Hoofdmenu openen

Tramlijn Scheveningen - Den Haag - Leiden

De tramlijn ScheveningenDen HaagLeiden was een 23 kilometer lange elektrische tramverbinding op normaalspoor, die heeft bestaan van 1924 tot 1961. De lijn maakte deel uit van het net van de Blauwe Tram, geëxploiteerd door de NZH. Op deze lijn reed, naast de interlokale tram Scheveningen – Den Haag – Leiden, van 1924 tot 1958 ook de lokaaldienst Scheveningen – Voorburg.

Tramlijn Scheveningen - Den Haag - Leiden
Totale lengte23 km
Spoorwijdtenormaalspoor 1435 mm
Geopend1924
Gesloten1961
Huidige statusopgebroken
Geëlektrificeerdja
Aantal sporen2
Traject
uexKBHFa Scheveningen, Kurhaus
uexHST Den Haag, Malieveld
uexHST Den Haag, Bezuidenhout (Staatsspoor)
uexHST Den Haag, Tweede Adelheidstraat
uexHST Voorburg, Van de Wateringelaan
uexHST Voorburg, Dorp (Remise)
uexHST Voorburg, Viaduct (ZHESM)
uexHST Voorburg, Damsigt
uexHST Leidschendam, Damlaan
uexHST Leidschendam, Koningin Julianaplein
uexHST Leidschendam, Rozenrust
uexHST Leidschendam, Schakenbosch
uexHST Leidschendam, Kniplaan
uexHST Voorschoten, Gouden Leeuw
uexHST Voorschoten, Papelaan
uexHST Voorschoten, Dorp
uexHST Voorschoten, Burgemeester Vernèdepark
uexHST Voorschoten, Zilverfabriek
uexHST Leiden, Lammebrug
uexHST Leiden, Kersenstraat
uexHST Leiden, Tuinstadwijk
uexHST Leiden, Korevaarstraat
uexABZg+r tramlijn van Hoge Rijndijk
uexHST Leiden, Stadhuis
uexHST (Leiden, Breestraat)
uexABZg+r tramlijn van Haarlemmerstraat
uexHST Leiden, Kort Rapenburg
uexBHF Leiden, Stationsplein
uexSTR tramlijnen naar Katwijk/Noordwijk, Haarlem en Den Haag via Wassenaar
Laatste rit van de tram van Leiden naar Den Haag, in de Breestraat te Leiden; 9 november 1961.

Inhoud

RouteBewerken

 
Tramlijnen van Den Haag en Leiden

Scheveningen (Kurhaus/Gevers Deynootplein) – Den Haag (Station Staatsspoor)VoorburgVeur/LeidschendamVoorschoten – Leiden (Station).

De tramlijn was de opvolger van de stoomtramlijnen Scheveningen – Den Haag, geëxploiteerd door NS en Den Haag – Leiden van de MET. De lijn werd in de periode 1922-1924 geheel opnieuw aangelegd in normaalspoor; de metersporige stoomtrambaan was niet meer bruikbaar. De lijn werd geheel dubbelsporig uitgevoerd, behoudens een kort stukje strengelspoor bij Voorburg Viaduct en een in het centrum van Voorschoten.

Op een aantal punten week de route van de Blauwe Tram af van die van zijn stoomvoorgangers.

