Hoofdmenu openen

De tijdlijn van Brussel is een chronologische lijst van feiten en gebeurtenissen betreffende de het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

1100 1200 1300 1400 1500 1600 1700 1800 1900 2000 2100

1012Bewerken

~1015Bewerken

~1047Bewerken

1060Bewerken

1073Bewerken

~1076Bewerken

  • Rainildis, weduwe van Folcardus van Anderlecht/Aa, sticht het kapittel van Anderlecht. De kannuniken vinden in de resten van Guido een relikwie om gelovigen aan te trekken en de concurrentie met Brussel aan te gaan.

1078Bewerken

  • Steppo, heer van Brussel, trouwt met Fredesvende, dochter van Folcardus en Rainildis van Anderlecht.

1095Bewerken

1105Bewerken

1113Bewerken

1121Bewerken

1125Bewerken

  • Verschijning van de amman in de bronnen, de dichtste medewerker van de hertogen naast de burggraaf. Met zijn witte, vijf voet lange staf en zijn gezworen knapen was hij een imposante figuur.

1127Bewerken

  • Bisschop Burchard doet een schenking aan het gasthuis van Onze-Lieve-Vrouw en de Twaalf Apostelen. In deze instelling, opgericht bij de Sint Goedele door burgerdame Richilde, vinden reizigers en pelgrims twaalf bedden.

1128Bewerken

  • Herstel van het Sint-Niklaasgasthuis.

1134Bewerken

1151Bewerken

1174Bewerken

1195Bewerken

  • Lekenbroeders van de Heilige Geest richten een hospitaal op dat zal uitgroeien tot Sint-Jan-op-de-Poel, waaraan ook lekenzusters verbonden zijn.

1228Bewerken

  • De testamenten van Willem en Michiel Wichmar tonen ons een familie die actief is in de internationale textielhandel (linnen, wol, brazielhout).
Zegel van de Magistraat van Brussel met Sint-Michiel en Middelnederlands randschrift: INGESIGELE · DER · PORTERS · VAN · BRUSLE (1257)

1229Bewerken

  • Met de eerste stadskeure probeert hertog Hendrik I de factiestrijd binnen het patriciaat te bedaren. Als het gemeen daar lelijke dingen over zegt, mag dat worden vergolden met een kinnebakslag.

1230Bewerken

1238Bewerken

1239Bewerken

1252Bewerken

1262Bewerken

1277Bewerken

1282Bewerken

1289Bewerken

  • Jan I staat de hertogelijke Vismarkt af aan de vleeshouwers en visverkopers.

1296Bewerken

  • Door een overeenkomst met de stad Brussel plaatsen de begijnen van de Wijngaard zich onder het toezicht van de lakengilde en worden hun lonen vastgelegd.

1303Bewerken

1306Bewerken

  • De ambachten worden verslagen bij de Vilvoordse beemden. De patricische leiding over de stad wordt herijkt via de Zeven Geslachten.

1308Bewerken

1312Bewerken

1317Bewerken

1331Bewerken

1348Bewerken

1349Bewerken

  • De pogrom die door Europa waart, opgezweept door de flagellanten, bereikt volgens Gilles Li Muisit Brussel. De Joden worden ervan beschuldigd de waterputten en de lucht te hebben vergiftigd. Hertog Jan III neemt hen in bescherming tegen de volkswoede maar wordt ondermijnd door zijn oudste zoon. Li Muisit heeft vernomen dat meer dan zeshonderd Joden zijn omgebracht.[2]

1356Bewerken

1357Bewerken

1359Bewerken

  • Bouw van een nieuwe (stedelijke) lakenhal.

1360Bewerken

  • De wevers en volders bestoken de Steenpoort in een afgeslagen opstand.

1370Bewerken

  • Brusselse Joden worden vals beschuldigd van hostieontering en levend verbrand. Nog eeuwenlang zal deze gebeurtenis worden gevierd als het Sacrament van Mirakel.

