Hoofdmenu openen

In de middeleeuwen was de Tjamme een veenriviertje op de grens van de landschappen Oldambt en Reiderland en tevens van de bisdommen Münster en Osnabrück. Het watertje is op een zeker tijdstip rechtgetrokken en verlengd, mogelijk zelf grotendeels gegraven.

Het Oud-Friese woord tiā betekent 'grenslijn', afgeleid van het werkwoord tiā 'trekken'. Vergelijk ook de etymologie van Tjariet.

Aan de westelijke en noordelijke zijde van de grens lagen onder meer de Münsterse kerspelen Meeden, Eexta, Midwolda, Oostwold, Finsterwolde, Oost-Finsterwolde en het verdronken Megenham. Aan de zuidelijke, Osnabrückse zijde lagen onder meer: Westerlee, Heiligerlee, Winschoten, Beerta, Ulsda en het verdronken Wynedaham (Nieuw-Beerta). Niet het hele riviertje fungeerde als grens: Megenham hoorde bij het Reiderland, Wynedaham bij het bisdom Münster.

De grens wordt uitputtend beschreven in een verdrag met het jaartal 1391[1]:

Item de Thyamme begint uyt Tydwyneda borch in de Wyneda ham, ende loopt op, voorbey Rederwolde, ende voort door Meggeham, ende door Torptsen, voorby Finsterwolda, Oostwolda, Midwolda, tusschen Bertsather ende Wintschoter mit haren parten, die aen der zuyder zyt der Thyammen liggen gelandet, ende strecket voort, over dat moer, recht westwert in de Zype, die gelegen is tusschen Schemeder, Extinger ende dat Convent te Heliger Lee, ende voort aen dat smalle steenhuys in der Op Ext, geheten Nemeke Eppens Steenhuys, went an den Zantwech. Dese Thyamme uyt Tydwynedaborch in de Zype dale, hent aan den Santwech, dit is de rechte scheydinge tusschen beyden Stichten ende Landen voorschreven, ende scheydet alle Hammericken ontwee van beyden Landen, die tusschen Tydwynedaborch ende den Santwech gelegen sint; ende al wat aan die noorder zyde der Thyamme ende Zype licht, dat is Oldampte ende wat lande aan de zuyder zyde der Zype ende Thyamme licht, dat is Reyderlandes.

Een andere versie van hetzelfde verdrag, gedateerd 1420, heeft een iets gewijzigde tekst:

Item de Tjamme de uit gainde vor by Reiderwolde by Twiddinga Borch tusschen Meyham unnd wiveldaham und doir dorpsenn, vortan uplopende vorby Sunte Niclaes Kercke van Oistfinsterwolde unnd vortan tusschen ffinsterwolde und de Beerte und dan vortan und vorup in dat Zuden unnd doer dat gantze meir inde Zipe de gelegen is tusschen der Exte und Scheemde und hilligerle als vorss is. De vorss Tiamme is ewich und wairachtige schedinge tusschen Reiderlandt uud Oldenampte offt der beiden Stichten.

Na de inbraak van de Dollard mondde de Tjamme in de Dollard uit door het zijltje Marijke of Merijke bij Oudedijk. Na de aanleg van de Kroonpolder in 1696 werd de uitmonding via de Buiten Tjamme omgeleid naar de Bellingwolderzijl bij Hongerige Wolf. De bovenloop veranderde door de uitdroging van het hoogveen in de loop van de 17e eeuw in een rechte grenssloot.

De Tjamme bleef als gemeentegrens intact tot in de twintigste eeuw voor de grens tussen Midwolda en Winschoten, Beerta en Finsterwolde. Tot voor kort was de Tjamme nog de grens tussen de gemeenten Scheemda en Winschoten. Met de vorming van de nieuwe gemeente Oldambt in 2010 is de Tjamme als grens verdwenen.

De Tjamme is ook de naam van een voormalig waterschap en van een stoomgemaal dat hierbij hoorde.

LiteratuurBewerken

G.A. Stratingh en G.A. Venema, De Dollard (Groningen 1855).