldoorlog
Overig
Politiek Liberale Staatspartij, VVD
Website www.truus-children.com
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Inhoud

JeugdBewerken

Truus Meijer wordt geboren in Alkmaar aan de Mient als eerste kind in het gezin Meijer. Haar vader, Jacob Meijer, heeft een drogisterij annex apotheek; haar moeder, Bertha Hendrika Boer werkt als zelfstandig modiste.

Wijsmuller komt uit een hervormd-liberaal gezin. Zij herinnert zich, dat haar ouders haar leerden, om altijd als het nodig is op te komen voor de mensen, die het meest verdrukt zijn. En daarom is zij naar eigen zeggen van huis uit gewend om op te komen voor mensen die het verdienen en nodig hebben. Haar ouders voegen de daad bij het woord door rond 1918 bijvoorbeeld een Duitse jongen in huis op te nemen.

In 1913 verhuist het gezin naar Amsterdam. Het jaar daarop krijgt Meijer, die in Alkmaar twee jaar de Handelsschool volgde, haar eerste baan bij een bank. Daar leert ze Johannes Franciscus Wijsmuller (geboren in Amsterdam op 25 februari 1894) kennen. Ze trouwen in 1922 en Truus Wijsmuller stopt met werken, zoals toen gebruikelijk was. Als het huwelijk kinderloos blijft, besluit ze sociaal werk te gaan doen. Van haar man zal ze steeds ondersteuning en aanmoediging ondervinden. Ze kunnen altijd rekenen op hun inwonende huishoudelijke hulp Cietje Hackmann.


Sociaal en politiek werkBewerken

Wijsmuller wordt bestuurslid en coördinator voor instellingen op neutrale grondslag. Zo is ze coördinator bij de Vereniging van Huiszorg en beheerder van een bewaarplaats voor kinderen van werkende vrouwen. Het werk is onbezoldigd. Ze wordt lid van de Nederlandse Vereniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap. De latere verzetsvrouw Mies Boissevain-van Lennep is er voorzitter. Voor de Liberale Staatspartij staat Wijsmuller in 1935 als nummer 6 op de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen. In 1938 richt ze in verband met de dreigende oorlogssituatie het Korps Vrouwelijke Vrijwilligers op, het secretariaat is bij haar thuis gevestigd. Wijsmuller heeft contacten in alle lagen van de bevolking.

 
Truus Meijer met baret, Stadsarchief Amsterdam 934, datum en fotograaf onbekend


KindertransportenBewerken

Enkele dagen na Kristallnacht reist ze naar de Nederlands-Duitse grens om te zien wat zich daar afspeelt. De Britse regering besluit in november 1938 om Joodse kinderen tot 17 jaar uit nazigebied op te nemen voor een tijdelijk verblijf. Verschillende organisaties in Engeland bundelen hun krachten in het "Refugees Children Movement" (RCM).[1]

Begin december bereikt Wijsmuller vanuit een Londens hulpcomité het verzoek naar Wenen te gaan om er een zekere Eichmann, toen hoofd van de emigratie-afdeling, te vragen om kinderen naar Engeland te laten reizen. Misschien zal het haar als niet-Joodse vrouw lukken om toestemming te krijgen.

Eichmann denkt haar voor een onmogelijke opgave te stellen door toestemming te geven om binnen vijf dagen met 600 kinderen af te reizen. Het lukt Wijsmuller echter het voor elkaar te krijgen; op zaterdag 10 december vertrekt een trein met 600 Joodse kinderen van Wenen naar Nederland. Vijfhonderd van deze kinderen reizen via Hoek van Holland naar Engeland, de andere 100 worden in een school in de Copernicusstraat in Den Haag opgevangen en zullen in Nederland blijven. In Nederland werkt Wijsmuller samen met Gertrude van Tijn van het "Comité voor Bijzondere Joodse Belangen" (behorend bij het "Comité voor Joodsche Vluchtelingen"), Mies Boissevain-van Lennep en vele anderen. In Wenen heeft Wijsmuller gezien hoe mensonterend Joodse inwoners worden behandeld. In Nederland wil niemand dit geloven.