  • In Den Haag en Voorburg werd de route via de Schenkkade en de Laan van Nieuw Oost Einde verruild voor die via de Koningin Wilhelminalaan, door een Voorburgse nieuwbouwwijk.
  • In Voorburg werd het traject via de Rembrandtlaan en Oosteinde afgesneden. De tram reed rechtdoor via de Parkweg naar het viaduct, waar hij de spoorbaan van de ZHESM (Hofpleinlijn) kruiste nabij station Leidschendam-Voorburg.
  • In Park Vronesteijn, nabij het spoorwegviaduct van de ZHESM, kwam een keerdriehoek voor de trams van de Lokaaldienst..
  • In Leidschendam, tussen de haltes Damlaan en Schakenbosch, werd een vrije trambaan aangelegd achter de bebouwing langs (o.a. de huidige Oude Trambaan).
  • De meest ingrijpende routewijziging vond plaats op het traject Voorschoten – Leiden. Bij de Zilverfabriek sloeg de tram niet langer linksaf, de Leidseweg op, maar reed rechtdoor, via de huidige Voorschoterweg en Lammenschansweg. Op die laatste weg kruiste de tram de spoorbaan Leiden – Utrecht gelijkvloers. In 1960 / 1961 werd de spoorbaan omhoog gebracht en werd station Leiden Lammenschans geopend. De tram reed over de speciaal gebouwde Jan van Houtbrug het centrum van Leiden binnen via de Korevaarstraat, die in 1923 was aangelegd na demping van de Zijdgracht en sloop van enkele panden. Ter hoogte van het Gangetje takte de tram aan op de lokaaldienst Leiden – Oegstgeest en reed verder via dezelfde route als deze stadstram naar Leiden Station. In de oorspronkelijke plannen zou de Blauwe Tram het centrum van Leiden binnenrijden via de route Herenstraat – DoezastraatVan der WerfparkSteenschuur. Tegen deze route kwamen echter bezwaren van het Kamerlingh Onnes Laboratorium, waar men vreesde dat de gevoelige instrumenten ontregeld zouden raken door zwerfstromen van de trambovenleiding.

De trams reden op een bovenleidingspanning van 1200 volt, met uitzondering van een klein trajectgedeelte bij het Malieveld, dat gedeeld werd met de HTM. Hier stond 600V op de bovenleiding, en de Blauwe Trams reden hier op halve snelheid.

De remise bevond zich aan de Parkweg in het centrum van Voorburg (het huidige Van Wassenaar Hoffmanplein).

Interlokale tramsBewerken

DienstregelingBewerken

Opening van de tramlijn Scheveningen – Den Haag – Leiden in 1924

Op 25 januari 1924 reed de eerste elektrische tram tussen Veur en Leiden. Op 12 april van dat jaar werd ook de rest van de lijn in gebruik genomen. Gedurende de 37 jaar van het bestaan van deze tramlijn is de opzet van de dienstregeling meerdere malen gewijzigd. Alleen in de periode 1924-1932 reden er - en dan meestal alleen in de zomerdienst - doorgaande trams over het gehele traject van Scheveningen naar Leiden. Sinds 1932 lag het beginpunt van alle interlokale trams bij het Malieveld in Den Haag. Scheveningen was sindsdien alleen per Blauwe Tram bereikbaar met de lokaaldienst.

In 1932 werd de 'versnelde tram' ingevoerd. Deze stopte tussen Den Haag en Leiden alleen bij de belangrijkste haltes, waardoor de reistijd daalde van 50 naar 40 minuten. Er reden twee versnelde en twee ‘normale’ trams per uur. Dit systeem werd na enkele jaren weer verlaten; de trams stopten weer aan alle haltes. In de jaren daarna reed de tram tussen Den Haag en Leiden meestal in een 20-minutenfrequentie. Sommige trams reden na Leiden Station rechtstreeks door naar de kust via de tramlijn Leiden - Katwijk/Noordwijk.

Tijdens de spitsuren werden vaak extra trams ingezet, zoals een forenzentram op het traject Leiden Kersenstraat – Leiden Station en een speciale scholierentram Voorburg – Leiden, die om 8:30 in Leiden aankwam.

MaterieelBewerken

In 1918 werd met het oog op de plannen voor de lijn Leiden – Den Haag een vierassige proeftrein van Beijnes in dienst gesteld, bestaande uit twee motorwagens en twee aanhangwagens. Zij deden dienst op de lijnen van Leiden naar Noordwijk en Katwijk, maar voor de lijn naar Den Haag werd uiteindelijk een ander concept gekozen. Dit materieel kon tot 1927 in treinschakeling rijden. In dat jaar werd de elektrische installatie van de motorwagens A201 en A202 gewijzigd, waarna ze vooral op extra diensten werden ingezet. Na de Tweede Wereldoorlog werden ze verbouwd tot aanhangwagens. De aldus ontstane serie van vier aanhangwagens B201 - B204 reed daarna op de lokaaldienst Voorburg – Scheveningen.

