The Offshore Company

The Offshore Company was een boormaatschappij die ontstond in 1953 toen de Southern Production Company in 1953 een meerderheidsbelang nam in de joint-venture Offshore Barge Drilling Corporation van Delong-McDermott. De Southern Production Company, onderdeel van Southern Natural Gas (SNG), had in 1950 al de Danciger Oil & Refining Company overgenomen, waarmee het in de olieboring ging. Met The Offshore Company begaf het bedrijf zich ook in de offshoremarkt.

The Offshore Company
Grootaandeelhouders Southern Natural Gas
Oprichting 1953
Transocean Sedco Forex 1999
Oorzaak einde Fusie
Sleutelfiguren T.S. Stoneman
Land Verenigde Staten
Hoofdkantoor Houston
Sector Offshorebootmaatschappij
Portaal  Portaalicoon   Economie

In 1978 had SNG The Offshore Company volledig overgenomen dat later doorging als Sonat Offshore Drilling. In 1993 werd de vloot als spin-off neergezet als Sonat Offshore Drilling, Inc. (SODI), dat in 1996 Transocean overnam en daarna verderging als Transocean Offshore.

Jack-upsBewerken

Daartoe werd het DeLong-platform verder ontwikkeld en in 1954 werd het hefplatform Rig 51 opgeleverd, daarvoor nog DeLong-McDermott No.1 geheten. Dit was een rechthoekig ponton met tien spudpalen. Onderaan deze palen waren spud cans bevestigd om te voorkomen dat een paal te diep in de zeebodem zou steken, wat het platform instabiel zou maken. Het hefplatform of jackup was een van de concepten waarmee werd gepoogd in steeds water te boren in de Golf van Mexico. Het werd gechartered aan Humble Oil die aanvankelijk sceptisch was, maar al snel overtuigd was van de capaciteiten van het platform. In 1955 werd Rig 52 gebouwd dat in meer dan 100 voet (30 meter) waterdiepte kon boren. In 1964 boorde het voor het eerst olie aan voor de kust van Nigeria.

Met de ronde spudpalen was een waterdiepte mogelijk van maximaal zo'n 150 voet (50 meter). Om de golfkrachten op de palen te verminderen had R.G. LeTourneau gebruikgemaakt van drie poten voorzien van een open K-vakwerkconstructie. Ook had zijn hefplatform drie poten die via een tandheugel op en neer werden gelaten in plaats van met perslucht zoals bij DeLong. Dit ontwerp maakte het mogelijk om het gewicht omlaag te brengen en daarmee de prijs. The Offshore Company besloot om voor vier poten te gaan omdat het platform daarmee makkelijker voorgedrukt kan worden en daardoor sneller te plaatsen is.

In 1963 nam The Offshore Company de Internationale Boormaatschappij (International Drilling Company, IDC) over en breidde zo uit naar de Noordzee-olievelden. Daar vroeg Phillips om jackups te laten bouwen in het Verenigd Koninkrijk. Zo liet IDC de North Star, Constellation en Orion bouwen bij John Brown & Company, speciaal ontworpen voor het zware weer op de Noordzee. In 1969 werd bij John Brown met de Offshore Mercury ook het eerste hefplatform met eigen voortstuwing geïntroduceerd.

In 1987 nam Sonat Dixilyn-Field Drilling over en daarmee vijf jackups, drie semi's en twee afzinkbare platforms.

BoorschepenBewerken

 
De bulkcarrier Matsuhiro Maru werd in 1976 omgebouwd tot het boorschip Discoverer 511. Hier te zien als Noble Discoverer

Naast hefeilanden zocht The Offshore Company ook naar andere concepten. Zo werd in 1959 voor het eerst olie aangeboord vanaf een drijvend ponton. In 1963 werd met de Discoverer het eerste turret moored boorschip gebouwd naar eigen ontwerp. Daarmee werden grotere waterdieptes mogelijk. Elke Discoverer daarna werd groter en kon daardoor dieper boren tot de Discoverer 534 in 1976 3400 voet bereikte. De volgende stap naar dieper water was niet meer afgemeerd via de turret, maar met een dynamisch positioneringssysteem. Zo werd de Discoverer Seven Seas gebouwd in 1976 die op 2000 m waterdiepte kon boren.

Semi'sBewerken

 
De Chris Chenery bij Peterhead in 1978

The Offshore Company was laat in de markt met halfafzinkbare boorplatforms (semi's). In 1972 was het een joint-venture met Amoco aangegaan, Amoshore, dat in 1972 bij Marathon LeTourneau de Colonel Drake bestelde. Vanwege grote vertraging bij de bouw werd deze opdracht echter geannuleerd.

Begin jaren 1970 had Shell een contract voor enkele semi's. Zo kwam The Offshore Company met de SCP III-Mark 2, nadat Shell het eerste ontwerp had afgekeurd. De Chris Chenery werd in 1974 opgeleverd en de Afortunada met grote vertraging in 1979.