Tussen december 1938 en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 organiseert Wijsmuller meerdere keren per week kindertransporten vanuit nazigebied; meestal naar Engeland, maar ook naar Nederland en later naar België en Frankrijk. Bij elke reis gaan er o'n 150 kinderen mee.Ook kinderen van bijvoorbeeld communisten en Sudetenduitsers reizen mee. In verschillende steden werken de speciaal opgerichte "Kindercomités", joodse en niet-joodse comités, sociaal werkers en vrijwilligers samen om de kinderen in veiligheid te brengen. In Nederland blijven zo'n 2000 kinderen.[2] Wijsmuller is doordrongen van de urgentie van haar werk en geeft vaart en omvang aan het "Kindertransport", zoals de evacuatiereizen gaan heten. Ze onderhoudt contacten met alle bij de reizen betrokken partijen en draagt de verantwoordelijkheid voor de reisdocumenten.. Ook anderen, zoals de Britse zakenman Nicholas Winton, en de Berlijnse Recha Freier, organiseren reizen met kinderen.

Wijsmuller herinnert zich dat de organisatie eigenlijk meteen voor elkaar was dankzij de Joodse comités in Wenen en Frankfurt en Hamburg en Breslau en Berlijn (en later Praag, Danztig en Riga) die de transporten met grote zorgvuldigheid voorbereiden. In haar ogen een wonder van zelfbeheersing omdat ze zich bedenkt hoe bang de mensen geweest moeten zijn als ze hun kinderen de wereld insturen.[3]


Beschrijving van WijsmullerBewerken

Wijsmuller wordt beschreven en herinnerd als een dame met een luide stem, die warmte en energie uitstraalt.[4] [5] De kinderen noemen haar "tante Truus". Ze kan mensen voor zich in nemen en overtuigen, onderhandelen en improviseren, ze bespelen, overdonderen en omkopen als dat noodzakelijk is. Wijsmuller werkt het liefst alleen, ook omdat ze dat het veiligste acht. In de naoorlogse jaren wordt ze daarnaast getypeerd als een eigengereid mens, en, terugblikkend, als een avonturierster[6] .

Kinderen in het BurgerweeshuisBewerken

Vanaf maart 1939 is ze als bestuurder betrokken bij het Amsterdamse Burgerweeshuis (het huidige Amsterdam Museum), waar vanaf dan Duitse vluchtelingenkinderen worden ondergebracht. Zowel zij als haar man tonen zich nauw betrokken bij de kinderen. Ze komen in groepjes bij hen thuis logeren en ze nemen de kinderen mee op uitjes, bijvoorbeeld naar dierentuin Artis. De kinderen noemen haar 'tante Truus'.

 
Staande vrouw links, die naar de kinderen kijkt, is Truus Wijsmuller


Vluchtelingen op de St. LouisBewerken

In juni 1939 worden bijna 1000 Joodse vluchtelingen die door de Verenigde Staten, Canada en Cuba de toegang wordt geweigerd uiteindelijk toegelaten in een aantal Europese landen. Zij bevinden zich op het schip St. Louis dat mocht binnenlopen in de haven van Antwerpen. Als lid van de Nederlandse delegatie gaat Wijsmuller aan boord. Na de onderhandelingen verwelkomt ze de 181 vluchtelingen die in Nederland worden toegelaten.[7]


September 1939- mei 1940Bewerken

Van september 1939 tot mei 1940 begeleidt Wijsmuller groepen Joodse kinderen en volwassenen die in Nederland, België, Denemarken en Zweden gestrand zijn. Met hen gaat ze per vliegtuig naar Engeland en per trein naar het onbezette Zuid-Frankrijk. Ze wordt beschreven als een geboren reisleidster, die de volwassenen kan geruststellen[8] en de kinderen tijdens de lange treinreis uitnodigt tot zingen en toneelspel.[9] [10] In Marseille wordt Wijsmuller gearresteerd en hardhandig verhoord: de Fransen denken met haar de gezochte Duitse spion "Erika" in handen te hebben. Maar er is geen bewijs en ze wordt vrijgelaten. Vanuit Marseille proberen groepen vluchtelingen Palestina te bereiken, destijds een Engels mandaatgebied. Wijsmuller zorgt ook voor de zo moeilijk verkrijgbare reisdocumenten.

Oorlogsjaren 1940-1944Bewerken

Truus Wijsmuller is in Parijs als de Duitse troepen Nederland binnenvallen op 10 mei 1940. Ze wist wanneer de invasie zou plaatsvinden en heeft hiervoor ook gewaarschuwd in Den Haag. In drie dagen reist ze terug naar Amsterdam, waar ze bij aankomst onmiddellijk wordt ondervraagd door politiefunctionarissen. Vervolgens gaat ze naar het Burgerweeshuis om met de vluchtelingenkinderen te praten.