1380Bewerken

  • De Italiaanse beroepsdobbelaar Buonaccorso Pitti komt spelen tegen hertog Wenceslas. Hij verliest zwaar, maar wordt getroost in de dans door de dochter van een baron uit het gezelschap.

1388Bewerken

1402Bewerken

1405Bewerken

~1408Bewerken

1411Bewerken

1416Bewerken

1420Bewerken

  • Een groep 'verdreven' zigeuners, aangevoerd door hertog Andries van Klein-Egypte, pakt de stadsmagistraat in. Hun vertrek wordt afgekocht met 25 lammeren.[3]

1421Bewerken

1422Bewerken

  • Het stadsbestuur neemt maatregelen tegen bedelarij en werkverzuim.

1429Bewerken

1432Bewerken

1434Bewerken

1435Bewerken

  • Roger de la Pasture verhuist definitief van Doornik naar Brussel en laat, om zijn integratie als stadsschilder te bevorderen, zijn naam vertalen tot Rogier van der Weyden.

1444Bewerken

1448Bewerken

  • Op de Zavel is de eerste opvoering te zien van de Bliscapen van Maria, een zevendelige cyclus mysteriespelen die tot 1566 jaarlijks werd gebracht.

1449Bewerken

1451Bewerken

  • De amman en het stadsbestuur leggen de statuten van de legwerkers vast.

1452Bewerken

1456Bewerken

1465Bewerken

1474Bewerken

1476Bewerken

1477Bewerken

  • Maria van Bourgondië doet grote toezeggingen: de Brusselaars mogen een kanaal naar Willebroek graven en een privilege voorziet in achterraden waarin de ambachtsdekens hun leden raadplegen.

1480Bewerken

1488Bewerken

1489Bewerken

  • Een combinatie van pest en hongersnood maakt op een tweetal jaar vele doden (maar niet het cijfer 33.000 dat soms wordt genoemd).[5]

1499Bewerken

  • Rederijkerskamer De Lelie richt de Broederschap van de Zeven Weeën van Maria op.

1501Bewerken

1504Bewerken

1505Bewerken

  • Twee passerende zigeuners worden op de pijnbank gelegd en bij gebrek aan strafbare feiten verjaagd.

1511Bewerken

1515Bewerken

1518Bewerken

  • Na twaalf dagen op het rad wordt Lauken van Moeseke onthoofd voor het twijfelen aan de waarde van de hostie.

1520Bewerken

1521Bewerken

1523Bewerken

1527Bewerken

  • Het proces rond de afgezette pastoor Claes van der Elst brengt de Brusselse kunstwereld in grote verlegenheid.

1528Bewerken

  • In de strijd tegen namaak moet in alle Brusselse wandtapijten een stads- en weversmerk worden ingeweven.
  • Jan van den Dale publiceert De Stove. Het moraliserende werk wijst op een veranderende houding tegenover de vrijpostigheid die heerst in de badstoven.

1534Bewerken

1543Bewerken

1544Bewerken

  • Andreas Vesalius, geboren nabij de Galgenberg, wordt hofchirurg van keizer Karel.

1549Bewerken

  • Jan de Pottre kiest een interessante periode om zijn dagboek te beginnen.

1550Bewerken

1555Bewerken

1559Bewerken

1561Bewerken

1563Bewerken

  • Bruegel verhuist van Antwerpen naar Brussel en schildert er het gros van zijn werk.
Banket in het stadhuis om het huwelijk van Farnese te vieren (Frans Floris, 1565).

1565Bewerken

1566Bewerken

1567Bewerken

  • Alva verschijnt voor de poorten van Brussel met een leger van 12.000 man. Landvoogdes Margaretha neemt ontslag en vertrekt.