BoedapestersBewerken

De interlokale trams op de lijn Leiden – Den Haag reden veelal met trams uit de serie A401 / B401. Deze stellen werden in 1924 in gebruik genomen en waren gebouwd in de fabriek van Ganz in Boedapest. In de volksmond kregen ze al snel de bijnaam 'Boedapesters'. De trams reden aanvankelijk als motorwagen met een of twee aanhangwagens, maar in de jaren dertig werden ze voor treinschakeling geschikt gemaakt, waartoe de B400-en een stuurstand kregen. Ze reden vaak in formatie van drie wagens ('hele schakel'): een motorwagen in het midden en aan de uiteinden een ongemotoriseerd stuurstandrijtuig. Zo’n combinatie had een totaalgewicht van 80 ton, maar kon toch een snelheid ontwikkelen van 75 km/uur. Ook de 'halve schakel' kwam vaak op de baan: een motorwagen plus één stuurstandrijtuig. Het voordeel van dit schakelsysteem was het feit dat aan de eindpunten niet gerangeerd hoefde te worden met de motorwagen.

De reden waarom de NZH materieel in het buitenland bestelde – wat toen zeer ongebruikelijk was – lag in het feit dat de import van trams uit het buitenland wegens de valutakoers van de Hongaarse munt t.o.v. de Nederlandse zeer gunstig was. Een andere genoemde reden was de faam van de firma Ganz, die tot ver over de Hongaarse grenzen reikte. Het bedrijf stond bekend als een van de beste wagonbouwers van Europa en de nieuwe trams kregen allerlei moderne technieken mee. Een stalen dakconstructie, een halfautomatisch koppelsysteem van Ohio-Brass Tomlinson en een uiterst krachtige en onverslijtbare motortechniek behoorde hiertoe. Zowel de serie A/B400 als A/B500 werden direct in de kleuren donkerblauw en grijs afgeleverd, wat uiteindelijk tot de bij- en koosnaam 'Blauwe Tram' leidde. Al het blauwe NZH-reizigersmaterieel was bij aflevering of omschildering voorzien van gouden biezen onder de ramen, langs de deuren en op de fronten met in de hoeken zgn. 'Griekse omlopen'. Deze versieringen verdwenen echter, onder meer wegens de onderhoudsgevoeligheid ervan, in de crisisjaren.

Motorwagens A401 – A411Bewerken

Dit materieel is gelijk aan de smalspoormaterieelserie A450 die voor de lijn Amsterdam – Haarlem – Zandvoort werd afgeleverd. Deze motorwagens werden in 1923/'24, met de bijwagens serie B400, aangeschaft voor de dienst Den Haag (Scheveningen Kurhaus) – Voorburg – Leiden – Katwijk/Noordwijk. In tegenstelling tot het meeste materieel voordien schafte de NZH deze trams aan bij de firma Ganz & Co. in Boedapest. Ze werden afgeleverd met 2 schaarbeugels als stroomafnemers maar een van deze ging later naar de serie A512 e.v. en hadden 4 motoren van 140 pk. Hiermee kon een snelheid van 80 km/h worden bereikt. De bestuurdersruimte was geheel apart van de passagiers. Achter een van de bestuurdersruimtes bevond zich een controller in een apart compartiment dat 1,5 zitplaats groot was en afgescheiden van de passagiersruimte. In deze ruimte bevond zich ook een zware stroomomvormer (1200 volt > 110 volt) voor de verlichting en de stuurstroom, de weerstanden, een luchtcompressor en een schakelbord met meters. Met de B-rijtuigen vormde men driewagentreinen. Een zeer grote middeninstapruimte, bereikbaar door middel van een hoge en steile opstap geef toegang tot 2 passagierscompartimenten met 12 resp. 9 zitplaatsen. Tevens konden nog 50 staande passagiers worden vervoerd. Hun gewicht was 35,5 ton bij een lengte van 16 meter. De A401 – A409 bleven hun hele leven op hun stamlijn. De A410 en A411 gingen in 1931 en 1932 naar het smalspoornet. Zij werden daartoe omgebouwd en omgenummerd in A459 en A458. In 1937/'38 voorzag men deze serie van een doorlopende stuurstroomschakeling waardoor het mogelijk was in treinschakeling (trek-duwcombinatie) te rijden, bv. B400 – A400 – B400. De gehele serie is in het najaar van 1960 gesloopt.