De garnizoenscommandant van Amsterdam geeft haar een verzoek uit Londen door om de 74 kinderen uit het Burgerweeshuis in veiligheid te brengen. Zij weet hen aan boord van het vrachtschip de Bodegraven te brengen. Het is het laatste schip dat de haven van IJmuiden verlaat, slechts enkele minuten voor de overgave van de Nederlandse regering. Zelf besluit Wijsmuller in Nederland te blijven, omdat ze haar echtgenoot niet alleen wil laten.[11] [9] Bovendien weet ze dat er meer werk te doen is. Van de ongeveer 2000 Joodse vluchtelingkinderen die in Nederland blijven, zal een derde deel de oorlog overleven.[12]

Wijsmuller legt zich tijdens de bezetting van Nederland voornamelijk toe op gezinshereniging. Ze brengt kinderen wier ouders naar België of Frankrijk zijn gevlucht naar hun ouders en neemt op de terugweg kinderen mee wier ouders in Nederland verblijven. Soms brengt zij kinderen terug naar de ouders in Duitsland.

 
Wijsmuller-Meijer als gemeenteraadslid

Ze reist met voedsel en medicijnen naar Gurs en St. Cyprien, interneringskampen in Frankrijk, voor het Amsterdamse Rode Kruis, ook omdat dit werk haar de mogelijkheid geeft kinderen weg te brengen. Dit eindigt als het Nederlandse Rode Kruis haar dit werk onmogelijk maakt, nadat Wijsmuller haar kritiek kenbaar heeft gemaakt op hun Parijse medewerker.[13]

Vanaf eind 1941 tot juni 1942 is ze betrokken bij het reisbureau Hoyman & Schuurman's als liaison tussen Joden die emigreren, de SS en het reisbureau. Op verzoek van de Duitse SS reist ze mee met Joodse Nederlanders , die voor veel geld via Spanje en Portugal Europa nog kunnen verlaten. Wijsmullers voorwaarde om hieraan mee te werken is, dat joodse kinderen met geldige visa kosteloos mogen meereizen. Hiermee brengt ze ongeveer 150 mensen in veiligheid.

In mei 1942 wordt ze gearresteerd en in bewaring gesteld in de gevangenis op de Amstelveenseweg. De Gestapo verdenkt haar van het smokkelen van valse identiteitspapieren en vluchtinformatie voor Joodse Nederlanders die via België en Frankrijk naar Zwitserland ontkomen. Op hun onderduikadres in Nispen worden ze opgepakt. Wijsmuller werkt inderdaad samen met Benno M. Nijkerk (1906- 1944 Neuengamme) van het " Comité de Defense des Juifs". De vluchtelingen kennen echter alleen haar schuilnaam 'Madame Odi' en Wijsmuller moet na enkele dagen weer vrij worden gelaten.

Vanaf 1942 is ze tevens lid van Groep 2000. Vanaf haar komst komt er vaart in het versturen van voedselpakketten naar het doorgangskamp Westerbork, en de concentratiekampen Bergen-Belsen en Theresienstadt. In juni 1943 reist ze voor het laatst met Joodse kinderen naar de Spaanse grens[14].

In september 1944 verneemt Wijsmuller, dat de 50 joodse "weeskinderen " uit Westerbork gedeporteerd zullen worden. Een aantal van hen bracht ze voedsel in het Amsterdamse Huis van Bewaring. Met een wetsartikel van eigen makelij stapt ze naar de nazi's. Ze bepleit een "voorkeursbehandeling" : Wijsmuller houdt vol dat het om kinderen gaat van Nederlandse moeders en Duitse soldaten. Volgens haar wetsartikel zijn de kinderen Nederlands. De kinderen zullen in Theresienstadt terechtkomen, steeds als groep bij elkaar blijven, en na de oorlog terugkeren.