1568Bewerken

1572Bewerken

1576Bewerken

1577Bewerken

Beeldenstormers dansen in kazuifel rond de Fontein van de Drie Godinnen

1578Bewerken

  • Pestuitbraak.[7]

1579Bewerken

1580Bewerken

1581Bewerken

  • De Brusselse dominicanen worden uit de stad verdreven in de nasleep van de opruiende preken die Antoon Ruyskensvelt, den bassenden hond, in hun kerk had gehouden.

1585Bewerken

1586Bewerken

1590Bewerken

  • Het Simpelhuys opent in de Lakensestraat, met zestig cellen voor als gevaarlijk beschouwde krankzinnigen.

1595Bewerken

1597Bewerken

1599Bewerken

  • Tijdens de Blijde Inkomst van Albrecht en Isabella vragen de Brusselaars om de Iberische troepen te vervangen door inlandse. De reizende Zwitser Thomas Platter de Jonge beschrijft het hele evenement in detail.
8 juni 1615: mobiele kerststal in de Ommegang

1609Bewerken

1615Bewerken

1618Bewerken

1626Bewerken

1632Bewerken

  • Uitzonderlijk worden de Staten-Generaal nog eens samengeroepen. Het zal de laatste keer zijn tot ze in 1790 op eigen initiatief herrijzen.

1640Bewerken

1646Bewerken

1650Bewerken

1654Bewerken

1659Bewerken

1662Bewerken

  • Mercantilisme brengt Engeland ertoe de invoer van kostbare Brusselse kant te verbieden. Gewiekste handelaars blijven het clandestien importeren en verkopen het als inlandse waar (Point d'Angleterre), wat nog lange tijd voor verwarring zou zorgen.

1663Bewerken

  • Stichting van het Klein Begijnhof op de Warandeberg.

1667Bewerken

  • Een pestuitbraak doet op een drietal jaar, ondanks de inrichting van Pesthuysekens, ruim 4.000 mensen bezwijken.[8] Optreden van Jan Roucourt.

1672Bewerken

1680Bewerken

September 1686: viering van de overwinning op de Turken.[9]

1682Bewerken

1686Bewerken

1695Bewerken

1696Bewerken

  • Met man en macht wordt gewerkt aan de heropbouw. De penning die de stad laat slaan is geen loos woord: Combusta integrior exsurgo ('Uit de as kom ik ongeschondener tevoorschijn').
  • Bij de verlate instorting van de Spiegeltoren op de Grasmarkt wordt een koffer met oude privileges teruggevonden. Het geeft aanleiding tot anti-centrale eisen en tot de publicatie Luyster van Brabant, waarop snel een verbod komt.

1701Bewerken

1703Bewerken

  • Om redenen van brandveiligheid en waterafvoer komt er een verbod op de traditionele topgevels. Nieuwe huizen moeten voortaan een façade onder kroonlijst hebben met de nok parallel aan de straat.
  • Omvorming van de lakengilde tot Kamer van Koophandel.

1706Bewerken

1708Bewerken

  • Maximiliaan II Emanuel van Beieren, voormalig landvoogd, is overgelopen naar de Fransen en komt zijn vroegere hoofdstad veroveren. Hij opent een bombardement, maar wordt verrast door een uitval van het garnizoen onder François de Pascale en de stadsmilities onder Pieter van den Putte. De keurvorst verliest drieduizend man en blaast de aftocht.

1713Bewerken

1714Bewerken

1719Bewerken

1730Bewerken

1731Bewerken

1746Bewerken

1759Bewerken

  • De oprichting van de Imprimerie royale en de komst van letterontwerper Rosart brengen nieuw leven in de lethargische drukkerswereld.

1761Bewerken

  • De Rijkspolitie ontdekt de zaak-Bassanet. Een echtpaar helpt Brusselse ouders ongewenste kinderen naar het vondelingenhuis van Parijs te voeren.[10]

1763Bewerken

1772Bewerken

1776Bewerken

1777Bewerken

1783Bewerken

1784Bewerken

1785Bewerken

  • Bij tapijtwever Jacob van der Borcht valt de laatste Brusselse reeks van het getouw: het vierdelige Sacrament van Mirakel.
  • In het oude Magdalenaklooster laat iemand een luchtballon assembleren waarmee hij vergeefs probeert op te stijgen. Voor de eerste bemande vlucht in Brussel is het wachten tot Jean Pierre Blanchard het volgende jaar langskomt.