Stuurstandrijtuigen B401 – B412Bewerken

Dit materieel is gelijk aan de smalspoormaterieelserie B450 die voor de lijn Amsterdam – Haarlem – Zandvoort werd afgeleverd. Deze bijwagens werden in 1923/'24, met de motorwagens serie A400, aangeschaft voor de dienst Den Haag (Scheveningen Kurhaus) – Voorburg – Leiden – Katwijk/Noordwijk. In tegenstelling tot de motorwagens, die een motorcompartiment hadden, telden zij meer zitplaatsen, nl. 2 x 18 en 60 staanplaatsen. Ze hadden een lengte van 16 meter en een gewicht van 20,4 ton. De B401 – B409 bleven hun hele leven op de stamlijn. De B410 (1949) en B411 en B412 gingen in 1932 naar het smalspoornet. Ze werden daartoe omgebouwd en omgenummerd in B466, B465 en B464. Rijtuig B464 werd na de opheffing van Amsterdam – Zandvoort (31 augustus 1957) als vakantiehuis verkocht. De Tramweg-Stichting wist de wagen in 1973 te verwerven en restaureerde de wagen over een periode van 20 jaar in Voorburg en Haarlem. Ze kreeg daarbij weer (nieuw gebouwde) normaalspoortrucks en het nummer B412. Vanaf 1986 staat deze tram in het NZH-Vervoermuseum te Haarlem.

Na de opheffing van de tramlijn Haarlem – Leiden in 1949 werden de tien 'tweelingstellen' van die lijn, enkelgelede trams (serie A601/602-A619/A620) met de bijwagenseries B11-B15 en B21-B26, ingezet op Den Haag – Leiden.

HaltesBewerken

De interlokale trams Den Haag - Leiden stopten aan de volgende haltes (1961):

  • Den Haag: Malieveld – Bezuidenhout (bij station Staatsspoor) – Tweede Adelheidstraat.
  • Voorburg: Van de Wateringelaan (Koningin Wilhelminalaan) – Dorp (Remise) – Viaduct (ZHESM) – Damsigt.
  • Leidschendam: Damlaan – Koningin Julianaplein – Rozenrust – Schakenbosch – Kniplaan.
  • Voorschoten: Gouden Leeuw – Papelaan – Dorp (Wijngaardenlaan) – Burgemeester Vernèdepark – Zilverfabriek.
  • Leiden: Lammebrug (Rooseveltstraat) – Kersenstraat – Tuinstadwijk (Lammenschansweg) – Korevaarstraat – Stadhuis (Breestraat) – Kort Rapenburg – Stationsplein.

Lokaaldienst Scheveningen – VoorburgBewerken

In de periode 1924-1958 reed een lokaaldienst op het 10 kilometer lange traject Scheveningen Kurhaus – Voorburg Viaduct. De lokaaldienst kende een hoge frequentie (7,5 à 10 minuten). Tussen het Malieveld en Voorburg Viaduct reden deze trams dezelfde route als de interlokale trams. De laatste trams stopten niet aan alle halten, en kregen voorrang op de lokaaldienst, wat geregeld werd met een seinsysteem.

MaterieelBewerken

De lokaaldienst werd doorgaans gereden met wagens uit de serie A500 (de 'kleine Boedapesters'), al dan niet gevolgd door een bijwagen uit de serie B500 of B200.

