Tjongercultuur

De Tjongercultuur of Federmessercultuur is een cultuur uit het Laat-paleolithicum van ongeveer 10.000 tot 9.000 jaar voor het begin van onze jaartelling. Deze cultuur volgde op die van de rendierjagers van de Hamburgcultuur en begon tijdens het Allerød-interstadiaal, toen het iets warmer werd en het toendralandschap veranderde in een berken- en dennenbos.

Tjongercultuur
Federmesser-punt
Regio Noord-Europese Laagvlakte
Periode laatpaleolithicum
Datering 10.000 - 9.000 v.Chr.
Voorgaande cultuur Hamburgcultuur
Volgende cultuur Ahrensburgcultuur
Portaal  Portaalicoon   Archeologie

De cultuur komt voor op de Noord-Europese Laagvlakte, van Noord-Frankrijk tot Polen, onder de benamingen Tarnowian en Witowian.

In meer noordelijke streken bestond in dezelfde periode de Brommecultuur. Deze cultuur werd opgevolgd door de Ahrensburgcultuur, die we vinden in een tijdvak na het interstadiaal, toen het weer wat kouder werd en de laatste fase van de ijstijd (het Weichselien) inging.

De cultuur komt aan haar Nederlandse naam doordat de eerste vondsten in het dal van de Tjonger werden gedaan. Amateurarcheoloog Pieter Horjus (Makkum 1887 – Harns 1962) ontdekte tussen 1925 en 1942 bij Oostermeer een belangrijke collectie laatpaleolithische artefacten behorend tot deze cultuur die worden gekenmerkt door invloeden vanuit Frankrijk (Azilien). Het was een cultuur van jagers, die echter een gevarieerder wildaanbod aan edelherten, wilde zwijnen, reeën en damherten hadden dan hun voorgangers en opvolgers. Bij een oude Tjongermeander bij Lochtenrek bij het Friese Makkinga zijn enkele sites van deze cultuur aangetroffen.

De amateurarcheoloog Hendrik Jan Popping (*1885) zorgde met zijn vondsten in dit gebied in de jaren dertig van de twintigste eeuw voor het gebruik van de naam Tjongercultuur. Kenmerkend voor deze cultuur zijn bepaalde vuurstenen klingen, schrabbers, spitsen en stekers. Latere falsificaties brachten hem in diskrediet.