1787Bewerken

  • Het ongenoegen over de hervormingen van Jozef II slaat over naar de straat en leidt tot de Kleine Revolutie.

1788Bewerken

1789Bewerken

1790Bewerken

Capitulatie van het revolutionaire Brussel: burgemeester Locquenghien overhandigt Feldzeugmeister Bender de stadssleutels.

1791Bewerken

1792Bewerken

1793Bewerken

  • In gestuurde verkiezingen stemmen de Brusselaars voor aanhechting bij Frankrijk.
  • Oostenrijkse terugkeer na de Tweede slag bij Neerwinden.

1794Bewerken

1795Bewerken

1796Bewerken

  • Kerken en kloosters worden aangeslagen en verkocht als nationaal goed.

1798Bewerken

  • Afbraak van de Sint-Gorikskerk.
  • Straatnamen met religieuze of monarchale connotatie worden gerepublikaniseerd.

1801Bewerken

1804Bewerken

  • Onder Napoleon krijgt Brussel de hertogtitel en wordt het Bonne ville de première classe de l'Empire. In de praktijk blijft het een departementshoofdplaats.

1806Bewerken

1810Bewerken

1811Bewerken

16 juni 1815: het Bal van de Hertogin van Richmond onderbroken

1815Bewerken

1817Bewerken

1819Bewerken

1822Bewerken

1827Bewerken

  • Achter een muur in de begijnenwijk wordt het Mariapolyptiek ontdekt, een topstuk dat de begijnen in 1797 verborgen hadden voor de Commissie Burgerlijke Godshuizen.

1828Bewerken

  • De opposant Louis de Potter wordt opgepakt en veroordeeld. Hij gebruikt zijn proces om de eisen van het unionisme te verspreiden.
1830: aanleg van het kanaal Brussel-Charleroi
23 september 1830: aftocht van het regeringsleger aan de Vlaamsepoort

1830Bewerken

1832Bewerken

1834Bewerken

5 mei 1835: De Pijl vertrekt uit Brussel-Groendreef

1835Bewerken

1836Bewerken

1837Bewerken

1838Bewerken

1842Bewerken

1844Bewerken

1846Bewerken

1847Bewerken

Ochtend in Brussel (Joseph Stevens, 1848): bedelaars en uitgemergelde straathonden

1848Bewerken

1850Bewerken

1851Bewerken

1854Bewerken

1857Bewerken

  • Liberale opstootjes tegen de kloosterwet.

1859Bewerken

  • Multatuli schrijft Max Havelaar in hotel Au Prince Belge.
  • Het stadsbestuur brengt een golf van protest teweeg door in straten die zijn aangesloten op het nieuwe waterleidingennet, gevoed door de Hain, de fonteinen met gratis drinkwater weg te nemen.[12] In 1850 waren er 169 gerepertorieerd.
De afschaffing van het octrooirecht in 1860 (Xavier Mellery, 1890)

1860Bewerken

  • Tot grote vreugde van de Brusselaars wordt het octrooirecht afgeschaft. De bijhorende muur rond de vijfhoek verdwijnt.

1861Bewerken

  • Op zijn reis door Europa houdt Tolstoj halt in Brussel om het volksonderwijs te bestuderen en de banneling Proudhon te ontmoeten.[13] Proudhon is La Guerre et la Paix aan het schrijven, titel die Tolstoj later leent voor zijn grote roman.

1863Bewerken

  • De Mestbak, waar paardenstront en ander stadsafval werd opgestapeld in afwachting van evacuatie per boot, verhuist van het Klein Kasteeltje naar de Willebroekkaai.