Motorwagens A501 – A512Bewerken

Deze motorwagens werden in 1923/'24, met de aanhangwagens serie B500, aangeschaft voor de lokaaldienst Den Haag (Scheveningen Kurhaus) – Voorburg. Ook dit materieel schafte de NZH deze trams aan bij de firma Ganz & Co. in Boedapest. Het waren feitelijk de kleine broertjes van de serie A/B400 die als 'Boedapesters' door het leven gingen. Ze konden 'slechts' 50 km/h halen en hadden 4 motoren van 56 pk. Ook hier was sprake van een groot middenbalkon met twee grote schuifdeuren met daartussen een ovaal glazen oog. Op het middenbalkon konden op klapbankjes 14 mensen zitten. De instap was – voor huidige begrippen – onwaarschijnlijk steil en hoog. Elk passagierscompartiment had 12 zitplaatsen en het totaal aan staanplaatsen bedroeg 60. De wagens waren 13,7 meter lang en 2,35 meter breed. Hun gewicht was maar liefst 27.000 kg. Vooraan was een enkele deur aangebracht voor als men ooit eenmansbediening zou gaan invoeren die echter nooit werd ingevoerd. In 1924 verongelukte de gloednieuwe A504 te Leiden door een botsing met een stoomlocomotief waarna de A512 in 1930 tot A504 werd vernummerd. De elektrische uitrusting en motoren van de verongelukte motorwagen werden in 1929 geplaatst in de nieuwe A512. Na de Tweede Wereldoorlog volgden nog enkele omnummeringen. Tussen 1951 en 1958 is deze serie buiten dienst gesteld en gesloopt. Geen wagen is voor museumdoeleinden bewaard gebleven.

Aanhangwagens B501 – B515Bewerken

Deze aanhangwagens werden in 1923/'24, met de motorwagens serie A500, aangeschaft voor de lokaaldienst Den Haag (Scheveningen Kurhaus) – Voorburg. De passagiersindeling en –compartimenten waren gelijk aan die van de motorwagens. Voor aanhangwagens waren ze zwaar: 17.800 kg. Tussen 1951 en 1961 is deze serie buiten dienst gesteld en gesloopt. Geen wagen is voor museumdoeleinden bewaard gebleven.

Motorwagens A512 – A516Bewerken

Ook deze motorwagens werden in 1929/'30, met de bijbehorende bijwagens serie B516 e.v., aangeschaft voor de lokaaldienst Den Haag – Voorburg. In dit geval was de fabrikant (weer) Beijnes. De principes van de eerder serie werden gehandhaafd maar het uiterlijk was afwijkend. Door dit andere uiterlijk, onder meer door de opbouw van de raampartij die wat lager leek dan bij hun voorgangers, oogden deze wagens strenger. Het motorvermogen van de A513 – A516 was hoger: 4x 75pk. Deze trams kregen één stroomafnemer van de A400-serie, deze was afgeleverd met twee maar in de praktijk werd dit niet gebruikt. Motorwagen A512 volgde de eerder omgenummerde A512 op en kreeg de elektrische installatie van de in 1924 verongelukte eerste A504, dus met een vermogen van 4 x 56 pk. Na opheffing van de lokaaldienst in 1957/'58 werden deze wagens ingezet op de forensendiensten Leiden – Den Haag en de Leidse stadsdienst. In 1960/'61 is deze serie buiten dienst gesteld en gesloopt. Geen wagen is voor museumdoeleinden bewaard gebleven.

Aanhangwagens B516 – B521Bewerken

Deze aanhangwagens werden in 1929/'30, gelijktijdig met de Beijnes-motorwagens serie A500, door Werkspoor in Utrecht gebouwd. In 1949/'50 voorzag men deze serie van een doorlopende stuurstroomschakeling waardoor het mogelijk was in trek-duwcombinatie te rijden met A400, bijvoorbeeld B500 – A400 – B500, maar niet met A500. Deze aanhangwagens deden tot de laatste dag van de NZH-tram dienst en werden op 10 november 1961 buiten dienst gesteld en daarna gesloopt. Geen wagen is voor museumdoeleinden bewaard gebleven.