Hongerwinter 1944-1945Bewerken

Als het versturen van voedselpakketten niet meer mogelijk is, richt Wijsmuller tijdens de Hongerwinter haar aandacht weer op kinderen. Als lid van een interkerkelijk overleg organiseert Wijsmuller de evacuatie van verzwakte kinderen naar pleeggezinnen. Uit Amsterdam worden 6649 kinderen per boot over het IJsselmeer naar Friesland, Groningen, Overijssel en Drenthe gebracht om aan te sterken.[14]

Op 7 april 1945 laat de Amsterdamse politie Wijsmuller weten, dat er in het klooster in Aalsmeer 120 geallieerde soldaten gevangen worden gehouden. die er slecht aan toe zijn. De politie krijgt er echter geen toegang. Misschien kan Wijsmuller iets doen? Wijsmuller fietst met medicijnen naar Aalsmeer. Ze geeft de Duitsers te verstaan, dat het ze wel eens aangerekend kan worden als de oorlog voorbij is. Nadien legt ze contact met de Duitsers in Utrecht, die haar naam als "die verrúckte Frau Wijsmuller" kennen. Deze verwijzen haar door naar de Canadezen in Hilversum. De Canadezen sturen auto's en Wijsmuller levert de soldaten bij ze af.[4]

Na 1945Bewerken

Na de oorlog spoort Wijsmuller als KVV-ster en UNRRA (een voorloper van de VN) -medewerkster vermisten uit de kampen op. In oktober 1945 wordt in Amsterdam een noodgemeenteraad in het leven geroepen; Truus Wijsmuller wordt gevraagd hier lid van te worden. In 1949 wordt ze voor de VVD met de meeste voorkeurstemmen in de gemeenteraad verkozen. Ze zal er lid van blijven tot 1966. Ondertussen gaat ze door met haar sociale werk in binnen- en buitenland. Onder andere voor de stichting Diogenes en voor een ziekenhuis in Suriname. In 1957 is ze een van de oprichters van de Anne Frank Stichting waarvan ze tot 1975 bestuurslid blijft. In Amsterdamse krijgt Wijsmuller twee bijnamen: zowel "Tante Truus" als "Stoomwals".[15]

Truus Wijsmuller overlijdt op 30 augustus 1978, haar lichaam stelde ze ter beschikking van de wetenschap. In een advertentie na haar dood beschrijven enkele van de vluchtelingenkinderen haar als "de moeder van 1001 kinderen, die van het redden van Joodse kinderen haar werk had gemaakt". Tot haar dood heeft "tante Truus" contact onderhouden met kinderen die zij heeft gered. De meeste kinderen vernemen na de oorlog dat hun ouders de Shoah niet hebben overleefd, maar ook worden enkelen herenigd met hun familie.

MonumentenBewerken

 
Borstbeeld (Bachplein Amsterdam)
  • Een borstbeeld, gemaakt door Herman Janzen, werd onthuld in 1965 in het sanatorium Beatrixoord in het Oosterpark in Amsterdam. Toen dit sanatorium in 1976 sloot, nam Wijsmuller het beeld mee naar huis. Na haar dood werd het in december 1978 weer onthuld, ditmaal op het Amsterdamse Bachplein.
  • In Amsterdam, Gouda, Leiden, Pijnacker en Coevorden zijn straten naar haar genoemd. In Leiden draagt een tunnel haar naam.
  • Planetoïde (15296) Tantetruus is naar haar genoemd.
  • Truus Wijsmuller-boom in Yad Vashem.
  • In Hoek van Holland herinnert een beeldengroep, door burgemeester Aboutaleb onthuld in 2011, aan de 10.000 Joodse kinderen die van hieruit ontkwamen naar Engeland. Het is ontworpen door Frank Meisler: één van hen.