1864Bewerken

  • In de Kruidtuin stijgt fotograaf Nadar op met zijn kolossale ballon Le Géant. Ongewild laat hij zijn naam aan de dranghekken waarmee burgemeester Anspach de volkstoeloop indamt.
  • De Stad Brussel breekt het verzet van Elsene tegen de Louizalaan en annexeert het grondgebied dat nodig is voor de flaneerlaan naar het Terkamerenbos.
  • Een zieke en berooide Baudelaire vestigt zich in Brussel. In Pauvre Belgique! laat hij zijn Belgenhaat de vrij loop.
  • In de Broekstraat begint de feministe Isabelle Gatti de Gamond een vrijzinnige middelbare meisjesschool. De gatticiennes worden een begrip.

1865Bewerken

  • Na enkele droge zomers dwingt het watergebrek van 1865 tot drastische maatregelen. Het schrobben van gevels en trottoirs wordt verboden.

1866Bewerken

1867Bewerken

Het eerste model paardentram in Brussel

1869Bewerken

1871Bewerken

1872Bewerken

1873Bewerken

  • Bij het Bogaardenstation klampt Rimbaud een politieagent aan, nadat zijn minnaar Verlaine hem op hotel in de pols had geschoten. Twintig jaar nadien schreef Verlaine in Mes prisons over zijn verblijf in de karmelietengevangenis.

1874Bewerken

1875Bewerken

1876Bewerken

1877Bewerken

1878Bewerken

1880Bewerken

1882Bewerken

1883Bewerken

  • Inauguratie van het Justitiepaleis. Getergde Marolliens verstoren de plechtigheid door de boel kort en klein te slaan.
  • Het Nederlands wordt toegestaan op Brusselse basisscholen.

1884Bewerken

1885Bewerken

  • Albert Mignot legt een elektriciteitsnet aan voor particulieren. Zijn centrale in de Blekerijstraat laat de uitstalramen van de Nieuwstraat oplichten.

1888Bewerken

1890Bewerken

1891Bewerken

1892Bewerken

  • Op weg naar de troonrede wordt de stoet van Leopold II onthaald op protest voor algemeen stemrecht. Neerdwarrelende strooibriefjes doen zijn paard steigeren. Het wordt de laatste keer dat Leopold voet zet in het parlement.

1893Bewerken

1894Bewerken

1895Bewerken

  • Op het braakland waar weldra Thurn en Tassis zou komen, wordt Venise à Bruxelles gehouden. Over 45.000 m² worden kanalen gegraven en een imitatie-Venetië opgetrokken uit stuc, karton, papier-maché en beschilderde doeken.

1896Bewerken

1897Bewerken

1898Bewerken

  • Tussen 6u30 en 19u45 doen de postbodes negen ronden in de hoofdstad.

1899Bewerken

  • Feestelijke opening van het nieuwe Volkshuis op Rode Pasen.
  • De Junirellen zorgen voor een ware stadsguerilla in het centrum.
  • Burgemeester Karel Buls neemt ontslag uit protest tegen de plannen van Leopold II voor een Kunstberg.

1900Bewerken

1902Bewerken

1904Bewerken

1907Bewerken

  • Rijkelijk laat krijgt Brussel openbare verlichting op elektriciteit. De gaspitten op de centrale lanen worden vervangen door een dubbele rij bollantaarns.

1908Bewerken

1910Bewerken

  • Op Solbosch organiseert Brussel een tweede wereldtentoonstelling. Een zware brand vernielt meerdere paviljoenen.
  • Op de kaalgeslagen Kunstberg legt Pierre Vacherot provisoir een reeks terrastuinen met twee lange watervallen aan.

1911Bewerken

1914Bewerken

  • 20 augustus: Duitse troepen bezetten Brussel.
  • 26 september: bekendmaking van de arrestatie van burgemeester Adolphe Max, die het innen van de oorlogsschatting (50 miljoen goudfrank) geblokkeerd had.