GeschiedenisBewerken

De lokaaldienst is door de HTM altijd gezien als concurrent. Op het traject Kurhaus – Malieveld reed hij parallel aan tramlijn 9 van HTM (die station Den Haag Staatsspoor echter niet bediende). Aan het eind van de jaren 30 dreigde de gemeente Voorburg geannexeerd te worden door Den Haag, en daarmee de lokaaldienst door de HTM. In verband daarmee veranderde NZH de lokaaldienst in een interlokale tram door hem door te trekken naar Leidschendam (eindpunten Damlaan en Rozenrust, waar keeremplacementen werden aangelegd). Aan deze situatie kwam al een jaar later een einde wegens personeelstekort ten gevolge van de mobilisatie.

In 1942/'43 werd de lokaaldienst op last van de bezetter in fasen ingekort tot het traject Malieveld – Voorburg Viaduct. Deze maatregel hield verband met de aanleg van de Atlantikwall langs de kust. Het tramspoor tussen Den Haag en Scheveningen werd opgebroken. Na de bevrijding werd deze trambaan opnieuw aangelegd. Met ingang van 1947 reed de lokaaldienst weer door tot Scheveningen Kurhaus.

OpheffingBewerken

Op 1 september 1957 werd de lokaaldienst overgedragen aan de HTM en zou door een buslijn worden vervangen. Omdat de HTM onvoldoende chauffeurs beschikbaar had voor de buslijn werd de lokaaldienst tot 11 mei 1958 gehandhaafd op kosten van de HTM. De tram werd echter ingekort tot het traject Den Haag Raamweg, nabij de Carel van Bylandtlaan, – Voorburg Viaduct. De passagiers naar Scheveningen werden verwezen naar de tramlijn 9 van HTM. Op 11 mei 1958 beschikte de HTM over voldoende chauffeurs om de tram geheel te kunnen vervangen door de buslijnen 40, 41 en 42 van HTM. Het NZH-trampoor tussen Scheveningen en het Malieveld werd verwijderd.

Sindsdien reed de NZH alleen nog de interlokale trams Den Haag Malieveld – Leiden. Maar ook voor deze tramverbinding waren de dagen geteld. De tram werd opgeheven op 9 november 1961, op dezelfde dag als tramlijn I² Den Haag – Wassenaar – Leiden, van de HTM. De opheffingsdag was oorspronkelijk vastgesteld op 11 november, maar werd in het geheim naar voren gehaald, omdat men vreesde, gezien de eerdere rumoerige opheffingen, voor rellen en vandalisme van souvenirjagers. Rond 18.00 uur reden de laatste trams en moesten de passagiers tijdens de rit overstappen op de bus die toen de tram gelijk verving.

Kort na de laatste dag van exploitatie werden de trams afgevoerd naar een opstelspoor langs de Korte Vliet in Leiden, waar zij gesloopt werden. In de jaren daarna werden de tramsporen tussen Den Haag Malieveld en Leiden Station verwijderd.

De tram werd vervangen door buslijn 40 van de NZH. Om verwarring met de HTM-buslijn 40 over dezelfde route te vermijden werd dit later lijn 46. Heden ten dage rijdt buslijn 45 van Connexxion (Den Haag Centraal – Leiden Centraal) nog steeds een groot gedeelte van de oude route van de Blauwe Tram.

HTM zou in de loop van de jaren drie nieuwe tramverbindingen Den Haag – Voorburg – Leidschendam aanleggen, echter via andere routes dan die van de Blauwe Tram. In 1971 werd lijn 6 via Voorburg Essesteijn doorgetrokken naar Leidschendam Noord, in 1992 lijn 3 via de Mgr. van Steelaan in Voorburg naar ziekenhuis MCH Antoniushove (een traject dat in 2001 werd overgenomen door lijn 2). In 2010 werd lijn 19 geopend (Leidschendam MCH – Voorburg Oosteinde – Den Haag Ypenburg – Delft Tanthof). De ondergrondse halte Voorburg Oosteinde op deze lijn ligt nabij de voormalige Blauwe Tramhalte Damsigt.

Externe linksBewerken