OnderscheidingenBewerken

VoetnotenBewerken

  1. (en) Mark Jonathan Harris and Deborah Oppenheimer, Into the arms of strangers, Warner Bros, 2000, 11. ISBN 0747550921.
  2. 4 M. Keesing, www.dokin.nl
  3. (nl) Wijsmuller-Meijer G; L.C. Vrooland, Geen tijd voor tranen, Em.Querido Uitgeverij NV, 1963, pag. 87. ISBN 14717563.
  4. a b Vrooland
  5. Barley, Ann, Patrick calls me mother, Harper & Brothers, 1948, pagina 89. ISBN -.
  6. "Geen tijd voor tranen",pag. 110, te boek gesteld door L.C. Vrooland, 1963 Tweede druk, Em. Querido's Uitgeverij NV Amsterdam
  7. Dedokwerker.nl, Ben Verzet, Tweede Wereldoorlog schande
  8. Joodse kinderen op reis naar de vrijheid 1938-1943", D'Aulnis, Madelon, 1987, NIOD Bibliotheek, pagina 52
  9. a b L.C. Vrooland, Geen tijd voor tranen, P.N. van Kampen & Zoon, 1961, -. ISBN -.
  10. Barley, Ann, Patrick calls me mother, Harpers & Brothers, New York, 1948, 118. ISBN -.
  11.  Miriam Keesing, De kinderen van tante Truus, Dagblad Het Parool, 01 mei 2010
  12. [www.dokin.nl Truus Wijsmuller a forgotten heroine]. Geraadpleegd op 2017.
  13. "Verslag van een op grammofoonplaten opgenomen gesprek van Mw. Wijsmuller", NIOD archiefcollectie 299A, Documentatie I 1934A, pagina 81-82, 84, 88- 91,
  14. a b (nl) D'Aulnis, Madelon, -, mei 1993. So reinarisch und dann so verrückt. Ons Amsterdam 1993.
  15. [www.heijmerikx.nl Truus Wijsmuller]. Geraadpleegd op 2016.

BronnenBewerken

  • NIOD, archiefcollectie 299 A, Documentatie I,1934A, G. Wijsmuller-Meijer, "Verslag van een op grammofoonplaten opgenomen gesprek van Mw. Wijsmuller-Meijer", zj, 114 pagina's, Documentatie 2 G. Wijsmuller-Meijer Artikelen 42, 1957-1971
  • NIOD bibliotheek Madelon D' 'Aulnis, 1987 "Joodse kinderen op reis naar de vrijheid 1938-1943. Truus Wijsmullers' werkzaamheden voor gezinsvereniging in en emigratie uit West-Europa" (ongepubliceerde) afstudeerscriptie nieuwe geschiedenis, Universiteit van Amsterdam
  • Stadsarchief Amsterdam 934, Geertruida Wijsmuller-Meijer, 1 (trouwboekje 1899 en 1922), 2,3,19
  • Archief Raadsgriffie Gemeente Amsterdam, enkele artikelen/verslagen
  • Regionaal Archief Alkmaar, geboorteakte Geertruida Meijer, gezinskaart Jacob Meijer, Archief Handelsschool (Hogere) HBS-A
  • Barley, Ann "Patrick calls me mother", 1948 , Harper and Brothers, New York
  • Boas, Henriëtte 1952-1953, "Het begon in 1938", een interview met mw. Wijsmuller in vijf afleveringen, in Nieuw Israëlietisch Weekblad 12-12-1952, 02-01-1953, 16-01-1953, 03-01-1953, 06-02-1953
  • Truus Wijsmuller-Meijer, (te boek gesteld door L.C. Vrooland), "Geen tijd voor tranen", Amsterdam. P.N. van Kampen 1961. (auto) biografie
  • Presser, J. "De ondergang" deel I Staatsuitgeverij 's Gravenhage 1977,ISBN 9012018048 pag. 12
  • D' 'Aulnis, Madelon, 1993 "So reinarisch und dann so verrückt", Ons Amsterdam, mei 1993. pagina 121-124
  • Mark Jonathan Harris and Deborah Oppenheimer, 2000, "Into the arms of strangers", Warner Bros, ISBN 0747550921

LiteratuurBewerken

  • Bernard Wasserstein, 2013 "Gertrude van Tijn en het lot van de Nederlandse Joden", Nieuw Amsterdam Uitgevers
  • Albert Kelder, "De Bodegraven moet tot zinken gebracht worden", de Blauwe Wimpel, 53/8-1998, 282-285
  • Jacoba van Tongeren (1945: eerste uitgave juli 1945, 89 blz; uitgave maart 1946, 100 blz), Beknopt Historisch Verslag van de werkzaamheden van Groep 2000, digitale versie
  • Paul van Tongeren, Jacoba van Tongeren en de onbekende verzetshelden van Groep 2000 (1940–1945), Soesterberg: Uitgeverij Aspekt B.V., 2015. ISBN 9789461534835.
  • Lida Boukris-Jong 2015 "Truus Wijsmuller- een vrouw uit duizenden", Tijdschrift "Ons Alkmaar"] , nr 2, 2015, pagina 39-45
  • David de Leeuw, 2017 " De kinderen van Truus" NIW nr 39, 04-08-2017, pagina 20-25

Externe linkBewerken