1916Bewerken

1917Bewerken

17 november 1918: Adolphe Max wordt als een held onthaald

1918Bewerken

  • De verslagen Duitsers verlaten Brussel. In de slotfase proberen muiters nog revolutie te maken via een Zentral-Soldaten-Rat Brüssel, maar ondanks de ontberingen moet de bevolking er niet van weten.
Juli 1919: verkleedpartij in de Marollen

1921Bewerken

1923Bewerken

1924Bewerken

1927Bewerken

1929Bewerken

1935Bewerken

1940Bewerken

  • Duitse troepen bezetten Brussel.

1942Bewerken

  • Bij een pogrom in de Marollen worden op 3 september 718 Joden zonder Jodenster opgepakt en per vrachtwagen afgevoerd naar de Dossinkazerne, eindbestemming Auschwitz.
  • De bezetter fusioneert op 24 september de 19 gemeenten tot Groß-Brüssel, met als burgemeester Jan Grauls, die maatregelen neemt om het Nederlands te bevorderen. De door collaboratie bekomen inwilliging van Vlaams-nationale eisen zal na de oorlog de positie van het Nederlands in Brussel fel ondermijnen.

1943Bewerken

4 september 1944: Brusselaars onthalen de Britse bevrijders

1944Bewerken

  • De Duitsers verlaten Brussel. Om geen bewijsmateriaal na te laten steken ze de brand in het Justitiepaleis.
  • Geert Van Bruaene begint Het Goudblommeke in Papier, een thuishaven voor surrealisten en schrijvers.

1952Bewerken

1953Bewerken

1954Bewerken

28 juni 1960: de Ronde van Frankrijk passeert aan het Atomium

1956Bewerken

1958Bewerken

1960Bewerken

1962Bewerken

  • De tweede mars op Brussel wordt onthaald door tegenbetogers met het bord Keer naar uw dorp. De taalgrens wordt vastgelegd.

1963Bewerken

  • Taalwetten maken de papieren tweetaligheid van 1932 reëel voor onderwijs, bestuur en gerecht in de 19 gemeenten.
  • Goedkeuring van het premetroplan.
  • De werf voor het Berlaymontgebouw gaat van start.

1964Bewerken

1966Bewerken

1967Bewerken

1969Bewerken

1970Bewerken

  • Brussel internationaliseert. Bijna 30% van de nieuwgeborenen is niet van Belgische afkomst.[15] In de top vijf van vreemde nationaliteiten (Spanje, Italië, Griekenland, Marokko en Frankrijk) staat nog maar één buurland.

1971Bewerken

  • Creatie van de Brusselse Agglomeratie om de bevoegdheden uit te oefenen die elders aan gewesten toekomen.
  • Op de Grote Markt wordt een bloementapijt gelegd, begin van een tweejaarlijkse traditie. Dankzij een protestactie van The Bulletin wordt de 'mooiste parking ter wereld' autovrij.[16]

1974Bewerken

1976Bewerken

1978Bewerken

1979Bewerken

1980Bewerken

1984Bewerken

1985Bewerken

1986Bewerken

  • In Schaarbeek is burgemeester Nols populair met zijn beleid tegen Vlamingen en vreemdelingen. In djellaba, op de rug van een kameel, protesteert hij tegen het vreemdelingenstemrecht.

1987Bewerken

1989Bewerken

1990Bewerken

1991Bewerken

1994Bewerken

  • Michel Demaret, bijgenaamd Monsieur 10%, neemt na een pikant interview ontslag als burgemeester.

1995Bewerken

1996Bewerken

2000Bewerken

2001Bewerken

  • De Europese Raad beslist om alle gewone zittingen in Brussel te houden. Vanaf nu durven Europese leiders spreken over de hoofdstad van de Europese Unie.
  • Het Lombardakkoord geeft de Vlaamse Brusselaars een gewaarborgde vertegenwoordiging in het Brussels parlement (17 zetels op 89).

