Hoofdmenu openen

Titia van der Tuuk

Nederlands schrijfster (1854-1939)

Titia Klasina Elisabeth van der Tuuk ('t Zandt, 27 november 1854 - Zeist, 7 mei 1939) was een Nederlands feministisch schrijfster en vertaalster.

Titia van der Tuuk
Van der Tuuk (links) ca. 1885 (foto Bruining, Arnhem)
Van der Tuuk (links) ca. 1885 (foto Bruining, Arnhem)
Algemene informatie
Volledige naam Titia Klasina Elisabeth van der Tuuk
Pseudoniem(en) Titia
Geboren 27 november 1854
Geboorteplaats 't Zandt
Overleden 7 mei 1939
Overlijdensplaats Zeist
Land Vlag van Nederland Nederland
Dbnl-profiel
DBNL Website
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Ze was de dochter van Nicolaus van der Tuuk (1821-1867), predikant en Petronella Helena Clasina Lenting (1822-1900), schrijfster van jeugdliteratuur. Van der Tuuk volgde de opleiding tot onderwijzeres en haalde de mo-aktes Frans, Duits en wiskunde. Ze werkte aanvankelijk als lerares, maar moest haar vak opgeven vanwege doofheid. Ze nam in 1882 ontslag bij de meisjes-ulo in Deventer, waar ze destijds werkzaam was. Haar atheïstische denkwijze leidde tot veel verzet. Na 1885 begon ze met het vertalen van buitenlandse literatuur in het Nederlands (zoals Oorlog en vrede van Leo Tolstoj) en het schrijven van jeugdliteratuur en historische romans. Ook schreef zij voor het tijdschrift Sint-Nicolaas. Ze was in haar activisme voorstandster van atheïsme, geheelonthouding, vegetarisme en pacifisme. Ze was lid van de Haarlemse afdeling van de vrijdenkersvereniging De Dageraad, ze correspondeerde met Multatuli. Dekkers feministische IDEEN vormden een grote inspiratiebron voor haar.[1] Als auteur gebruikt ze vaak het pseudoniem Vitalis (afgeleid van vita, wat 'leven' betekent in het Latijn). Ze was nooit getrouwd, maar woonde vanaf 1897 samen met Rose Roosegaarde Bisschop (1856-1940).

Via De Dageraad maakte ze kennis met de politicus Carel Victor Gerritsen, de socialist Ferdinand Domela Nieuwenhuis, de arts Aletta Jacobs en de schrijfster Elise Haighton, de eerste vrouw in het bestuur van de vereniging. Mede door hen raakte ze overtuigd van feministische ideeën. Ze zette in 1883 met Haighton en Jacobs de eerste vrouwenkiesrecht actie op touw (de bekende actie waarbij Jacobs als belastingbetalende burgeres haar kiesrecht opeiste, maar dat niet kreeg). Van der Tuuk is actief gebleven voor de vrouwenzaak. Ze volgde in 1885 Haighton op in de redactie van De Dageraad en in 1887 werd ze lid van het bestuur.

Van der Tuuk gaf tussen 1895 en 1897 een eigen tijdschrift uit met de titel Excelsior: Maandschrift voor jonge dames. De doelgroep waren meisjes die net klaar waren met school en het tijdschrift werd gevuld met onder andere verhalen, poëzie en beschouwingen over zaken die op meisjes van toepassing waren. Ook stonden er korte stukken tekst in andere talen in, waarover van der Tuuk schreef dat deze goed waren om de talenkennis van de lezers te bevorderen.[2]

PublicatiesBewerken

  • Lieve Aleida in: De Tolk van den Vooruitgang, Derde en Vierde Bundel, 1878, 262-265;
  • De noodzakelijkheid van 't socialisme' in: De Tolk van den Vooruitgang, Vijfde en Zesde Bundel (?), 1879, 177-182;
  • Bijdrage tot oplossing der sociale kwestiën (Assen 1891);
  • Een betere toekomst (Amsterdam 1897);
  • Mensch of voorwerp? (Arnhem 1898);
  • Het litteken van het dogma in: De Dageraad 1856-1906 (Amsterdam 1906) 232-236;
  • De vrouw in haar seksueele leven. Een physiologisch-maatschappelijke studie met geneeskundige en hygiënische wenken (Almelo 1915);
  • M. Cohen Tervaert-Israëls, dr. J. Rutgers, G. Kaptein-Muysken, Wilhelmina Drucker, Ch. Carno-Barlen, Est. H. Hartsholt-Zeehandelaar, Titia van der Tuuk, Martina G. Kramers, C. C. A. De Bruine-Van Dorp, Lodewijk van Mierop, Mr. S. Van Houten, J. C. De Bruijne - Moederschap: sexueele ethiek (Brochure uitgegeven door het Nationaal Comité voor Moederbescherming en Sexueele Hervorming)
  • Twee geschiedenissen van vrede in: Gedenkboek ter gelegenheid van den 70sten verjaardag van F. Domela Nieuwenhuis (Amsterdam 1916) 139-142.