Het zou tot 1984 duren voordat The Offshore Company weer een semi liet bouwen. Naar eigen ontwerp werd de Henry Goodrich gebouwd. Daarnaast werden er naar een aangepast GVA 4500-ontwerp van Götaverken Arendal (GVA) zes besteld, maar uiteindelijk werden vanwege dalende olieprijzen alleen de Sonat Pratt Rather en de Sonat George Richardson gebouwd. Sonat was sinds 1982 de nieuwe naam van Southern Natural Gas en The Offshore Company was daarna Sonat Offshore Company geworden. Met Wilh. Wilhelmsen werd de joint-venture Polar Frontier Drilling aangegaan die in 1985 de Polar Pioneer liet bouwen.

Vanuit het idee van de semi ontwikkelde Sonat daarna het idee voor een mobiel tension-leg platform, maar dit werd nooit gerealiseerd.

VlootBewerken

Naam Type Ontwerp Werf Bouwjaar IMO
No. 51 Jackup Consolidated Western, Orange 1954
No. 52 Jackup American Bridge, Orange[1] 1955
No. 53 Afzinkbaar boorplatform Alexander Shipyards, New Orleans 1955
Par 1 Afzinkbaar boorplatform Alexander Shipyards, New Orleans 1955
No. 54 Jackup American Bridge, Orange 1955
No. 55 Jackup American Bridge, Orange 1956
Rig 56 Jackup 1966
Rig 24 Jackup 1956
Rig 25 Jackup 1957
Rig 26 Jackup 1966
Offshore Pegasus Jackup Gutehoffnungshütte, Sterkrade 1957
Polarcub Jackup PACECO, Alameda, 204 mei 1964 8754152
Lama Tender Levingston Shipbuilding, Orange, 586 23 februari 1957 8755948
Estrellita Jackup McDermott Shipyard, Morgan City, 155 maart 1969 8751227
T-27 Tender
No. 60 Jackup McDermott Shipyard, Morgan City 1961
OV-1 Tender McDermott Shipyard, Morgan City 1961
Offshore Enterprise Jackup Gutehoffnungshütte 1969
Hustler Jackup Todd Shipyards, Houston, 393 juni 1965
Jubilee Jackup Levingston, Orange, 654 30 september 1965
North Star Jackup John Brown, Clydebank, 733 1965 8752958
Constellation Jackup John Brown, Clydebank, 734 28 januari 1966
Orion Jackup John Brown, Clydebank, 737 1966 8750118
Offshore Mercury Jackup Upper Clyde Shipbuilders, Clydebank, 743[2] 1969 8753433
Offshore Antares Jackup Bethlehem, Singapore 1973
Discoverer Boorschip Southern Shipbuilding, Slidell, 56 1963
Discoverer II Boorschip Mitsui Zosen, Chiba, F176 december 1967 6803624
Discoverer III Boorschip Mitsui, Tamano, F266 1970 7019634
Discoverer 511 Boorschip Namura Shipbuilding, Imari, 355 1966 6608608
Discoverer 534 Boorschip Mitsui Zosen, Fujinagata, F395 8 augustus 1975 7403469
Discoverer Seven Seas Boorschip Mitsui, Tamano, F421 1976 7420510
Chris Chenery Semi SCP III-Mark 2 Blohm + Voss, Hamburg 1974 8750730
Henry Goodrich Semi SES-5000 Mitsui juli 1985 8751667
Sonat Pratt Rather Semi GVA 4500E DSME, 3010 1987 8755431
Sonat George Richardson Semi GVA 4500E DSME, 3011 1988 8755429
Polar Pioneer Semi Sonat / Hitachi Hitachi Zosen, 1050 24 september 1985 8754140
Sonat Arcade Frontier Semi Aker H-4.2 Hyundai Heavy Industries 1987 8752934
Sonat D-F 76 Afzinkbaar boorplatform Alabama Dry Dock, 599 april 1957 8755974
Sonat D-F 77 Afzinkbaar boorplatform Chicago Bridge & Iron Pascagoula, 5 december 1982 8755986
Sonat D-F 80 Jackup LeTourneau 21 LeTourneau Vicksburg, 21 20 september 1963 8755998
Sonat D-F 84 Jackup Bethlehem Dorman Long Vanderbijl, N3900 1 juni 1977 8756007
Sonat D-F 85 Afzinkbaar boorplatform Bethlehem JU-200MC Bethlehem, 4916 april 1979 8755390
Sonat D-F 86 Jackup Bethlehem Bethlehem, 4924 juli 1980 8755405
Sonat D-F 87 Jackup Levingston 111 Levingston, 757 augustus 1981 8755417
Sonat D-F 95 Semi Pat Rutherford Sr. Bethlehem Steel, 4882 december 1974 8750558
Sonat D-F 96 Semi Pentagone Rauma-Repola, RR-2 januari 1975 7347421
Sonat D-F 97 Semi Pentagone Rauma-Repola, RR-7 maart 1977 7347433

LiteratuurBewerken

NotenBewerken

  1. De werf in Orange ging in 1955 over van Consolidated Western naar American Bridge, beiden onderdeel van U.S. Steel
  2. In 1968 werd John Brown onderdeel van Upper Clyde Shipbuilders