2012Bewerken

  • Picnic The Streets voert actie om het centrum vrij te maken van gemotoriseerd verkeer. Twee jaar later geeft het stadsbestuur toe en creëert het een voetgangerszone.

2014Bewerken

2016Bewerken

Zie ookBewerken

VoetnotenBewerken

  1. Het jaartal is afkomstig uit een eind twaalfde eeuw vervalste akte, maar de authentieke akte van 1073 vermeldt in elk geval dat op verzoek van Lambert II Balderik († 1054) canonicos waren geïnstalleerd in Brussel.
  2. De kroniek van Li Muisit is de enige bron die specifiek over Brussel handelt, en dus uiterst omzichtig te benaderen: Jean-Joseph De Smet, Recueil des chroniques de Flandre = Corpus chronicorum Flandriae, vol. 2, 1841, p. 342-343 (hoofdstuk: De captione et destructione Judaeorum). Volgens Li Muisit was er met Allerheiligen geen sprake meer van Joodse gemeenschappen in de besproken steden, al voegt hij eraan toe dat hij het heeft van horen zeggen. Molanus haalt enkele kronieken aan die de Brabantse Jodenvervolging nog twee jaar laten aanhouden: P.F.X. De Ram (red.), Joannis Molani Historiae Lovaniensium libri XIV, vol. II, 1861, p. 825 (De Judaeis inficientibus puteos).
  3. In de stadsrekeningen van 1420: den hertoge van Cleyn-Egypten, geheeten Andries, ende alle syn geselschap die verdreven waeren, iii° january, vier amen hope, twee amen vii vierendeel risch wyn, een rindt, vier hamelen, vic lxx broot, ende doen sy henen gingen, xxv fransch lammeren.
  4. Jan Frans Foppens, overgenomen in Abbé Mann, Abrégé de l'histoire ecclesiastique, civile, et naturelle de la ville de Bruxelles et de ses environs, vol. I, 1785, p. 81
  5. A.G. Demanet, "La Peste de Bruxelles en 1489 et le Père Thierry de Munster", in: Collection de précis historiques et mélanges religieux, littéraires et scientifiques, vol. 27, 1878, p. 165-178
  6. Voor hun namen, zie: Alexandre Henne en Alphonse Wauters, Histoire de la ville de Bruxelles, deel I, 1845, p. 416
  7. J. May, "La peste de 1578 à Bruxelles", in: Annales de la Société belge d'histoire des hôpitaux, 1974, p. 79-95
  8. J. Charlier, La peste à Bruxelles de 1667 à 1669 et ses conséquences démographiques, 1969
  9. Dirk van Waelderen, "Feest in Brussel na de inname van de stad Buda in 1686. De analyse van een politiek prentenverhaal van Romeyn de Hooghe", in: De Achttiende Eeuw, 2013, nr. 45
  10. Brusselse vondelingen in Parijs, Jonge Historici, 16 december 2015
  11. C. Roman, "Cent cinquante ans d'éclairage au gaz a Bruxelles", in: Cahiers Bruxellois, nr. XXI,1976, p. 96-146[dode link]
  12. Jean d'Osta, "Une histoire d'eau", in: Notre Bruxelles oubliée, 1977, p. 16-19
  13. Emmanuel Waegemans, Het land van de blauwe vogel. Russen in België, 1991
  14. Honderd jaar na vreselijke brand in Schaarbeeks gemeentehuis, BRUZZ, 28 oktober 2011
  15. Hans Vandecandelaere, In Brussel. Een reis door de wereld, 2012, p. 23
  16. Onleefbare stad? Philippe Van Parijs roept op tot ongehoorzaamheid, Brussel Deze Week, 24 mei 2012
  17. De grauwe jaren 1980: Joy Division en jeugdige arrogantie in de muziek, BRUZZ, 21 mei 2015